Home

Asielzoekers mogen voortaan onbeperkt werken, wat betekent dat precies?

Asielzoekers die in Nederland willen werken, krijgen te maken met tal van arbeidsbelemmeringen. Zo geldt het eerste half jaar van hun verblijf een arbeidsverbod. Daarna hebben ze een tewerkstellingsvergunning van het UWV nodig om aan de slag te kunnen. Wie door die bureaucratische molen is gegaan en eenmaal aan het werk is, loopt op tegen een van de grootste beperkingen: het mag maximaal maar 24 weken per jaar.

Overheidsadviseurs als de Adviesraad Migratie, het COA en de WRR roepen al langer op die maximale termijn te schrappen. Hij zou de integratie in de weg staan en indruisen tegen Europese wetgeving. In de zaak die een Nigeriaanse migrant aanspande tegen het UWV heeft de Raad van State woensdag, in navolging van twee lagere rechtbanken, een streep gezet door de 24-weken-eis. Deze is inderdaad onwettig.

Over de auteur
Marieke de Ruiter is economieredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

De hoogste bestuursrechter spreekt van ‘een uitspraak met grote gevolgen’. En dat is het ook: minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kondigde woensdagochtend aan direct de regels te wijzigen. Het UWV laat werkgevers weten dat alle 1.193 lopende tewerkstellingsvergunningen van asielzoekers die nu aan het werk zijn stante pede kunnen worden verlengd.

De uitvoeringsorganisatie is ‘tevreden met de uitspraak’. ‘Nu weten asielzoekers en werkgevers waar zij aan toe zijn’, aldus een woordvoerder. ‘En vanuit arbeidsmarktperspectief biedt het verlichting. We kunnen ons niet veroorloven dat mensen aan de kant staan omdat ze niet de mogelijkheid krijgen om te werken.’

De eis moest voorkomen dat asielzoekers het idee kregen dat ze recht hebben op permanent verblijf in Nederland, of − in de ogen van veel rechtse politici nog erger − een uitkering. Bovendien moest de 24-weken-eis een ‘aanzuigende werking’ tegengaan.

‘Drogredenen’, stelt Monique Kremer van de Adviesraad Migratie. ‘Wie geen recht heeft hier te zijn, verliest sowieso zijn uitkering. Uit onderzoek blijkt bovendien dat regelgeving geen rol speelt in de afweging van een vluchteling om naar een land te reizen. Duitsland en België kenden bijvoorbeeld al geen 24-weken-eis.’

Het beleid werkt eerder averechts. Doordat de toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers wordt beperkt, zijn zij minder aantrekkelijk voor werkgevers. Die hebben weinig zin iemand in te werken die na 24 weken weer vertrekt. Het betekent dat asielmigranten uiteindelijk vaker afhankelijk worden van een bijstandsuitkering. Zo had van de asielzoekers die in 2019 een verblijfsvergunning kregen slechts 13 procent na twee jaar een betaalde baan. Dat staat in schril contrast met de Oekraïense ontheemden. Die mochten wel direct én onbeperkt werken. Na anderhalf jaar was de helft aan de slag.

Dat er onder de asielmigranten veel onbenut potentieel zit, blijkt uit onderzoek van Regioplan. Dat telde tussen 2017 en 2021 bijna 38 duizend personen in de asielprocedure die hier potentieel zouden kunnen werken. En zij wíllen dit ook, blijkt uit datzelfde onderzoek. Toch ging maar 4 procent daadwerkelijk de werkvloer op. Dat betekent dus dat er nog een wereld te winnen is.

Toch waarschuwt Kremer ook voor al te veel wensdenken. Want de belangrijkste belemmering is misschien van tafel, er zijn er nog veel over: het arbeidsverbod van een half jaar geldt bijvoorbeeld nog steeds. Daarnaast hebben asielzoekers nog altijd een tewerkstellingsvergunning nodig. Ook is werken voor asielzoekers niet altijd even lonend. Zodra asielzoekers de arbeidsmarkt betreden, moeten zij een deel van hun verdiensten afstaan aan het COA. Wie bijvoorbeeld een gezin heeft met twee kinderen en het minimumloon (1.995 euro) verdient, moet daarvan 1.384 euro inleveren.

En dan spelen natuurlijk nog de meer praktische belemmeringen bij vluchtelingen: ze hebben geen netwerk, zijn al langer uit het arbeidsproces, hebben geen vervoer om mee naar hun werk te reizen en in grofweg acht van de tien gevallen ook geen startkwalificatie. Bovendien gaat het soms om mensen die mentaal kwetsbaar zijn door wat ze hebben meegemaakt.

Hoewel asielmigranten de afgelopen tien jaar slechts goed waren voor 11 procent van de immigranten, richt het migratiedebat zich vaak op deze groep. Een van de redenen die hiervoor wordt aangedragen, is dat zij − anders dan arbeids- en kennismigranten − vaak niet werken. Nu een belangrijke arbeidsbeperking voor hen wordt weggenomen, kan dat zeker een verschil maken in de manier waarop er over asielzoekers wordt gedacht’, denkt Kremer. ‘Zodra mensen een bijdrage leveren aan de samenleving, gaan we anders naar hen kijken.’

‘Ik ben heel erg blij met het besluit. Ik werk elke dag hier bij de eendenslachterij in Ermelo, dat doe ik met veel plezier. Ik ben in afwachting van de beslissing van het IND of ik in Nederland mag blijven. Eerder mocht ik maar tot zes maanden blijven werken, daarna zat ik thuis en deed ik niets. Ik wil een voorbeeld zijn voor mijn kinderen en bijdragen aan de samenleving hier. Ik wil geen probleemgeval zijn, daarom wil ik werken. Het helpt me ook integreren: door te werken leer ik de cultuur hier kennen.’

‘Mooi, eindelijk wat anders dan: dit mag niet, dat is niet mogelijk. Ik ben heel blij. Mijn man en ik zijn bijna negen jaar in Nederland en willen altijd werken, daarom heb ik ook veel vrijwilligerswerk gedaan. Morgen begin ik bij PostNL, daar ga ik brieven sorteren. Dat doe ik dan drie dagen per week, want ik ga op maandag en woensdag naar taalles. Mijn man was eerst fietsenmaker en is nu automonteur, die moest net als ik steeds zes maanden per jaar thuiszitten. We zijn heel blij dat dat straks niet meer hoeft.’

‘Thuisblijven is waardeloos. Ik kreeg het nieuws vandaag, echt geweldig. Ik ben nu twee jaar in Nederland en aan het begin mag je helemaal niets, je moet alles vanaf nul opbouwen. In Afghanistan was ik leraar en personal trainer, dat zit in mijn bloed. Nu kan ik hier drie dagen werken op een kantoor, een dag in een restaurant en voor de rest doe ik vrijwilligerswerk. Ik ben heel spraakzaam, dus als ik iets zeg of een gebaar maak dat niet klopt, dan vraag ik hoe het wel moet. Die menselijke interactie is heel leerzaam.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next