In de International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) zijn de burgerschapscompetenties en kennis van leerlingen uit de tweede klas van de middelbare school in 24 verschillende landen met elkaar vergeleken. Omdat het Nederlandse onderwijs sterk verschilt met het onderwijs in bijvoorbeeld Taiwan, hebben de onderzoekers vooral gekeken naar landen die qua sociaal-economische en culturele ontwikkeling dicht bij Nederland staan.
Daaruit komt naar voren dat de kennis van Nederlandse leerlingen over burgerschap beduidend lager ligt dan in de Scandinavische landen en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen (Duitsland doet op deelstaatniveau mee aan het onderzoek). Zo scoort Nederland gemiddeld 508 punten op de kennistoets die is afgenomen bij leerlingen, en Zweden bijvoorbeeld 565.
Ook het vertrouwen in de overheid blijft achter op de andere vergelijkbare landen: in Nederland heeft 73 procent van de scholieren vertrouwen in de overheid, in Noorwegen is dit 86 procent. Dat neemt niet weg dat vier op de vijf Nederlandse scholieren vertrouwen hebben in de democratie. Driekwart zegt in de toekomst te gaan stemmen.
In totaal deden 2.609 Nederlandse leerlingen van 124 scholen mee aan het onderzoek. Ze kregen vragen voorgelegd als: waarom is het ondemocratisch als agenten de aanklacht voor een ernstig misdrijf tegen Tom laten vallen als ze erachter komen dat zijn vader een belangrijke politicus is? In Nederland gaf 60 procent van de leerlingen het juiste antwoord (‘In een democratie is iedereen voor de wet gelijk’).
Uit de resultaten blijkt dat vergeleken met 2016, de vorige keer dat Nederland meedeed aan het onderzoek, de burgerschapskennis is gedaald. Deze trend is ook zichtbaar in de andere landen die meededen aan het onderzoek. In de jaren daarvoor zat de burgerschapskennis juist in de lift.
De onderzoekers willen niet hun vingers branden aan een mogelijke verklaring voor deze ontwikkeling. ‘Het is aan scholen en beleidsmakers om op basis van onze bevindingen te bepalen hoe het burgerschapsonderwijs beter vormgegeven kan worden’, zegt Anne Bert Dijkstra, hoogleraar onderwijskunde en programmaleider van dit onderzoek, dat is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam (UvA), het Kohnstamm Instituut en de Rijksuniversiteit Groningen.
Sinds 2006 zijn basis- en middelbare scholen in Nederland verplicht om in de klas aandacht te besteden aan ‘actief burgerschap en sociale integratie’, wat er in het kort op neerkomt dat scholieren de democratische spelregels leren om vreedzaam met elkaar samen te leven. In de zomer van 2021 is de wet voor burgerschapsonderwijs aangescherpt, om voor scholen duidelijker te maken hoe ze hieraan moeten voldoen en hier ook strenger op te controleren. Desondanks besteden leraren in Nederland relatief weinig aandacht aan verschillende perspectieven op politieke en maatschappelijke onderwerpen, en aan diversiteit en inclusie, blijkt uit het onderzoek.
Ook zijn de verschillen tussen scholen onderling aanmerkelijk groter dan in andere landen, wat onder meer samenhangt met het gedifferentieerde Nederlandse onderwijssysteem waarin leerlingen op verschillende niveaus worden geplaatst. ‘Je kunt je afvragen hoe wenselijk die verschillen zijn, aangezien burgerschapscompetenties voor alle leerlingen belangrijke vaardigheden zijn om volop mee te doen aan onze samenleving’, adus Dijkstra.
Volgens Piet van der Ploeg, lector filosofie en pedagogiek aan de Academica University of Applied Sciences in Amsterdam, steekt het onderzoek technisch goed in elkaar. Maar de vragen die de leerlingen krijgen voorgelegd over deelname aan vreedzame protesten of positief denken over immigranten, getuigen in zijn optiek van een vooringenomen ideologische opvatting over wat goed burgerschap is.
Hoewel de onderzoekers stellen dat er naast onderwijs allerlei andere factoren zijn die van invloed zijn op de beleving van de democratische rechtsstaat, wordt volgens Van der Ploeg voorbijgegaan aan het feit dat het de overheid in de eerste plaats zelf valt aan te rekenen dat het vertrouwen zo laag is. Hij wijst op recente gebeurtenissen als de toeslagenaffaire en de gascrisis in Groningen. ‘Minder vertrouwen kan in zulke omstandigheden juist als blijk van goed burgerschap en groot inzicht getuigen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden