Het duurde even, maar na een leven van meer dan honderd jaar heeft Henry Kissinger zich gemeld bij de hemelpoort. Zal de Amerikaanse oud-minister daar worden toegelaten als geniale vredestichter en -bewaarder of wordt hij doorverwezen naar die plek in het dodenrijk waar hij eeuwig zal worden veracht en verafschuwd als machiavellist met bloed aan de handen?
Hoewel Kissinger niet bijster religieus was, moet die gedachte weleens door zijn hoofd zijn gegaan. Want hij mocht graag het verhaal vertellen over de Franse kardinaal De Richelieu, die tevens wordt gezien als ’s werelds eerste premier. Die schuwde geen enkel middel in de verdediging van het Franse nationale belang. Toen hij in 1642 stierf, zou paus Urbanus VIII hebben gezegd: ‘Als er een God bestaat heeft kardinaal Richelieu nogal wat verantwoording af te leggen. Zo niet … nou ja, dan heeft hij gewoon een succesvol leven gehad.’
De prelaat-politicus trok zich niets aan van de ‘vroomheden van zijn tijd’, schreef Kissinger in zijn boek Diplomacy (1994). Resultaat: een sterk Frankrijk en een zwak, verdeeld Duitsland.
Kissinger had veel gemeen met Richelieu, in zijn denken als professor en in zijn doen als Amerika’s nationale-veiligheidsadviseur en minister van Buitenlandse Zaken onder de presidenten Nixon en Ford tussen 1969 en 1977. Ook hij dacht primair in termen van macht en nationaal belang. Mensenrechten waren daaraan ondergeschikt.
Hij was een realist, geen moralist. In dezen identificeerde hij zich met de 17e-eeuwse kardinaal. Zo sterk zelfs dat een Amerikaanse biograaf veronderstelde dat ook Kissinger besefte dat hij bij het opmaken van de balans eveneens de nodige vragen te beantwoorden zou hebben, al of niet voor een hemels gerecht. Bij leven kneep hij ’m in elk geval al voor aardse rechtbanken.
Zo meed hij sommige landen uit angst te worden aangehouden en aangeklaagd. Chileense rechters wilden hem in 2002 aan de tand voelen over zijn stilzwijgende steun in 1973 aan de gewelddadige coup van Pinochet tegen de democratisch gekozen socialistische regering van Chili.
In de Vietnamoorlog zat hij achter de geheime bombardementen op Cambodja en Laos. Hij steunde Pakistan in het geniep toen het moordpartijen aanrichtte in wat nu Bangladesh is. Reden voor de Britse publicist Christopher Hitchens om in een fel pamflet Kissingers berechting te eisen als ‘oorlogsmisdadiger’.
Maar er was ook veel bewondering. In dienst van presidenten Nixon en Ford bewees Kissinger zich als een voortreffelijke onderhandelaar. In de oorlog van 1973 tussen Israël en de Arabische buren wist hij door middel van intensieve pendeldiplomatie tussen de betrokken hoofdsteden een wapenstilstand te bereiken.
Het werd de basis voor het latere vredesverdrag tussen Israël en Egypte, waarna er nooit meer een grote oorlog is geweest tussen Israël en omringende Arabische landen. In datzelfde jaar kreeg hij samen met zijn Noord-Vietnamese tegenspeler Le Duc Tho de Nobelprijs voor de Vrede voor de Parijse akkoorden die een eind moesten maken aan de Vietnamoorlog en de Amerikaanse aanwezigheid in het land.
Ook hielp hij met zijn ontspanningspolitiek jegens de Sovjet-Unie en de normalisering van de betrekkingen met China te voorkomen dat de Koude Oorlog een Hete Oorlog werd met de inzet van allesvernietigende kernwapens. Het leverde hem de kwalificatie ‘diplomatiek genie’ op, iemand die spanningen en conflicten tot vrede smeedde.
Roem was zijn deel. Kissinger werd een ster. ‘Het fijne van beroemd zijn is dat als je mensen verveelt, ze denken dat het aan hen ligt’, grapte hij in een van zijn talloze interviews. Overigens zal hij weinig mensen verveeld hebben. De high society van Washington DC hing aan zijn lippen. Niet alleen zijn eigen Republikeinen maar ook Democraten.
Hij omringde zich graag met beroemde vrouwen en werd een dankbaar onderwerp voor de roddelbladen. Toen hij een keer ’s avonds laat per ongeluk het alarm liet afgaan in een villa in Hollywood terwijl hij met een actrice op weg was naar het zwembad, zei hij: ‘Ik leerde haar schaken’.
Zijn typische stem, laag met een licht Duits accent – als van een schurk uit een James Bond-film, zei iemand ooit – werd sexy gevonden. In een profiel werd hij ‘het sekssymbool van de regering-Nixon’ genoemd. Zelf zei hij over macht dat dit het ultieme afrodisiacum was. Hij genoot van zijn roem.
Aan zijn jeugdjaren in Duitsland hield hij een grote liefde voor voetbal over. Ook hierbij mocht hij graag theorieën ontwikkelen die hij toetste aan de praktijk. Zo geloofde hij dat nationale elftallen het volkskarakter weerspiegelen van het land dat zij vertegenwoordigen. Maar op de tribune bij de WK-finales in München (1974) en Buenos Aires (1978), moest hij constateren dat dit voor het Nederlandse elftal niet opging. De Hollanders speelden fantasierijk en elegant. ‘En dat zijn geen begrippen die ik onmiddellijk met Nederland associeer’, zei hij eind jaren tachtig in een vraaggesprek met Elsevier Weekblad.
Na 1977 kwam hij in de politiek niet meer aan de bak. Hij werd auteur van veelgelezen boeken en consultant. En hoewel hij niet meer aan de macht was, bleef hij een man met invloed. Zijn mening deed ertoe bij gezagsdragers, ondernemingen en media. Met zijn zelfverzekerde manier van spreken, zijn superieure analytische vermogen en zijn even strakke als heldere logica dwong hij aandacht en ontzag af.
Zijn persoonlijke achtergrond bepaalde zijn werk als wetenschapper en zijn handelen als politicus. Hij werd geboren in het Beierse Fürth als kind in een joodse familie. Als jongen zag hij het Duitsland van de Weimar-republiek ten onder gaan door toedoen van de nazi’s, wat het gezin in 1938 naar Amerika deed vluchten. Kissinger was toen 15.
Een paar jaar later vocht hij als soldaat mee in het Amerikaanse leger. Dertien naaste familieleden werden vermoord in de Holocaust, wat volgens een historicus bijdroeg aan Kissingers ‘gevoel van tragedie’: hoe het gruwelijk uit de hand kon lopen in een land en de wereld. Het logische gevolg dat Kissinger daaruit trok in zijn boeken en in zijn beleid was dat alles gericht moest zijn op het bewaren of bevorderen van stabiliteit via ‘stijfkoppige diplomatie’.
Dat kon in zijn ogen het beste door een ‘realistische’ politiek waarbij de grote mogendheden elkaar in evenwicht houden. Hij liet zich hierbij inspireren door het verleden. Als Harvard-professor (geschiedenis en filosofie) had hij zich gespecialiseerd in de 19e eeuw. Met name in de manier waarop Groot-Brittannië toen het machtsevenwicht op het Europese continent bewaakte door erop toe te zien dat geen enkele mogendheid daar een militair-politiek overwicht verwierf dat haar zou kunnen verleiden tot riskante avonturen.
Zelf aan de knoppen zittend onder de presidenten Nixon en Ford bracht hij zijn studeerkamerinzichten in de praktijk. Zijn primaire taak was het om Amerika’s nationale belang te behartigen, maar hij besefte tegelijkertijd dat het voorkomen van een vernietigende (kern-)oorlog met de Sovjet-Unie en China ook een Amerikaans belang was. Dus zocht hij constant naar een evenwicht tussen de drie mogendheden, met als uitgangspunt dat je je moest openstellen voor de gevoeligheden en belangen van de ander om die vervolgens te middelen met die van jezelf.
Zo’n evenwichtspolitiek vroeg om terughoudendheid, om het vermogen over je eigen schaduw heen te springen als dat nodig was en om de pragmatische instelling het beste te maken van moeilijke situaties. Allemaal eigenschappen die niet terug te vinden zijn bij hen die geloven in Amerika’s exceptionalisme en de heilige plicht van deze uitzonderlijke natie om de wereld tot zijn vrije, democratische evenbeeld te maken. Kissinger moest niets hebben van die zendingsdrift, die in relatie tot andere landen vaak tot een alles-of-niets-houding leidt die nauwelijks onderhandelingsruimte laat en het liefst aanstuurt op verandering van regime bij de tegenstander. Hij was de realist pur sang, geen ideoloog.
Zijn ‘realistische’ ontspanningspolitiek had haar verdienste. Zij hielp in de jaren zeventig om stabiliteit te creëren in de relatie met de Sovjet-Unie, waardoor de spanningen met deze rivaal beheersbaar bleven. Hij deed dat vanuit de overtuiging dat we ‘voor het eerst in de geschiedenis worden geconfronteerd met de naakte waarheid dat de communistische uitdaging niet verdwijnt.’ Zijn streven was het bereiken van een modus vivendi met de communistische regimes (ook China). Hij ging dus uit van hun bestendiging, niet van hun beëindiging. Die zakelijkheid hielp de vrede te bewaren.
Maar in de jaren tachtig trad een man aan die meende dat de Koude Oorlog gewonnen kon worden en juist voor de aanval koos. President Reagan was minder een pragmaticus en meer een ideoloog. Iemand die niet alleen geloofde in macht maar ook in de kracht van (democratische) ideeën. Hij stelde dat het Sovjet-communisme nooit zijn belofte van een betere maatschappij had waargemaakt en voor veel van zijn burgers was ontmaskerd als een leugen. Reagan ondergroef daarmee de ideologische bestaansreden en dus de legitimiteit van het Sovjetregime en was zo een van de factoren die bijdroegen aan de daaropvolgende ineenstorting ervan.
Dat was voor neo-conservatieven en rechtse anticommunisten aanleiding Kissinger te verwijten dat hij het helemaal verkeerd had gezien. Dat hij te coulant was geweest voor een uiteindelijk door zijn eigen bevolking en de volkeren van Oost-Europa uitgekotst Sovjetbewind. Waar is dat hij met zijn op bestendiging gerichte aanpak van de Sovjet-Unie geen aandeel kon claimen in haar ondergang en de overwinning van het Westen. Dat spreekt vanzelf, maar met zijn politiek van detente (ontspanning) had hij de wereld wel veilig langs klippen geloodst die van beide zijden waren volgestouwd met kernwapens. Ook niet onbelangrijk. Iedere tijd heeft zijn eigen leiders. Bovendien waren er bij Reagans confrontatiepolitiek eveneens gevaarlijke momenten, waarbij de boel gemakkelijk had kunnen ontploffen.
Kissinger lag ook onder vuur van links. Hij dacht primair in termen van macht, machtsevenwicht, stabiliteit en het nationaal belang. Morele overwegingen stonden op het tweede plan. Met de opening naar China wilden Nixon en hij niet alleen de angel uit de spanningen met het communistische regime in Beijing halen, maar steunden zij in de tweestrijd tussen de Sovjet-Unie en de Chinese Volksrepubliek de zwakkere. Het is Kissingers evenwichtspolitiek in het kwadraat. Maar het betekende wel dat Nixon en hij zaken deden met massamoordenaar Mao. Dat namen zij voor lief. Morele deugdzaamheid moest hier wijken voor hogere staatsbelang. Ook de oogluikende steun aan de gewelddadige coup van Pinochet tegen de socialistische regering van Allende werd gezien als een gerechtvaardigd antwoord op de communistische dreiging.
Buitenlandse politiek komt meestal neer op het kiezen tussen het grotere en het kleinere kwaad, zo citeert historicus Niall Ferguson Kissinger. Deze zocht altijd naar evenwicht en stabiliteit, als het kon bij voorkeur met verdragen en samenwerking, als het moest met geweld. Zo bezien zijn Kissingers pluspunten (voorkomen en beëindigen van oorlogen) en zijn minpunten (steunen van dictators, geheime bombardementen) twee kanten van dezelfde medaille. Het goede en het kwade waren onlosmakelijk met elkaar verbonden in Kissingers realistische filosofie, het een was de voorwaarde tot het ander. Iedereen moet voor zichzelf beslissen wat het zwaarst weegt.
We kunnen het oordeel ook uitbesteden aan God. Maar als die niet bestaat moeten we misschien over Kissinger ook wel zeggen wat de paus over Richelieu zei: hij heeft gewoon een succesvol leven gehad - als het vleesgeworden spanningsveld tussen macht en moraal dat buitenlandse politiek altijd is.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden