Home

Wat is de staat van de opwarming van de aarde?

Ongeveer 1,2 graad ten opzichte van de 19de eeuw, de grens die altijd wordt aangehouden omdat we destijds op grote schaal broeikasgassen gingen uitstoten. Die 1,2 graad is echter een gemiddelde: boven land is er meer opwarming dan boven zee, en vooral in de noordelijke poolstreek is de opwarming extra hard gegaan, omdat koude gebieden sneller opwarmen als de ‘thermostaat’ omhooggaat, en omdat witte ijsvlakten er plaats hebben gemaakt voor donkere stukken land, die meer warmte absorberen.

Om wat preciezer te zijn: in Nederland is het nu gemiddeld over het jaar ruim 11 graden, ongeveer 2,5 graad warmer dan in 1900. Vooral de zomers en de lentes zijn warmer dan voorheen. De Noordpool is met name sinds de jaren 1980 snel opgewarmd, vier maal zo snel als het wereldgemiddelde. De temperatuur is er nu ongeveer 3 graden hoger dan in 1980.

Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.

Het ietwat ontnuchterende antwoord is: omdat de politiek dat nou eenmaal zo heeft bepaald. In 2010 sprak de internationale gemeenschap in Cancún af dat de temperatuur op aarde maximaal 2 graden mag stijgen ten opzichte van de tweede helft van de 19de eeuw. Daar wilde men ‘ruim onder’ blijven. Een treetje lager – 1,5 graad – kwam zo automatisch in beeld als streven, het laatste station vóór de 2 graden.

Dat heeft een opmerkelijke voorgeschiedenis. Toen men in de jaren tachtig ontdekte dat de aarde opwarmt door menselijk toedoen, was de logische vervolgvraag bij hoeveel graden opwarming dat schadelijk wordt. De Duits-Amerikaanse energietechnoloog Florentin Krause besloot voor het antwoord te kijken naar het verre verleden. Wat is de warmste periode die de mensheid wist te doorstaan?

Krause kwam uit in de prehistorie, 125 duizend jaar geleden, in het zogenoemde Eemtijdperk. Het was destijds 2 graden warmer, en dat kunnen we maar beter vermijden, besefte Krause. De zeespiegel stond destijds namelijk 5 tot 7 meter hoger, vermoedelijk door smeltwater van delen van Antarctica.

Maar de inschatting van Krause blijkt inmiddels achterhaald. Tijdens het Eemtijdperk was het geen 2, maar 1 tot 1,5 graad warmer, en de zeespiegel stond toen misschien zelfs hoger dan Krause destijds aannam. Volgens de eigen logica van het IPCC is de grens van 2 graden dus te hoog.

Paleoklimatologen zien meer overeenkomsten tussen onze tijd en het midden-Plioceen, 3,2 miljoen jaar geleden, toen mensen nog aapachtige wezens waren. Destijds was het 2 tot 3 graden warmer op aarde, ongeveer de temperatuur waarnaar de aarde nu ook op weg lijkt. De zeespiegel lag toen 6 tot 20 meter hoger, een stand die veel kustlanden in enorme problemen zou brengen.

Om die vraag te beantwoorden, bundelde het IPCC vijf jaar geleden alle beschikbare kennis in een speciaal tussenrapport. Daaruit blijkt dat we de gevolgen vooral gaan voelen in gebeurtenissen veroorzaakt door extreem weer – in feite wat we nu al zien. Bosbranden, droogte, overstromingen, stormen en natuurlijk hittegolven zullen heviger worden en vaker voorkomen. Ook kwetsbare, toch al bedreigde ecosystemen komen in de problemen. Het IPCC is met name bezorgd over de warmwaterkoralen, waarvan bij 1,5 graad opwarming 70 tot 90 procent dreigt te vergaan.

Een ander hachelijk probleem is de staat van de ijskap van Groenland, in totaal goed voor ongeveer 7 meter zeespiegelstijging. Experts nemen aan dat rond de 1,5 graad opwarming kantelpunten in zicht komen, waarbij de smelt van in elk geval sommige delen van de ijskap onomkeerbaar worden. Maar de onzekerheid is groot: het is ook denkbaar dat de echte problemen nog wat verder weg in de toekomst liggen.

Volgens het IPCC-tussenrapport is het verschil tussen 1,5 graad en 2 graden opwarming in elk geval aanzienlijk, en relevant. Zoals voor de ondiepe koralen: bij 2 graden zou daarvan meer dan 99 procent verloren gaan. Of neem het Noordpoolijs. Bij 2 graden opwarming kunnen we eens in de tien jaar een ijsvrije zomer op de Noordpool tegemoetzien, bij 1,5 graad zou die kans erg klein blijven (eens per eeuw).

Ergens tussen de 26 centimeter en dik 2 meter eind deze eeuw. Welke stijging het precies wordt, hangt uiteraard af van welk uitstootscenario we de komende decennia wereldwijd volgen: hoe meer uitstoot, hoe hoger de zee. Het middenscenario, dat de lijn volgt van prognoses van energie-experts, komt uit op een zeespiegelstijging tussen de 44 en de 76 centimeter eind deze eeuw.

Dat valt nog best mee, in elk geval voor landen als Nederland. Maar grote onzekerheid is er (vooral) over de ijskap van Antarctica. Onlangs kwam aan het licht dat gletsjers aan de laaggelegen, westelijke kant van dat continent waarschijnlijk onder alle omstandigheden versneld gaan smelten, omdat hun uiteinden rusten in opgewarmd zeewater. Dat kan de zeespiegel volgens sommige inschattingen laten stijgen tot wel 2,5 meter rond het jaar 2100.

Bij het hoogste uitstootscenario kan de zeespiegel de komende twee eeuwen zelfs omhoogschieten tot meer dan 15 meter. Ook al is dat nog ver weg, zoiets zou het aanzien van de wereld drastisch veranderen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next