Home

Opinie: De oplossing voor het onbehagen van de PVV-stemmer ligt grotendeels buiten bereik van ‘Den Haag’

De Partij voor de Vrijheid is een schoolvoorbeeld van een populistische partij. Dat is geen normatieve kwalificatie van die partij, Geert Wilders of het electoraat, maar een toepassing van een sociaalwetenschappelijk begrip. Om een bekende definitie – van expert Cas Mudde – te parafraseren: volgens het populisme staan in de samenleving twee groepen tegenover elkaar, een goed volk versus een corrupte elite. In het populisme is de politiek er om de ‘volkswil’ tot uiting te brengen.

Over de auteur

Roy Kemmers is universitair docent Sociologie aan de Erasmus Universiteit en hoofdredacteur van het populairwetenschappelijke Sociologie Magazine.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Bij het omzetten van die volkswil in beleid, gelden institutionele beperkingen als onnodige obstakels. Dus als er beperkingen worden opgeworpen, voeden die de ontevredenheid. Het de afgelopen dagen veelgehoorde argument ‘maar dat kan helemaal niet’, moet in deze manier van denken worden opgelost: door het wegnemen van zo’n beperking. Denk bijvoorbeeld aan een Nexit (Wilders) of het afschaffen van Artikel 1 van de Grondwet (Fortuyn).

Populisme bestaat voor een belangrijk deel uit anti-institutionalisme: frustratie over regels en procedures, zoals (grond)wettelijke regels en internationale verdragen. Die staan het uitvoeren van de wil van het volk in de weg. Compromissen in coalities en het spel spelen volgens democratische regels, zijn derhalve ook bronnen van frustratie.

Toch zullen Wilders en zijn electoraat bij het vertalen van hun idealen in beleid zulke obstakels onherroepelijk tegenkomen. Dus wacht hen een weg geplaveid met institutionele en procedurele frustraties. Die frustraties zijn voor hen relatief groter dan voor andere partijen die water bij de wijn moeten doen voor regeringsdeelname, omdat het anti-institutionalisme nu eenmaal in het gedachtengoed, in kern van de partij, zit opgesloten.

Daar komt bij dat volgens een substantieel deel van Wilders’ kiezers de macht helemaal niet in Den Haag ligt – dat leerde ik uit mijn promotieonderzoek, waarvoor ik lange diepte-interviews heb gehouden met niet-stemmers en PVV-stemmers. In dat onderzoek maak ik een onderscheid tussen twee soorten ‘machtsoriëntaties’: hoe je de macht definieert. Zo is er een ‘transparante’ en een ‘ondoorzichtige’ oriëntatie. De eerste gaat uit van een situatie zoals beschreven in boekjes over staatsinrichting. Bij een ondoorzichtige machtsoriëntatie heeft Den Haag in werkelijkheid niets te zeggen en ligt de macht bij elites, die vanachter de schermen aan de touwtjes trekken.

Voor de PVV-kiezers met zo’n ‘ondoorzichtige machtsoriëntatie’ belooft Haags beleid niet per se de oplossing voor hun problemen. Dat is van groot belang voor hun belangrijkste thema, immigratie. De onder PVV-stemmers breed bekende ‘Great Replacement Theory’, ook door PVV-Kamerlid Martin Bosma al in 2011 in zijn boek genoemd, stelt dat er een plan is om de oorspronkelijke witte bevolking van Europa te vervangen door immigranten.

Dit plan wordt, in die redenatie, vanachter de schermen, dus buiten bereik van het Haagse beleid, uitgerold. PVV-stemmers die ik interviewde, waren bezorgd dat Wilders’ plannen door zulke ‘onzichtbare krachten’ zouden worden tegengewerkt. En hadden maar weinig vertrouwen dat hun stem op hem nut had.

Een soortgelijke situatie zagen we in de Verenigde Staten, waar Donald Trump – naar goed Amerikaans gebruik – vanuit de machtigste positie ter wereld permanent klaagde over tegenwerkingen vanuit ‘Washington’. Een beproefd recept uit het populistische handboek is om beleidssuggesties te doen die geen meerderheden kunnen halen, om vervolgens te beweren dat jouw goede ideeën worden tegengewerkt. Zo kun je niet-succesvolle wetsvoorstellen (en falend beleid) framen als bewijs voor je stelling dat het niet deugt. Kortom, institutionele frustratie is de brandstof waarop de populistische motor draait.

Al met al is er dus weinig reden aan te nemen dat met het toetreden van de PVV tot een nieuwe regering de ontevredenheid onder al haar kiezers zal verdampen. Om te beginnen omdat het anti-institutionalisme in de vezels zit van het gedachtengoed én omdat het belangrijkste probleem voor een flink deel van de PVV-kiezers, buiten het bereik van het Haagse beleid ligt.

Als Wilders zijn ‘milder’-lijn consequent zou vasthouden en de instituties volledig met rust zou laten, dus zowel zijn inhoud als stijl opzij zou zetten, dan zou de brandstoftoevoer van zijn aantrekkingskracht stokken.

Een kanttekening hierbij is dat het PVV-electoraat sinds de vorige verkiezingen is verdubbeld. Dat betekent dat er veel nieuwe kiezers zijn van wie nog onduidelijk is hoe zij zich verhouden tot deze kenmerken van de PVV. Betekent hun stem dat ze ‘het hele pakket’ onderschrijven of is het ‘slechts’ een stem om de deur voor migratie dicht te doen?

Dat de rechtsstaat binnen het populisme een secundaire rol speelt, is een gegeven. Uit recent onderzoek van politicologen, gepubliceerd op het blog Stuk Rood Vlees, blijkt dat de democratische rechtsstaat zelf ook in toenemende mate onderdeel is van het Nederlandse culturele conflict. Dat is in het licht van mijn analyse dus goed te begrijpen.

Veel kiezers die niet op de PVV hebben gestemd, zijn sinds de verkiezingsuitslag bezorgd dat de rechtsstaat door de PVV zal worden ondergraven en staan in de startblokken om de bestaande instituties te verdedigen. In het debat daarover moeten zij, willen ze enige overtuigingskracht hebben, niet zozeer wijzen op de waarde van de instituties die de PVV ter discussie stelt. Dat druist immers in tegen het PVV-gedachtengoed, waarin die instituties vaak verdacht zijn. In plaats daarvan zouden zij het gesprek moeten voeren over de waarden en principes die deze instituties (moeten) vertegenwoordigen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next