Digitale zorg Digitale zorg is niet nieuw. Maar dat een praktijk in één klap het grootste deel van de zorg bij een online huisartsenorganisatie onderbrengt, gebeurde niet eerder. „We wilden niet afwachten of zich na de zomer plotseling nieuwe huisartsen zouden aandienen.”
De moeder van Johan Machiels kreeg een brief van haar huisarts in Eindhoven. Het was eind september. „Onze huisartsen hebben het druk”, stond er. En om de zorg overeind te houden, komt er vanaf volgende week „een online huisarts voor u”.
Patiënten werd gevraagd een app te installeren. Zorg zou voortaan in de eerste plaats via e-mail, beeldbellen, of de telefoon verlopen.
„De online huisartsen”, stond verderop in die brief, helpen u op dezelfde manier als uw eigen huisarts dat doet: „Ze hebben dezelfde opleiding en dezelfde werkervaring”.
Dat zal allemaal best, dacht Machiels toen hij de brief bij zijn moeder op de deurmat vond. Maar zij is 93 en vindt een gewoon telefoontje met haar smartphone al ingewikkeld. Hoe zou dat straks met beeldbellen gaan? Erger nog vond hij de afstand die nu dreigde tussen zijn moeder en de zorg. Ze komt al tientallen jaren bij praktijk Orion over de vloer. Dáár ging deze brief aan voorbij: „Mijn moeder kent deze online dokters helemaal niet.”
Digitale zorg is niet nieuw. Arene, de online praktijk waarmee Orion in zee gaat, bestaat sinds 2021. De praktijk is bedoeld voor mensen zonder dokter. Arbeidsmigranten, Oekraïense vluchtelingen, mensen die na een verhuizing geen nieuwe huisarts kunnen vinden.
Maar dat een praktijk in één klap het grootste deel van de zorg bij een online huisartsen-organisatie onderbrengt, gebeurde niet eerder.
Waarom nam Orion die stap? Wat betekent dat voor patiënten? Voor de zorg? Gaat dit in de toekomst vaker gebeuren?
Huisartsenpraktijk Orion ligt in stadsdeel Woensel Noord in Eindhoven. Er zijn zo’n zevenduizend patiënten ingeschreven. De praktijk is onderdeel van Stroomz: een organisatie met onder meer tien gezondheidscentra in de regio.
Dokter Dirkjan Vendrig is er praktijkhouder in vaste dienst en al jaren vertrouwd gezicht in het pand aan de Orionstraat. Hij wordt ondersteund door vaste huisartsen in loondienst en enkele wisselende waarnemers. Maar de laatste jaren kampte Orion, net als veel andere praktijken, steeds vaker met een huisartsentekort. Afgelopen zomer werd de situatie zo nijpend, dat de praktijk met sluiting werd bedreigd. Hans van den Bergh, voorzitter van de cliëntenraad: „In vier jaar tijd waren drie huisartsen vertrokken.” Huisarts Vendrig stond er vlak voor de zomer in feite alleen voor.
Het lukte de leiding uiteindelijk Orion in de vakantieperiode open te houden, met hulp van waarnemers en alleen voor zorg die echt niet langer kon wachten. Stroomz-bestuurder Pascale Voermans legt uit dat toen besloten is de hulp van Arene in te roepen, in ieder geval voor een jaar. „We wilden niet afwachten of zich na de zomer plotseling nieuwe huisartsen zouden aandienen.”
Arene is gevestigd in Etten-Leur en heeft ongeveer 35 huisartsen in dienst. Het zijn dokters die graag parttime of vanuit huis werken, zegt Arene-bestuurder Tom Kliphuis, die liever niet elke dag om acht uur ’s ochtends willen beginnen. Soms runden ze in verleden zelf een praktijk, maar willen ze dat niet meer vanwege de administratieve lasten. Ze wonen verspreid door Nederland, een enkeling werkt vanuit het buitenland (Canada, Verenigde Staten).
Zij houden spreekuur vanuit huis, per chat, telefoon of via beeldbellen. Is het vervolgens toch nodig dat een patiënt fysiek een huisarts ziet, dan worden ze doorverwezen naar één van de praktijken waarmee Arene samenwerkt. Kliphuis zegt: „85 procent van de zorg kunnen wij digitaal afhandelen.”
Patiënten schrijven zich in Etten-Leur in, dáár ligt hun medisch dossier: digitale informatie waar de huisartsen van Arene bij kunnen.
In Eindhoven gaat dat anders – het is een nieuwe constructie, ook voor Arene. Patiënten blijven gewoon bij Orion ingeschreven, daar komt dus elk kwartaal het inschrijfgeld van de zorgverzekeraar binnen (de praktijk blijft dus verantwoordelijk voor bijvoorbeeld de spoedzorg en de terminale zorg). Arene krijgt vervolgens betaald per digitaal consult, zoals een huisarts ook voor elk fysiek consult een extra bedrag ontvangt. Het is de bedoeling dat Arene een flink deel van de zorg digitaal overneemt, en op die manier de druk op de praktijk in Eindhoven vermindert.
De cliëntenraad hoort vooralsnog positieve geluiden, zegt de voorzitter. NRC sprak patiënten die zich overvallen voelen. Digitale zorg is lang niet altijd hun keuze en de brief suggereert dat elke zorgvraag – spoed uitgesloten – nu altijd éérst langs een Arene-arts moet.
Johan Machiels probeerde vorige maand de app op de telefoon van zijn moeder te installeren. Maar ondertussen dacht hij ook: „Mijn moeder gaat echt niet met een onbekende huisarts bellen.” Ze is haar man verloren, en wordt zelf ook kwetsbaarder. De zorg wordt ingewikkelder.
Toen Machiels na zijn installatiepogingen bij de praktijk langsging, begreep hij dat ze voor patiënten als zijn moeder een uitzondering kunnen maken. „Als u dat wilt, kunt u gewoon naar de praktijk bellen”, was het antwoord. Johan Machiels: „Dat hadden ze er in die brief toch ook gewoon bij kunnen vermelden?”
Stroomz-bestuurder Pascale Voermans zegt dat die brief „ten onrechte” de indruk wekte dat alle zorg digitaal wordt. Die boodschap heeft voor onrust gezorgd, daarom is er later nog een e-mail verstuurd, zegt ze. De afspraak is dat „chronisch of ernstig zieke patiënten, of kwetsbare patiënten”, onder begeleiding blijven „van de eigen huisarts van Orion”. Alle anderen patiënten nemen contact op met Arene, tenzij er spoed is. Bellen naar de praktijk in Eindhoven kan nog wel, zegt Voermans, maar patiënten kunnen veel eerder (binnen twee werkdagen) bij een online dokter van Arene terecht.
Arene-bestuurder Tom Kliphuis zegt dat digitale zorg nu eenmaal om wat aanmoediging vraagt: „Mensen houden liever vast aan het oude vertrouwde. Je moet ze er een beetje naartoe bewegen.”
Ine Bijnen is 61 jaar en komt al twintig jaar bij dokter Vendrig aan de Orionstraat. „Onze dokter is grandioos”, vindt ze. „Al moet je een hele weg afleggen voordat je voor zijn neus zit.” De druk is al een tijdje hoog, en om die reden zat ze de afgelopen jaren al zo nu en dan tegenover een waarnemer. „Dat is niet erg, in geval van nood.” Maar ze wil niet dat het de norm wordt.
Zorg vraagt om vertrouwen, vindt Ine Bijnen. Zeker als je ouder wordt, en zorgvragen misschien wel wezenlijker. Plekjes waarover ze zich zorgen maakt bijvoorbeeld – het was een paar jaar geleden al eens foute boel. „Ik voer niet zo gemakkelijk meer gesprekken met vreemden.”
Ine Bijnen besloot de app niet te downloaden. Ze is welkom in de praktijk, blijkt nu. „Ik vind digitale zorg een lapmiddel, geen oplossing.” Ze vreest dat zorg zich naar elders verplaatst, als mensen niet snel in de praktijk kunnen worden geholpen. „Die bellen dan ’s avonds of in het weekend gewoon naar de huisartsenpost.” De post is bedoeld voor vragen die niet tot de volgende dag kunnen wachten.
Niet alleen patiënten zijn kritisch, ook huisartsen zijn dat. De artsen van Arene kunnen, na toestemming van de patiënt, alleen de samenvatting van het medisch dossier lezen. Daarin staat „de belangrijkste actuele informatie over de gezondheid van de patiënt”, aldus Orion, denk aan: „actuele medicatie, huidige gezondheidsproblemen, contactmomenten met de huisarts, recente metingen en uitslagen tot 14 maanden terug”.
Is dat voldoende? Zit deze noodgreep de structurele oplossing niet in de weg? En voldoet de zorg op afstand wel aan de definitie van huisartsenzorg?
Dat een vaste huisarts het ideaal is, daarover is iedereen het eens.
Onderzoek laat zien dat een vaste dokter gezondheidswinst oplevert, zegt Jettie Bont, hoogleraar huisartsengeneeskunde (Amsterdam UMC). „Een vertrouwensrelatie met een arts kan snel ontstaan. Maar over het algemeen geldt: hoe beter je elkaar kent, hoe beter de zorg.” Het leidt bijvoorbeeld tot minder ziekenhuisopnames, minder sterfte en betere therapietrouw. En dus ook tot lagere kosten.
Nu zijn er allerlei maatschappelijke veranderingen die dat model ondermijnen, geeft Bont toe. De vergrijzing. Huisartsen die liever in deeltijd willen werken, of niet de verantwoordelijkheid willen van een eigen praktijk. „Maar als we vervolgens kiezen voor digitale zorg, moeten we kritisch bekijken of dat goede zorg is.”
Arene-bestuurder Tom Kliphuis is het ermee eens dat een eigen vaste dokter, dichtbij huis het beste is. „Maar dat is helaas niet overal haalbaar. En dan is het kiezen tussen geen huisarts of een digitale huisarts.”
Hij denkt dat deze oplossing op termijn veel vaker zal voorkomen. Er worden op dit moment „volop gesprekken gevoerd”, zegt hij, met nieuwe partijen. En misschien, zegt Kliphuis, geeft het praktijken zelfs de kans nieuwe patiënten aan te nemen, om te groeien.
Huisarts Isabel van Hövell-Ullmann, van de Landelijke Huisartsen Vereniging, is sceptisch. „De gedachte is: digitale zorg is beter dan niks. Maar is het huisartsenzorg? En moet je het zo belonen?”
Wat huisartsenzorg precies is, is niet wettelijk vastgelegd. Een arts legt een eed af, en moet goede zorg leveren. Maar wat goede zorg is, daarover kun je debatteren. De beroepsgroep sprak wel „kernwaardes” af, zegt hoogleraar Jettie Bont. Volgens die afspraken moet huisartsenzorg ‘persoonsgericht’ zijn, ‘continu’, ‘medisch generalistisch’ en ‘gezamenlijk’. „Als er een tachtigjarige vrouw met knieklachten bij mij komt”, zegt Bont, „dan moet ik haar knie onderzoeken. Maar ik moet ook de context meenemen in mijn overwegingen. Heeft ze trappen in huis? Is ze mantelzorger? En moet ik daarvoor hulp inschakelen?” Voor zulke zorg moet je de patiënt kennen, is dossierkennis nodig, en contact met thuiszorgorganisaties in de wijk. „Het is de vraag of je dat aan een online huisarts aan de andere kant van het land kunt uitbesteden.”
Bont moet ook meteen denken aan een patiënt met een blaasontsteking. „Als die in het verleden vaker blaasontsteking had, met bijvoorbeeld een nierbekkenontsteking, en een resistente bacterie, dan vraagt dat om een agressieve behandeling.” Maar als dat niet in de samenvatting van het medisch dossier staat en je kent een patiënt niet, dan loop je volgens Bont het risico op onderbehandeling: op een ernstig ziektebeloop en zelfs ziekenhuisopname als gevolg. „Door gebrek aan continuïteit zijn patiënten dus slechter af en wordt het alleen maar duurder.”
Kliphuis zegt dat zij niet voor niets onderscheid maken tussen patiënten die online geholpen worden, en patiënten die fysiek een arts moeten zien. „Niet van iedere patiënt en bij iedere zorgvraag hoef je de context te kennen.”
Huisarts Isabel van Hövell-Ullmann vindt dat je dat nu juist het beste kunt beslissen als je de patiënt kent. „Zelfs de simpelste klacht krijgt soms een onverwachte wending.” Toen zij een kind met een ingegroeide teennagel zag, vond ze dat de moeder wel heel vreemd reageerde. „Daar bleken thuis problemen te spelen, ook kindermishandeling.”
Bont vindt dat met de komst van nieuwe initiatieven de vraag waar huisartsenzorg aan moet voldoen, een nieuwe discussie verdient. „Het zou mooi zijn als de zorgverzekeraar continuïteit van zorg beloont. Dat er bijvoorbeeld verschillende tarieven komen en zorg door een vaste huisarts anders wordt bekostigd.”
Op diverse plekken in Nederland is sprake van een huisartsentekort. De verwachting is dat dit probleem groter wordt, door de vergrijzing bijvoorbeeld en door de aanstaande pensionering van huisartsen.
Als reactie op dat tekort ontstaan er nieuwe vormen van huisartsenzorg: in de kern draait het bij al die initiatieven om schaalvergroting en digitale oplossingen.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zijn dit jaar een onderzoek begonnen naar dit soort „nieuwe, innovatieve ketens van huisartsenzorg”. De IGJ en de NZa willen weten of deze initiatieven wel voldoen „aan de normen voor de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg zoals die voor alle huisartsen gelden”. Directe aanleiding is het groeiend aantal klachten over ketens als Co-Med, Centric Health en Quin Dokters, vanwege lange wachttijden en slechte bereikbaarheid.
Vorige week blokkeerde de NZa de overname van twee huisartsenpraktijken in Bergen op Zoom door commerciële huisartsenketen Co-Med. De NZa is er niet van overtuigd dat Co-med voldoende huisartsenzorg kan regelen voor de patiënten van de praktijken. Het is voor het eerst dat de NZa een overname van de keten tegenhoudt.
Source: NRC