We zijn een week en een vrachtlading columns, beschouwingen en analyses verder; de verkiezingsuitslag is niet saai geweest. Nu wil het geval dat ik van Marokkaanse origine ben en het islamitische geloof belijd. Die twee zaken maken dat ik de afstand en objectiviteit mis om mijn licht te laten schijnen op wat er nu speelt. Het is beter dat aan anderen over te laten, er zijn er genoeg die de pen oppakken. Maar om het nou totaal te negeren, is ook gekunsteld. Ik ga het daarom zo doen: hieronder treft u enkele gedachten die de afgelopen week kriskras door m’n hoofd zijn geschoten.
Een dag na de verkiezingen hief de heer Wilders met zijn PVV-fractie een champagneglas: ‘Op Nederland en de Nederlanders!’ Ik keek naar de slagroomtaart die voor hem op tafel stond, naar het schattige miniatuurvlaggetje ernaast met onze nationale driekleur en dacht: hij heeft het niet over mij. Hij bedoelt Henk en Ingrid. De échte Nederlanders.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een vriendin, die dezelfde achtergrond heeft als ik, had mij toen al laten weten dat ze een Marokkaans paspoort gaat aanvragen. ‘Je weet maar nooit’, zei ze strijdvaardig, ‘het is graag of niet hoor!’ Ik vroeg me af waar mijn Marokkaanse identiteitskaart eigenlijk ligt, ik heb dat ding in geen tijden meer gezien. Hij is ook al minstens tien jaar verlopen, maar ik heb nooit zin om naar het consulaat te gaan omdat ik een opgewekt mens ben dat van het leven houdt. Het is nog nooit iemand gelukt zich zonder zelfhaat door de wringer van de Marokkaanse bureaucratie te persen, die klus schuif ik dus liever voor me uit. Vooralsnog kom ik ermee weg: de laatste keer dat ik naar Marokko ging, overhandigde ik mijn verlopen ID-kaart met een stralende glimlach en een jengelende, naar een volle poepluier riekende baby op m’n arm. De Marokkaanse douaneambtenaar schudde z’n hoofd en wenste me een fijne vakantie.
Nee, anders dan mijn vriendin wilde ik na de verkiezingsuitslag niet naar het consulaat rennen. Mijn daad van verzet ging een andere kant op; ik riep dat ik een hoofddoek zou gaan dragen. Daar heb ik helemaal geen zin in, ik heb al genoeg aan m’n hoofd, maar als het zo normaal wordt om weg te dromen bij de woorden ‘minder islam in Nederland’ krijg ik de neiging er een schepje bovenop te doen. Ik laat me niet zomaar uitwissen.
Nederlandse vrienden, daarmee bedoel ik de normale Nederlanders, vertelden me dat ik het niet persoonlijk moet opvatten. De verkiezingsuitslag moet worden gezien als een proteststem tegen de oude politiek. Bovendien zou de PVV enkel zo groot zijn geworden juist omdat de heer Wilders mild is geworden. Ik heb toen het verkiezingsprogramma er nog eens bij gepakt, daar met een kopje thee naar zitten kijken en vond het inderdaad maar semi-verschrikkelijk. Een mens stompt af, na twintig jaar consequente Wildersretoriek.
Inmiddels zijn die 37 zetels voor de PVV oud nieuws, en zoveel zal er heus niet veranderen voor Marokkanen en moslims in dit land. Zo gaan die dingen: je schrikt, raakt even in paniek, maar kijkt dan om je heen en constateert opgelucht dat alles er nog hetzelfde uitziet. Het leven kan door. Zo schuiven we elke keer een stukje verder op, daarna nog weer een stukje verder en dan, nou vooruit, wéér een stuk verder, tot de PVV op een dag geen constitutionele bedreiging meer lijkt te zijn. Wat er verder in Polen en Hongarije is gebeurd met de rechtsstaat, dat is voor ons hier niet relevant.
Source: Volkskrant