Lithografie Door toedoen van een gulle museummedewerker toont het Van Gogh Museum in Amsterdam nu alle drie de litho’s van de ‘Koffiedrinkende oude man’.
De zeldzame, complete serie van drie litho’s (steendrukken) van de Koffiedrinkende oude man die Vincent van Gogh in 1882 maakte, is vanaf woensdag 29 november voor het eerst samen in het Van Gogh Museum te zien. Het museum had al twee afdrukken: de derde was ruim een halve eeuw zoek, en werd dit voorjaar ontdekt door kunsthandelaar Chris Uhlenbeck en in Leiden geveild.
Het museum kon zo snel de koopsom van ruim twee ton niet ophoesten. Maar de particuliere koper die de derde litho op de veiling kocht, maakt de completering van het lithotriptiek nu mogelijk. Want de koper, Monique Hageman, die sinds 1986 als onderzoeksassistent bij het Van Gogh Museum werkt, heeft de litho in bruikleen gegeven, en is van zins het na haar overlijden aan het museum te schenken.
Van Gogh, vooral bekend als schilder, maakte in zijn leven maar negen lithodruk-series: acht, waaronder de Koffiedrinkende oude man, in Den Haag. Hij wilde van zijn lithodrukken een idealistisch kunst-voor-het volk-project maken, betaalbare kunst in oplage. Maar het ‘volksgrafiek’-experiment kwam niet echt van de grond. De litho-oplages bleven laag. Van de Koffiedrinkende oude man maakte Van Gogh drie afdrukken, waarvan hij er twee cadeau deed aan kunstenaarsvrienden. Zoals het in Leiden opgedoken exemplaar, dat hij de schonk aan de schilder Anton van Rappard.
De lithoserie de Koffiedrinkende oude man is om drie redenen bijzonder. Ten eerste bewerkte Van Gogh elk van de drie litho’s nog apart met de hand. Hij corrigeerde delen waarmee hij niet tevreden was. De drie litho’s geven zo samen „een uniek kijkje in Van Goghs artistieke proces”, aldus het museum, dat ook de ontwerpschetsen bezit.
Ten tweede is de oude man op de litho’s een van Van Goghs favoriete modellen uit zijn Haagse periode. Het gaat om Adrianus Jacobus Zuyderland, oorlogsveteraan van 71 uit een Haags armenhuis. Van Gogh tekende hem vaak, onder meer met een zuidwester op als visser. En hij baseerde ook zijn schilderij Op de drempel van de eeuwigheid, nu in het Kröller-Müller, op diens gestalte. Zuyderlands doorleefde gelaat met „zijn witten baard & ouderwetschen, ouden hoogen hoed” beviel Van Gogh enorm, zoals hij zijn broer Theo schreef.
En dan is de lithoserie ook nog een markant voorbeeld van zijn interesse in grafiek, waarover hij in 1883 schreef: „Het drukken heb ik altijd een mirakel gevonden, een dergelijk mirakel als het tot een aar worden van een korrel graan. Een alledaagsch mirakel – juist omdat het alledaagsch is te grooter, men zaait één teekening op den steen of in de etsplaat en men oogst er eene menigte van.”
Source: NRC