Het begon al donker te worden toen ik een grote naaimachinewinkel passeerde. Ik bleef stilstaan en keek naar binnen. Daar bevond zich een helder verlichte zee van honderden naaimachines. Achter één zat een jonge vrouw met een effen gezicht voor zich uit te kijken. Hopper had het tafereel verdienstelijk kunnen schilderen.
‘Ja, en welke moet je dan nemen, he?’ hoorde ik iemand in hees Amsterdams zeggen. Het bleek een vrouw van mijn leeftijd in zo’n chic-slordige jas van schapenvacht, haar lange, deskundig goudblond geverfde haar onder een gebreid mutsje. Een would-be Janis Joplin op leeftijd, in goeden doen. ‘Heb jíj verstand van die dingen?’ vroeg ze lachend. ‘Nee, zeker?’
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Ik lachte verontschuldigend terug, en dacht aan mijn jeugd. Mijn moeder had een elektrische naaimachine. Hij was erg duur geweest, verzekerde ze me keer op keer, (‘bijna een heel maandsalaris van papa!’) maar hij was het dan ook ‘dubbel en dwars waard’. Dat hield in dat ze er jurken op naaide voor haarzelf, mijn zusje en mij. Dat scheelde geld (kleren waren toen veel duurder dan nu) en was bovendien ‘creatief’.
Het was een heel gedoe, dat wel. Mijn moeder worstelde met ritselende patronen en grote lappen stof, de spelden tussen haar lippen geklemd. Daarna volgde het snorren van die machine. Er ging vaak iets mis. Dan veranderde het snorren in bonken, en er puilden grote lussen garen tevoorschijn. Dan moest mijn moeder weer ‘naar de stad’ om hem te laten repareren. Dat kostte ook weer geld. En die machine was al zo duur geweest.
Veel liever dan die zelfgemaakte jurken wilde ik trouwens ‘gewone’ kleren van C&A, net als de andere kinderen in mijn klas. Maar C&A was ‘burgerlijk’, dus die kreeg ik niet. Ach, wat benijdde ik Maud, Monique en Jolanda, met hun oranje nylon bloesjes en Palomino-spijkerbroeken!
‘Ik heb niks met handwerken’ onderbrak de vrouw naast me mijn gepeins. ‘Maar nu wil mijn dochter een naaimachine voor Sinterklaas. Een naaimachine!’ Haar ontstelde blik deed vermoeden dat ook zíj het slachtoffer was geweest van zelfgemaakte jurken.
‘Ze wil d’r eigen kleren gaan maken, zegt ze’, vervolgde de vrouw. ‘Dat wordt niks, natuurlijk, en trouwens ze heeft een kast vol, dus wat zál ze nog zelf maken? Nou ja, voor het geld hoef je het niet te laten...’
Ze wees in de etalage. Ongelovig keek ik mee. Het was zó 99 euro voor een complete naaimachine, glimmend, gloednieuw en hoogstwaarschijnlijk nutteloos.
Ik dacht aan mijn moeder, met de spelden tussen haar lippen.
Bedroefd liep ik naar huis.
Source: Volkskrant