De flexibele opiniemaker verdedigt wekelijks een opinie waaraan op dat moment behoefte is. Ditmaal: het worden barre tijden voor satire.
Geert Wilders heeft een gek kapsel. Het uiterlijk van zijn partijgenoot Dion Graus is misschien wel nog gekker. De eerste verkenner heette Gom van Strien en dat is een gekke naam. Wilders heeft ook nog een gek, Limburgs accent en is hij als volwassen man – heel gek – dol op de Droomvlucht in de Efteling.
‘Natuurlijk is de verkiezingsuitslag schrikken’, hoorde ik iemand zeggen, ‘maar het worden wel gouden tijden voor satire.’ Ik vrees dat het tegendeel waar is. De genoemde aanknopingspunten zijn stuk voor stuk totaal oninteressant. Je kunt wel grappen maken over het kapsel van Wilders, maar dat kapsel neemt-ie toch echt zelf, daar ga je ’m niet op pakken.
En dat geldt voor alles rond de PVV: satire moet iets blootleggen, bijvoorbeeld door een eigenschap uit te vergroten, maar er is bij de PVV niets uit te vergroten. Er valt niets aan te tonen met een slimme omdraaiing of een handige metafoor. Je kunt veel van de PVV zeggen, maar het is what you see is what you get. Het is allemaal volkomen duidelijk, hoeveel politiek duiders ook beweren dat er een milde, lieve man verscholen zit achter het masker van de extreem-rechtse politicus van de afgelopen decennia.
Wilders gaat ons voortdurend voorzetjes geven voor domme grappen die hem totaal niet zullen raken. Grappen die je krijgt doorgestuurd met een emoticon erbij die huilt van het lachen. Geert Wilders met vlechtjes en lippenstift en dat hij dan ‘Greet Wilders’ heet. De stem van Geert Wilders die dankzij kunstmatige intelligentie opeens straattaal spreekt. Er zullen appgroepen zijn waarin er smakelijk om wordt gelachen, door mensen die al niet meer lijken te weten wat ze tien jaar geleden zelf ook nog dachten: dat sommige dingen niet normaal mogen worden. Een waarheid die eerst een cliché was en daarna vergeten werd.
Source: Volkskrant