Daar staan we dan. Met onze vurige pleidooien voor gelijke kansen en tegen uitsluiting en vooroordelen. Met onze lespakketten tegen discriminatie, racisme en xenofobie. Met onze lesprogramma’s burgerschap, waarin de werking van de democratie, de Grondwet en de rechtsstaat wordt uitgelegd. Met onze lessen geschiedenis, die tonen hoe de boel in het verleden zo lelijk kon ontsporen.
Daar staan we dan, te kakken gezet met onze doodgoeie bedoelingen, ten hoon van het volk. Losers zijn we, die eindelijk moeten inbinden met dat gemoraliseer, die betutteling en arrogantie, nu een partij die onze diepste overtuigingen lachwekkende linkse hobby’s vindt – een partij zonder leden of partijdemocratie – de grootste is geworden.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Ik schrijf ‘we’. Hoewel ik al jaren niet meer voor de klas sta en ik mijn bedenkingen heb bij burgerschap als basisvaardigheid, heb ik altijd onderschreven dat het een taak van het onderwijs is om kinderen de kernwaarden van de democratie bij te brengen. Daar zal het onderwijs een flinke kluif aan hebben. Het is moeilijk te blijven geloven dat die inspanningen zin hebben.
Niet alleen volwassenen hebben massaal op de PVV gestemd, ook leerlingen zijn naar uiterst rechts opgeschoven. Bij de scholierenverkiezingen, georganiseerd door Pro Demos, stemde 15.87 procent van de scholieren PVV en 13.34 procent Forum voor Democratie. Meer dan bij de echte verkiezingen, daar kregen deze partijen samen 26 procent van de stemmen. Als alleen 18- tot 35-jarigen hadden gestemd, rekende bureau Ipsos uit, had de PVV 41 zetels gekregen. Ook sommige jongeren met een migratieachtergrond stemden PVV.
Was het onwetendheid, kuddegedrag, baldadigheid? Geinige TikTokfilmpjes? Of gewoon: ‘Wilders, lachen man!’ Was het een stem tegen hun ouders, tegen de leraren? Meelopen met de populairste partij in de vriendenkring? Misschien. In 2017 was GroenLinks ineens favoriet onder scholieren, in 2012 de PvdA. Veel ouders stemden nu PVV, maar leraren niet. Volgens een onderzoek van de Algemene Onderwijsbond was eind oktober 1,5 procent van de leden van plan PVV te stemmen. Afkeer van het ‘gedram’ van leraren over het klimaat zal hebben meegespeeld.
Ik moest denken aan de ‘schaduwverkiezingen’ op mijn school, een katholiek lyceum in Amsterdam-Zuid, in 1972. Onze ouders stemden KVP, soms VVD, net als de oerconservatieve leraren. Bij ons leerlingen wonnen de PSP en de PPR glansrijk – niet de bedaagde PvdA, de landelijke winnaar. De PvdA was, zeiden studerende broers en zussen, een ‘regentenpartij’. Geen idee wat dat betekende, maar fout was het.
We kwamen doorgaans niet uit steenrijke gezinnen, maar de meesten hadden nog nooit een fabrieksarbeider van dichtbij gezien. Zonder kennis van zaken – bij geschiedenis vielen we in slaap – waren we heel erg tegen oorlog, de atoombom en uitbuiting van de derde wereld en enorm vóór kraken, de wereldvrede, uitslapen en de gratis pil. We gingen studeren, kregen banen, teleurstellingen en successen en bleven goeddeels op dezelfde partijen stemmen. In ons hoofd en hart bleven we dezelfde, maar op een zeker moment stelden we verbaasd vast dat we, in ogen van velen, een gehate intellectuele elite waren. Wij, met onze kranten, boeken, theater- en museumbezoek en gehuilebalk over het klimaat.
De zege van de PVV is niet simpelweg de schuld van ‘links’, maar links heeft wel slecht opgelet en weggekeken. Waar is het misgegaan? Waarom zoeken mensen met ‘linkse’ wensen – meer woningen, betere zorg, betaalbare energie, hoger minimumloon – het tegenwoordig niet bij links, maar bij een rechtse populist die niet vertelt hoe hij zijn sprookjesbeloften gaat betalen? Waarom wordt de legitimering van discriminatie en uitsluiting, die gewoon in Wilders’ partijprogramma staat, door kiezers losjes gebagatelliseerd? Ik heb de antwoorden niet. Geweldig lesmateriaal – dat wel.
Source: Volkskrant