Als een wederopstanding, zo voelde het onthaal van Woody Allens nieuwe komedie Coup de chance, zijn eerste Frans gesproken speelfilm. Want: een galapremière op het filmfestival van Venetië, afgelopen september, met alles erop en eraan. Ovaties in de zaal én bij het betreden van de pershal. Op de rode loper zag de wankele filmmaker zich vergezeld door echtgenote Soon-Yi Previn (53) en hun twee adoptiedochters Bechet (24) en Manzie (23), die trots poseerden voor de fotografenhaag.
Vooral de Amerikaanse bladen en websites keken ervan op: daar geldt de 87-jarige New Yorkse cineast als persona non grata, sinds de beschuldiging van misbruik door zijn adoptiedochter Dylan Farrow hernieuwd onder de aandacht werd gebracht, in het kielzog van de #MeToo-onthullingen. De zaak werd in de jaren negentig tweemaal uitvoerig onderzocht en als onbewezen verklaard, maar de verse mediastorm resulteerde erin dat Amazon Studios de release van Allens komedie A Rainy Day in New York in 2018 traineerde, en een eerder met de regisseur overeengekomen overeenkomst voor vijf films verbrak.
Allen week uit naar Spanje voor zijn volgende komedie, het weinig opgemerkte en met minder toeters en bellen uitgebrachte Rifkin’s Festival (2020). Ondertussen werd de geplande boekdoop van Allens memoires Apropos of Nothing gekielhaald door stakende medewerkers van de Amerikaanse tak van uitgeverij Hachette, en bleek het almaar moeilijker voor de regisseur om nog Hollywoodsterren te strikken die met hem wilden werken, of dit durfden.
Over de auteur
Bor Beekman is sinds 2008 filmredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en langere verhalen over de filmwereld.
Een dag na de presentatie van zijn nieuwe film zit Allen klaar voor de pers: ontspannen blik, vissershoedje, gehoorapparaat. De eerste reacties op Coup de chance (met een geheel Franse cast) in Venetië zijn gematigd enthousiast: een charmante, maar ook wat luie komedie. Hij heeft die recensies niet gelezen, want dat doet hij nooit.
‘Maar van mensen om me heen hoor ik wel of een film goed wordt ontvangen. Daar kan ik me dan ook best prettig over voelen. Ik hou er alleen niet van om iets specifieks over mijn films te lezen. Dan denk je later toch, als je een nieuwe scène schrijft: o, die en die schreef dat ik dit of dat zo goed deed. En dan probeer je dat misschien wéér te doen. Of als iemand schrijft: o, hij is zo slecht in dit en dat. Dan denk je toch: jee, dat kan ik er voortaan beter uithalen… Nee, het is veel beter om al die dingen niet te weten.’
De première was als een ‘bad vol vleierij’, zegt hij. ‘Niemand heeft een tomaat naar me gegooid of zo.’ Dat de filmmaker weer in Parijs terechtkwam, waar hij eerder al Midnight in Paris opnam (met ruim 150 miljoen euro aan recettes Allens grootste hit), voelt als een logische keuze: ‘Parijzenaars zijn altijd supporters van mijn films geweest, vanaf het begin al. En dat bleef zo, door de jaren heen. Zelfs als ik een film maakte die niet zo goed was, vonden zij er toch nog iets in dat ze wel beviel.’
De titel van zijn nieuwste film, waarin een toevallige ontmoeting tussen twee aantrekkelijke Parijzenaars (Lou de Laâge, Niels Schneider) uit de kunstwereld leidt tot overspel en moord, laat zich vertalen als geluk, of toevalstreffer. Allen noemt zich op dat gebied een ervaringsdeskundige. ‘Ik heb veel geluk gehad. Ik had twee liefhebbende ouders: mijn vader werd ouder dan 100, mijn moeder bijna 100. Zelf verkeer ik mijn hele leven al in een goede gezondheid, ik lag nog nooit in een ziekenhuis.
‘En ik had het geluk dat ik films mocht regisseren, net toen ik dat wilde. Ik had geen enkele reputatie op dat gebied, nul ervaring. En toen belde iemand van Palomar Pictures, een nieuwe filmmaatschappij. Ze konden geen belangrijke mensen strikken omdat ze zo nieuw waren, dus vroegen ze mij. Ik maakte Take the Money and Run, de film die een succes bleek en mijn leven veranderde. Ineens was ik een filmmaker.
‘Match Point, ook een goed voorbeeld. Vijf dagen voor ik ging draaien belde Kate Winslet me op: ze kon de rol toch niet doen, want ze had net een andere film gedraaid en haar kinderen hadden haar nodig. Dus wat zeg je dan tegen haar? Ga níét naar je kinderen? Ik had niemand, terwijl we moesten gaan draaien. En toen bleek Scarlett Johansson vrij, precies op dat moment.
‘Echt, ik had niks dan geluk, die hele film lang. We draaiden in Engeland: als ik een regenachtige dag nodig had dan regende het; als ik een zonnige dag nodig had, was het zonnig. En natuurlijk heb ik ook wel situaties meegemaakt die niet voordelig voor mij uitpakten, maar over het algemeen ben ik zeer gelukkig. Ik heb een prachtige vrouw, twee fijne dochters. Nou kan het best zo zijn dat ik ineens word overreden als ik straks naar buiten loop. Dat was het dan: einde geluk. Maar vooralsnog gaat het goed.’
Voelde hij zich dan niet gekwetst, toen al die bekende acteurs lieten weten niet meer met hem te zullen werken, om andere redenen dan zijn kwaliteiten als regisseur?
‘Nee, geheel niet. Dat is aan hen. Ze bedoelen het goed. Maar ze doen zichzelf tekort, denk ik. En ze maken een fout ten opzichte van mij. Ze zijn dom en onnozel, maar dat is hun recht: het is een vrij land. Ik heb daar geen invloed op. En het speelt geen rol in mijn leven. Wél in de kranten, maar niet als iets praktisch in mijn bestaan. Het heeft me ook niet tegengehouden om films te blijven maken. Het is niet alsof er plots helemaal niemand meer in mijn films wil acteren.’
Toen Paul Verhoeven met Elle zijn eerste Franstalige film opnam, ging de filmmaker daartoe eerst op taalles bij de nonnen. Dat is niks voor hem, zegt Allen. ‘O nee. Als mensen Frans spreken heb ik geen idee waarover ze het hebben. Maar dat was bij het maken van Coup de chance niet van belang. Goed acteren kun je, hoe dan ook, onderscheiden van slecht acteren.
‘Als je een Japanse film ziet, kun je na afloop toch zeggen wie er goed of slecht speelde. Door de emoties, de lichaamstaal. En verder verstaan alle Franse acteurs in mijn film ook Engels. Dus ik kon op de set gewoon tegen ze zeggen: ‘Je was te emotioneel, doe het iets kalmer bij de volgende take.’ En dat deden ze dan gewoon. Helemaal niet moeilijk. Ik kende niemand van de acteurs in mijn film, nooit van ze gehoord. Ik zei gewoon: ‘O, dit meisje vind ik leuk, en hem ook.’ Het waren stuk voor stuk aardige, lieve mensen, zonder vreemde nukken of zo.
‘Het is ook prima als acteurs soms even hun eigen woorden gebruiken, dat ze zelf iets verzinnen. Toen ik Vicky Cristina Barcelona maakte, liet ik Javier Bardem en Penélope Cruz ook zo improviseren. Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee wat ze zeggen als ze in die film naar elkaar schreeuwen in het Spaans. Ik vroeg de Spaanstalige persoon die naast me op de set stond: dit is een gewone ruzie, toch? Niks geks? Jaja, gewone ruzie. Je hoeft het niet allemaal te verstaan, zolang ze je punt maar overbrengen. Daar gaat het om.’
Dat Allen na Coup de chance met pensioen zou gaan als filmmaker, zoemde even rond. ‘Ik kan nog een film maken’, zegt hij nu. ‘Maar ik heb er een dubbel gevoel over. Dan moet ik wéér geld bijeen zien te krijgen. Weer lunchen met allerlei mensen, telefoongesprekken voeren. Het is me altijd gelukt. Mijn films zijn ook niet duur, en ik heb een goede staat van dienst. Niet honderd procent, maar wel goed.
‘Alleen ben ik niet zo gek op het idee dat ik een jaar werk aan een film, die dan twee weken in de bioscoop draait en meteen doorgaat naar streaming en tv. Ik maak al vijftig jaar films. Als ik een goeie maakte, waarover mensen die erheen gingen aan hun vrienden vertelden, was zo’n film een maand of twee te zien, soms zes. Annie Hall draaide een heel jaar in de bioscoop. En als ik een beroerde film had gemaakt, waarover mensen tegen hun vrienden zeiden: verspil je tijd er niet aan, dan was die film korter te zien. Dat was prima, en eerlijk. Dat je film zo snel naar zo’n streamingsdienst gaat, vind ik onbevredigend.
‘Maar goed, als vanavond iemand belt en zegt: hier heb je 12 miljoen dollar, ga maar filmen, dan is het moeilijk om nee te zeggen. Het is vooral het lunchen en bellen met al die mensen, waar ik tegenop zie.’
Ook zijn leeftijd is een factor. ‘Om te beginnen namen mijn acteerklussen af: de romantische hoofdrollen, die kan ik niet meer spelen. Het leeftijdsverschil is te groot, om nog tegenover Scarlett Johansson of Emma Stone te staan en ze te kussen in een film. Ik heb nu een gehoorapparaat. Vind ik ook niet leuk, maar het is nodig. Het ouder worden gaat mij redelijk af, denk ik. Beter althans dan bij sommige andere mensen. Maar over het algemeen kun je zeggen: ouder worden is niet goed. Maar wat kun je eraan doen? Veel vis eten.’
Met zijn nieuwe en eerste Franstalige komedie regisseerde Woody Allen zijn vijftigste speelfilm. Ook op hoge leeftijd blijft de inmiddels 87-jarige filmmaker uiterst productief: 8 titels in de afgelopen 10 jaar (Blue Jasmine, Magic in the Moonlight, Irrational Man, Café Society, Wonder Wheel, A Rainy Day in New York, Rifkin’s Festival, Coup de chance).
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden