Verder was Kissinger onder meer diplomaat, politicoloog, geopolitiek adviseur en politicus. In de jaren zeventig was hij als buitenlandminister onder Nixon betrokken bij enkele belangrijke wereldwijde gebeurtenissen. Kissinger was een van de architecten van de vredesakkoorden van Parijs, die een einde maakten aan de Vietnam-oorlog.
Ook leidden zijn diplomatieke inspanningen tot de Amerikaanse toenadering tot China, tot gesprekken over wapenbeheersing tussen de VS en de Sovjet-Unie, en verbeterde hij betrekkingen tussen Israël en zijn Arabische buren.
Kissingers reputatie als de belangrijkste architect van het Amerikaanse buitenlandse beleid nam af met het aftreden van Nixon in 1974 vanwege het Watergate-schandaal. Toch bleef hij ook onder diens opvolger Gerald Ford een diplomatieke kracht.
Na zijn carrière als regeringsfunctionaris richtte Kissinger een invloedrijk adviesbureau op in New York, waar hij leden van de wereldwijde zakenelite als cliënten had. Hij had diverse bestuursfuncties op het gebied van buitenlands beleid en veiligheid, schreef boeken en werd een regelmatig mediacommentator over internationale zaken.
Na de aanslagen van 11 september 2001 koos president George W. Bush Kissinger als hoofd van een onderzoekscommissie. Maar de verontwaardiging van de Democraten die een belangenconflict zagen met veel van de klanten van zijn adviesbureau, dwong Kissinger zijn functie neer te leggen.
Maar Kissinger bleef de rest van zijn leven zijn mening geven over geopolitieke kwesties. Zelfs na zijn honderdste verjaardag was Kissinger nog actief. Hij woonde bijeenkomsten in het Witte Huis bij, publiceerde een boek over leiderschapsstijlen en getuigde voor een Senaatscommissie over de nucleaire dreiging van Noord-Korea. In juli bracht hij zelfs nog een bezoek aan Peking om de Chinese president Xi Jinping te ontmoeten.
Velen prezen Kissinger om zijn genialiteit en brede ervaring, maar anderen bestempelden hem als oorlogsmisdadiger vanwege zijn steun aan anticommunistische dictaturen, vooral in Latijns-Amerika.
In de laatste jaren van zijn leven werden zijn reizen beperkt door pogingen van andere landen om hem te arresteren of te ondervragen over het Amerikaanse buitenlandse beleid uit het verleden.
Kissinger ontving in 1973 de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn rol in de onderhandelingen over het vertrek van het Amerikaanse leger in Vietnam. Ook Le Duc Tho uit Noord-Vietnam kreeg de prijs, maar hij weigerde hem.
De prijs was een van de meest controversiële ooit. Twee leden van het Nobelcomité stapten op om Kissingers selectie. Zij waren kritisch over de Amerikaanse geheime bombardementen om Cambodja tijdens de oorlog in Vietnam.
Source: Nu.nl algemeen