‘Hiermee zeggen wij tegen Den Haag: kijk nou verder dan het thema bestaanszekerheid’, zegt Will Tiemeijer, staflid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). ‘Dat is slechts de basis.’ In zijn hand houdt hij een rapport met de titel Grip. ‘Mensen willen hun levensdoelen verwezenlijken. Het beleid moet de voorwaarden daarvoor scheppen, zodat ze het gevoel hebben controle over hun leven te hebben. Dat is wat we bedoelen met ‘grip’.
Over de auteur
Haro Kraak is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over cultureel maatschappelijke onderwerpen als identiteit, gender, polarisatie, extremisme en levenseinde.
Een week na een electorale aardverschuiving komt de WRR met een lijvig rapport, geschreven door gedragskundige Tiemeijer en bestuurskundige Mark Bovens. De inzet is ambitieus: een nieuwe manier van denken onder beleidsmakers gemeengoed maken. ‘Ze zouden zich bij al die beleidsmaatregelen de vraag moeten stellen: draagt dit bij aan het vergroten van grip’, aldus Tiemeijer.
Iets soortgelijks lukte de WRR met een rapport uit 2017. In reactie op de participatiesamenleving werd het begrip ‘doenvermogen’ geïntroduceerd. Nu is er op ministeries een toets daarvoor ingevoerd waarbij ambtenaren zich moeten afvragen: gaat deze regeling uit van realistische aannames over de mentale capaciteiten van burgers?
Dit nieuwe rapport bouwt daarop voort. Tiemeijer: ‘Nu stellen we de vraag: welke mogelijkheden heb je om invloed op je omgeving uit te oefenen? In een land waar steeds minder mensen een vaste baan hebben of een betaalbare woning kunnen vinden, ervaren veel mensen stress door onzekerheid – wat weer een bron is van allerlei andere ellende.’
Grip is een belangrijke voorspellende factor van allerlei sociaaleconomische verschillen, blijkt uit een berg onderzoek. De kernzin: ‘Wanneer mensen onvoldoende grip op hun leven ervaren, kan dat leiden tot meer gezondheidsproblemen, eerder overlijden, meer maatschappelijk onbehagen en mogelijk zelfs complotdenken.’
Hoewel een deel van de bevindingen tijdloos zijn, doet het hoofdstuk over maatschappelijk onbehagen ook sterk denken aan de afgelopen verkiezingscampagne. Het rapport haalt onderzoek aan waaruit blijkt dat een gebrek aan persoonlijke controle kan leiden tot een sterker denken in termen van ‘zij’ tegenover ‘wij’ en tot een grotere voorkeur voor ‘sterke leiders’.
Ook kunnen mensen ‘in reactie op een controlebedreiging meer macht toeschrijven aan vijanden of op zoek gaan naar zondebokken, en een sterkere voorkeur hebben voor eenvoudige interpretaties van de wereld, met duidelijke oorzaak-gevolgrelaties’. Niet gek dus, schrijven Tiemeijer en Bovens, dat er een verband is met de neiging tot complotdenken.
Gevraagd naar de parallellen met de actualiteit, zoals de sterke neiging in de campagne om migranten de schuld te geven van allerlei problemen, houdt Tiemeijer zich op de vlakte. ‘Het is mijn rol niet om te oordelen over de verkiezingen.’
Liever praat hij over het psychologische mechanisme dat onder die denkpatronen ligt. ‘Het idee is dat mensen behoefte hebben aan een wereld die in bepaalde mate voorspelbaar en stuurbaar is, een zekere structuur heeft. Het is een bijna existentiële leegte die achterblijft als je denkt: we leven in een volstrekt chaotische, toevallige wereld.’
Daar komt de theorie van ‘compenserende controle’ uit voort. Tiemeijer: ‘Als iemands persoonlijke controle wordt ondermijnd, wordt de behoefte aan controle elders groter. Het gekke is: mensen veronderstellen liever dat er ergens een kwade genius is die het allemaal zo heeft geregeld dan dat ze concluderen: er is helemaal niemand in controle.’
Van voormalig SCP-directeur Paul Schnabel komt de gevleugelde uitspraak ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’. Lang was dat een perfecte beschrijving van het sentiment in Nederland. Tiemeijer brengt daar nu een belangrijke nuance in aan. ‘Voor een deel geldt eerder: met mij gaat het niet goed en eigenlijk met de samenleving ook niet.’
Voorheen werd verondersteld, zegt Tiemeijer, dat mensen de zorgen op microniveau los konden zien van de macrozorgen. ‘Dat hebben we nu weerlegd. Daar ligt een belangrijke boodschap voor beleidsmakers: maatschappelijke zorgen zijn soms verhulde persoonlijke zorgen.’
In het rapport doen Tiemeijer en Bovens enkele concrete aanbevelingen voor beleidsmakers om de grip van burgers te vergroten, bijvoorbeeld door mensen meer flexibiliteit op werk te geven wanneer zij mantelzorg moeten verlenen. Of door de regels van sociale huur te versoepelen, zodat meer mensen in een huis kunnen wonen.
Ook geven ze een voorzet voor meer ‘collectieve controle’: investeer in plannen die aansprekend en solide zijn, zodat burgers een perspectief op een betere toekomst hebben. Tiemeijer: ‘Het idee dat er een plan is om problemen aan te pakken, kan de scherpe kantjes van het onbehagen halen.’
De beste vergelijking noemt hij de Deltawerken. ‘Er ontstond een plan, een vergezicht, er kwam geld voor en enkele decennia later was het volbracht. De overheid heeft later een zekere schroom gehad om groot uit te pakken. Wij zeggen: wees toch iets ambitieuzer. Neem de klimaatadaptatie. Hoe gaat Nederland weer de strijd aan met het water? Een aansprekend plan is een perspectief dat houvast kan geven.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden