In Frankrijk zijn steeds meer mensen afhankelijk van voedselhulp. Op het geïsoleerde platteland is de situatie extra kwetsbaar. De rijdende voedselbank van Restos du Coeur moet daar verandering in brengen. ‘Misère op het platteland houdt zich verstopt.’
Zelfs de knalrode broodautomaat, het enige teken van bedrijvigheid in Ors, is leeg. Het Noord-Franse dorpje ligt er prachtig maar uitgestorven bij; rode bakstenen huizen steken af tegen een grijze lucht vol miezerwolken. Zo’n 650 inwoners telt Ors, maar op een doordeweekse ochtend is hier niemand te zien. Het dorpscafé is jaren geleden gesloten, er is geen bakker of supermarkt waar de mensen elkaar ontmoeten voor boodschappen of een praatje.
Ors ligt in het hart van wat ze bij hulporganisatie Restos du Coeur (Restaurants van het Hart) een ‘zone blanche’ noemen, een witte zone: afgelegen gebied waar het dichtstbijzijnde centrum voor voedselhulp op meer dan 15 kilometer afstand ligt. In heel Frankrijk kampen mensen met de gevolgen van de flink gestegen kosten van levensonderhoud, en Restos du Coeur ziet het aantal hulpvragen exploderen. Maar juist hier op het platteland zijn inwoners extra kwetsbaar. Om inkopen te kunnen doen is men vaak afhankelijk van een auto, terwijl de benzinekosten zijn gestegen. En bovendien: voor wie het niet redt, zijn ook de voedselbank of andere hulporganisaties minder goed bereikbaar.
Daar moet de rijdende voedselbank van Restos du Coeur verandering in brengen. Sinds maart gaat de Franse hulporganisatie hier wekelijks van dorp tot dorp om juist op afgelegen plekken gratis boodschappen te brengen. Ors is vandaag de eerste stop op de route. Rond kwart voor negen – het team van zes vrijwilligers is dan al twee uur in touw – houdt de voedselbus halt bij het gemeentehuis.
Pas als de achterdeuren openzwaaien wordt het logo met roze hart, mes en vork zichtbaar, een bekend symbool in Frankrijk. Van buiten is de bus opzettelijk wit gehouden. ‘Juist op het platteland is het belangrijk om discreet te zijn’, zegt Philippe Debaupte, die leiding geeft aan het vrijwilligersteam. ‘Misère op het platteland houdt zich verstopt.’
De schaamte is voelbaar; in de stilte waarmee de ‘klanten’ zich in de rij voor de bus scharen of het ontwijken van gesprek, maar ook in de reactie van de buitenwereld. In Catillon, na Ors en Bazuel de derde stop op de route, moeten de boodschappen in een lokaaltje worden uitgedeeld in plaats van rechtstreeks vanuit de bus. Een verzoek van de burgemeester, legt Debaupte uit. Op die manier blijft hulp zoveel mogelijk uit het zicht. ‘Sommigen van hen willen er niet aan dat hun gemeente kampt met armoede.’
Tegelijkertijd is in heel Frankrijk het aantal mensen dat afhankelijk is van voedselhulp de afgelopen maanden fors gestegen. In mei waarschuwde onderzoekscentrum Crédoc dat 16 procent van de Fransen niet genoeg te eten heeft om hun honger te kunnen stillen. Restos du Coeur zag het aantal hulpvragen zo fors stijgen dat het onlangs de noodklok luidde: voor het eerst moet het deze winter mensen weigeren. Tot dusver hielp de organisatie dit jaar 1,3 miljoen mensen, 200 duizend meer dan in het hele voorgaande jaar. En als er niet snel iets verandert, houdt Restos du Coeur binnen nu en drie jaar op te bestaan.
Het is een direct gevolg van de inflatie en energiecrisis, die bovendien ook voor hulporganisaties zelf het leven duurder maken. De Franse regering schoot dit najaar te hulp met 15 miljoen euro extra steun aan Restos du Coeur, en ook ’s lands rijkste man Bernard Arnault, van luxeconcern LVHM, zegde een gift van 10 miljoen euro toe om de organisatie te redden. Desondanks wordt ook de inhoud van de voedselpakketten vanaf dit najaar kariger om aan zo veel mogelijk verzoeken te voldoen.
In grote Franse steden als Parijs maken ellenlange rijen voor de voedselhulp intussen vast onderdeel uit van het straatbeeld. Op het Noord-Franse platteland moeten de vrijwilligers alles uit de kast trekken om te zorgen dat men daadwerkelijk om hulp durft te vragen, vertelt vrijwilliger Marie-Françoise Houliez. ‘Het kost veel tijd om vertrouwen op te bouwen. Daarom doe ik zo familiair mogelijk.’
Zoals bij Eugène, een kleine man met borstelig stekelhaar die onwennig rond de bus drentelt. Hij is gepensioneerd, zoals een aanzienlijk deel van de mensen die bij de voedselbus aankloppen, al zijn er ook veel alleenstaande ouders bij. ‘Het probleem is dat Eugène niet kan lezen en schrijven’, vertelt Houliez. ‘Daardoor loopt hij vast in zijn pensioenaanvraag. Nu heeft hij helemaal geen inkomen.’
Maar voordat ze hem daarbij zou kunnen helpen is eerst nog meer vertrouwen nodig. ‘Kom, je moet op de foto!’, roept Houliez zodra Eugène zijn boodschappen heeft ingeladen. Lachend haakt ze haar arm door de zijne. Eugène lacht bedeesd, maar laat het zich aanleunen en loopt dan gauw met de boodschappen terug naar huis. ‘Voor nu is het al mooi dat hij bij ons komt', zegt Houliez als de bus weer op de terugweg is naar het depot in Valenciennes. ‘Zoals je hebt gemerkt: hier binnenlopen is voor mensen al heel erg dapper.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden