Home

‘Eerst in een tentenkamp in het zuiden van Gaza, nu in een luxe hotel in Doha’

‘Ameera werkt onder meer als fixer voor The New York Times. Die krant haalt medewerkers uit oorlogsgebied als ze gevaar lopen. En als ze dat zelf willen natuurlijk. Dus de krant heeft aan haar gevraagd: wil je Gaza uit? Dat was uiteraard een moeilijk besluit, want ze laat haar huis, haar werk en haar familie achter. Maar omwille van haar vier kinderen heeft ze uiteindelijk voor hun veiligheid gekozen.

‘De krant wist haar op de Amerikaanse lijst met mensen die Gaza uit mogen te krijgen. Die lijst is vooral bedoeld voor buitenlanders of mensen met een dubbele nationaliteit. Zij vertrekken dan via de grens met Egypte in Rafah. Daar wordt gecontroleerd of ze op een lijst staan en vaak is het lang wachten in een chaotische situatie. Ameera en haar gezin stapten er uiteindelijk in een bus gestapt en reden Gaza uit. Ze konden nauwelijks geloven dat ze uit het oorlogsgebied en veilig waren.

‘Een paar dagen later vlogen ze naar Qatar, ook dat was door de krant geregeld. In Gaza zaten ze in een tentenkamp in Khan Younis, in het zuiden. Vervolgens kwamen ze ineens terecht in een luxe hotel in Doha, een groter contrast is nauwelijks denkbaar. In Doha zie je op eindeloze wegen de ene na de andere dikke auto rondrijden – wacht, ik vraag even aan Ameera’s dochter welke zoal, want ik weet niks van auto’s. Ah: GMC’s , WX5, Porches, Rolls Royces. De luxe straalt je tegemoet. Een wonderlijke ervaring, niet alleen als je net uit het dichtbevolkte en arme Gaza komt, maar ook voor mij.’

‘Ik werkte met haar in de oorlogen van 2012 en 2014. Hoewel er ook toen veel werd gebombardeerd, voelde ik me redelijk veilig omdat vooral Hamas het doelwit was. Ameera kent het daar en wist bijvoorbeeld waar een kantoor van Hamas zat, of een ministerie. Bij die plekken moest je uit de buurt blijven. De bombardementen waren veel gerichter en met veel minder nevenschade.

‘De omvang en de verwoesting zijn nu vele malen groter. In Gaza hebben veel mensen daarom het gevoel dat de oorlog niet tegen Hamas gericht is, maar tegen het Palestijnse volk. Woorden als genocide worden in de mond genomen. Iedereen heeft het gevoel een doelwit te zijn. Dat voedt natuurlijk ook de woede.

‘Er zijn nu geen internationale journalisten ter plekke, Israël laat die niet toe. Maar ik zou er als journalist nu ook niet graag zijn, het is extreem onveilig om daar nu te werken.’

‘Ze is nu in Qatar op een toeristenvisum dat elke maand moet worden verlengd, het is even afwachten hoe dat gaat lopen. Maar de vraag is ook waar ze buiten Qatar terecht zou kunnen. Het liefst gaat ze terug naar Gaza zodra de oorlog is afgelopen. De grote vraag is dan wat er nog van over is, hoe leefbaar het er is. Zijn er nog scholen, ziekenhuizen, andere voorzieningen? Ze wonen in Gaza-Stad, in het noorden. Hun huis staat nog, maar staat het er straks? De school van haar oudste dochter is er bijvoorbeeld al niet meer.

‘Het is een bevreemdende ervaring. De oudste dochter wil het liefst bij haar vriendinnen zijn, bij haar familie, bij haar spulletjes in haar kamer. De dingen die een meisje van vijftien wil. Gelukkig spreekt ze de taal hier, maar verder voelt ze zich een vreemdeling, ontheemd.

‘Ze worden hier in Qatar wel bijzonder gastvrij ontvangen. Qatar staat geheel aan Palestijnse kant, en er is alleen ruimte voor het Palestijnse perspectief. In de straten in het centrum hangen Palestijnse vlaggetjes, het hoogste gebouw, dat je overal van verre ziet, wordt ’s avonds uitgelicht in de kleuren van de Palestijnse vlag. Ameera gaf een lezing op de Amerikaanse universiteit en de zaal droeg haar op handen, omdat ze een getuige is uit Gaza. Ze wordt als heldin gezien die uit de hel van Gaza wist te ontsnappen.

‘Er is hier in Qatar van oudsher ook een Palestijnse gemeenschap en er is een Palestijnse school. En de politieke leiders van Hamas krijgen hier onderdak en wonen hier in luxe. Dat is nogal bitter, afgezet tegen de ellende waarin het Palestijnse volk in Gaza zit.’

‘Daar heb ik het nog niet met Ameera over gehad, maar ga ik nog bespreken. We spraken al wel veel over hoe de mensen in Gaza in het algemeen de rol van Hamas zien. Velen verwijten Hamas de aanval van 7 oktober niet.

‘Want in hun ogen is deze oorlog niet op 7 oktober begonnen, maar met de blokkade van Gaza, recentelijker de vele arrestaties en doden op de Westelijke Jordaanoever, en de gebeurtenissen rond de Al Aqsa-moskee in Jeruzalem. Ze voelen zich daarmee vanzelfsprekend sterk verbonden. ‘De Joden doen ons al zo lang zo veel aan, is wat Hamas heeft gedaan dan erger?’ Dat geluid hoor je.

‘Ze vinden ook niet dat Hamas de reactie van Israël, waarvan nu zoveel burgers het slachtoffer zijn, over hen heeft afgeroepen. ‘We worden altijd al vermoord, opgepakt en vernederd. Als dit nu niet was gebeurd, dan wel op een andere manier, klinkt het. Israel is de vijand, niet Hamas.’

‘Er zullen vast ook mensen zijn die Hamas verwijten maken, maar de grote meerderheid niet. Dat is voor ons misschien moeilijk te vatten, maar wij hebben de jarenlange blokkade, het opgesloten zitten op een klein stukje land, en wat dat psychisch met je doet niet meegemaakt.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next