Home

Het Kremlin vreest de toorn van de vrouwen wier mannen in Oekraïne strijden

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Geert Groot Koerkamp ziet hoe op het Plein van de Revolutie de Russische oproerpolitie dag en nacht paraat staat.

Afgelopen week gingen de vliegvelden Domodedovo en Vnoekovo weer eens voor enkele uren dicht, na het bericht dat Oekraïense drones onderweg waren naar Moskou. Sommige vluchten werden geannuleerd, zoals die uit het Turkse Antalya. Het is nieuws waar hier al niemand meer van opkijkt.

Sinds het voorjaar wordt de Russische hoofdstad van tijd tot tijd opgeschrikt, meest in de ochtenduren, door de melding dat ergens in of buiten de stad weer een drone is neergekomen. Moscow City, met enkele van Europa’s hoogste wolkenkrabbers een blikvanger bij uitstek, was in de zomer meermalen het doelwit.

Het bleven speldenprikken in een metropool van twaalf miljoen inwoners, met als enig ongemak voor vliegtuigpassagiers de vertragingen door het stilleggen van het vliegverkeer.

‘Beter maar in de namiddag te vliegen’, zegt een goede kennis werktuiglijk. Ljoedmila is al in de 80. Ze kijkt reikhalzend uit naar het bezoek van dochter Natalja, die in het buitenland verblijft. Die vliegt naar Moskou via Turkije, nu de grens met Finland dicht is.

Hoewel zowel de overheid als de burgers in Moskou hardnekkig blijven doen of alles ‘normaal’ is, zijn die drones keer op keer een verwijzing naar de harde realiteit van het slagveld in Oekraïne, honderden kilometers verderop. Zeker in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van maart blijft dat de centrale boodschap: alles verloopt volgens plan, Rusland is sterker dan ooit, de economie groeit, geen vuiltje aan de lucht.

Toch neemt onderhuids de spanning toe, wat vooral merkbaar is in het centrum van de stad. Het Plein van de Revolutie, op een steenworp afstand van het Rode Plein, is vergeven van politie, en dat heeft niets te maken met de gebruikelijke drukte hier van winkelend en wandelend publiek.

In het halfduister draait een politiepatrouille plichtmatig rondjes rond het standbeeld van Karl Marx. Iets verderop staan tientallen arrestantenwagens met gedoofde lichten. Binnen zit de oproerpolitie, in vol ornaat, met schilden en al. Verveeld, want ze zitten hier duidelijk al uren, en ze zijn zichtbaar blij als de eerste bus in beweging komt en vertrekt richting de kazerne.

Het is een déjà vu, want anderhalf jaar geleden zagen we hier exact dezelfde beelden. Toen was de politie massaal in het stadscentrum aanwezig om mogelijke protesten tegen de Russische inval in Oekraïne in de kiem te smoren. Dat lukte, door in Moskou en elders duizenden mensen op te pakken en te vervolgen.

De onrust komt nu uit een heel andere hoek. Van echtgenotes en vriendinnen van mannen die zijn gemobiliseerd of een contract hebben getekend met het leger, en nu vaak al een jaar of langer weg zijn van huis. Wie eenmaal heeft getekend of is gemobiliseerd, kan niet zomaar terug naar huis. President Poetin beloofde dit voorjaar nog twee weken verlof per half jaar, maar de praktijk leert dat vrijwel alle militairen aan het front moeten blijven zolang de strijd voortduurt.

Een wrange grap luidt dat je alleen ernstig gewond of dood weer naar huis kunt. Die gewonden keren daadwerkelijk terug, ook in Moskou. Ze brengen ijzingwekkende verhalen mee van de werkelijkheid uit de loopgraven, die de ‘positief’ gestemde Russische media vooralsnog niet halen, hoor ik van mensen die sommigen van hen hebben gesproken.

Echtgenotes en vriendinnen van gemobiliseerden worden met de dag wanhopiger en beginnen zich steeds meer te roeren. Ze roepen op tot actie, knap lastig in een land waar publiek protest is uitgebannen. Aanvragen voor demonstraties worden door de autoriteiten steevast afgewezen, met de coronapandemie als argument. Ook die op het Plein van de Revolutie.

De massale politieaanwezigheid laat zien dat de autoriteiten er niet gerust op zijn. Zo kort voor de presidentsverkiezingen wordt iedere vorm van protest, hoe klein ook, gezien als een te groot risico.

Source: Volkskrant

Previous

Next