Home

Waarom De Groene Amsterdammer, die volstaat met ‘loodzware’ essays, zo populair is

De Groene Amsterdammer staat vooral te boek als ‘loodzwaar’ en ‘onleesbaar’ – toch groeit de oplage van het blad gestaag. Hoofdredacteur Xandra Schutte: ‘Ondanks de ontlezing zullen er altijd lezers zijn. En de laatste lezer zal De Groene lezen.’

De wekelijkse vergadering van De Groene Amsterdammer is eind oktober een half uur bezig als redacteur Casper Thomas zegt een profiel te willen schrijven over Henry George. ‘Dat is een vergeten Amerikaanse sociaal theoreticus die leefde aan het einde van de 19de eeuw’, vertelt hij tijdens de redactievergadering van het weekblad, dat is gevestigd in hartje Amsterdam, op loopafstand van de kroegen en boekwinkels op het Spui.

Rond de lange witte tafel zitten zo’n twintig redacteuren, onder wie belezen slimmerds zoals Marja Pruis, die in literaire kringen wordt beschouwd als de koningin van het persoonlijke essay. Aan haar linkerzijde zit Joost de Vries, die na zijn debuutroman in 2010 door NRC tot de nieuwe Mulisch werd gebombardeerd. Rechts van Pruis zit Jan Postma, schrijver van twee essaybundels: Is dit alles (2021) en Vroege werken (2017).

Ondanks al die verzamelde kennis kijkt iedereen glazig voor zich uit als Thomas over George begint. Iedereen, behalve Koen Haegens, die dit jaar in zijn boek Op zoek naar de verstrooide tijd de ‘haastmaatschappij’ duidde aan de hand van denkers als Heidegger en Kierkegaard. ‘Henry George!’, roept hij! ‘Henry George!’, bevestigt Thomas.

Over de auteur
Gijs Beukers is mediaredacteur bij de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Nice’, zegt Haegens.

‘Ken jij hem?’, vraagt hoofdredacteur Xandra Schutte.

‘Zeker!’, zegt Haegens, die tot 2022 bij de Volkskrant werkte. ‘In Nederland heb je de beweging van de georgisten, die bestaat uit een paar oude mannen. George wordt in Nederland weer populair vanwege de huizenmarkt.’

Thomas knikt. ‘Hij verzette zich tegen rent seeking.’ Het stuk wil hij schrijven voor het dubbeldikke kerstnummer.

Het is duidelijk: De Groene Amsterdammer is een blad voor het ‘denkende deel der natie’. Specifieker: voor de ‘culturele en intellectuele elite of voor wie zich daar gaarne toe rekent’. Dat schrijft journalist Rob Hartmans in Geestdrift met verstand – Geschiedenis van De Groene Amsterdammer van 1877 tot nu, een boek uit 2020 dat, in de geest van het onderwerp, uit heel veel woorden bestaat – het telt ruim zevenhonderd pagina’s.

Wie alle onderzoeken leest over ontlezing en krimpende concentratiebogen, zou kunnen denken dat De Groene Amsterdammer, waarvan de bezorger wekelijks een intimiderende leeslast op de mat legt, ten dode is opgeschreven.

Het tegendeel is waar. Waar concurrerende opiniebladen als Vrij Nederland en EW (voorheen Elsevier Weekblad) de afgelopen decennia fors zijn gekrompen, floreert De Groene, zoals lezers het blad liefkozend afkorten. De oplage is sinds 2008 verdubbeld en dat komt niet alleen door oudere lezers. De ‘havermelkelite’, die bestaat uit progressieve yuppen, ziet het blad als statussymbool.

‘Zwetend hebben we het blad door de jaren zeventig en tachtig getrokken, almaar hopend dat het overeind zou blijven’, zegt oud-redacteur Geert Mak telefonisch. ‘Verdorie nog an toe, het is gelukt en het bloeit als nooit tevoren!’

Eerst over die naam. Wie zich tijdens boerenprotesten kenbaar maakte als journalist van De Groene Amsterdammer kon niet rekenen op een warm onthaal, vertellen hoofdredacteur Xandra Schutte (60) en adjunct Joost de Vries (40) in het kantoor van eerstgenoemde. Maar daar liggen twee misverstanden aan ten grondslag. Het blad richt zich niet op Amsterdam, maar op heel Nederland. Slechts een op de vijf lezers woont in de hoofdstad. Ook in universiteitssteden, rond Haarlem en in ’t Gooi leest men De Groene.

Daarnaast heeft ‘Groene’ niets met de milieubeweging te maken, maar met de kleur van het omslag in de jaren tachtig van de 19de eeuw. Eerst heette het blad De Amsterdammer, in 1925 kreeg het de huidige naam.

De Groene, die dit jaar het 145-jarig bestaan viert, is wél altijd progressief geweest. Het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn wordt in De Groene bekritiseerd op het moment van onthulling, in 1893. ‘Een moordenaar was ik… maar ik moordde met succes’, schreef cartoonist Johan Braakensiek onder zijn tekening. Voor vrouwenkiesrecht pleit het blad op het moment dat van algemeen mannenkiesrecht nog lang geen sprake was.

Latere standpunten hebben de tand des tijds minder goed doorstaan. ‘Boer, dichter, staatsman’, is de kop boven een lyrisch stuk uit 1949 over de leider van de nieuwe Volksrepubliek China, Mao Zedong. Bij het overlijden van Jozef Stalin in 1953 wordt geschreven dat de geschiedenis zal uitwijzen dat de Sovjet-leider ‘een staatsbouwer bij uitstek’ is geweest.

Velen beschouwen De Groene in die tijd als cryptocommunistisch weekblad dat wordt volgepend door fellow travelers, schrijft Hartmans in zijn boek. Hopend op een pro-Amerikaanse koers stelt de CIA de BVD (Binnenlandse Veiligheidsdienst, red.) in de jaren vijftig voor om De Groene op te kopen. Dat blijkt tevergeefs.

Mede door de internationale aandacht voor Goelag Archipel, een boek van de Nobelprijswinnaar Solzjenitsyn over de strafkampen in de Sovjet-Unie, wordt de communistische heilstaat moeilijker te verdedigen. Als Geert Mak in 1976 als eindredacteur een enthousiast stuk over de Cambodjaanse Rode Khmer van Pol Pot onder ogen krijgt, weigert hij het te publiceren.

Iedere zuil had in die tijd zijn eigen weekblad, schrijft John Jansen van Galen in De gouden jaren van het linkse levensgevoel, zijn boek uit 2016 over Vrij Nederland. ‘Als je links was, las je Vrij Nederland, als je nog linkser was De Groene. Als je geloofde, las je de De Tijd of Hervormd Nederland, als je rechts was, las je Elsevier.’

Vrij Nederland en De Groene richten zich dan wel ruwweg op dezelfde doelgroep, voor de rest zijn de verschillen reusachtig. Begin jaren tachtig nadert de oplage van Vrij Nederland de 120 duizend, die van De Groene schommelt rond de 10 duizend. Vrij Nederland geldt als journalistiek walhalla met eindeloze persoonlijke interviews van Bibeb en kleurenbijlagen met meeslepende reportages van Gerard van Westerloo. Een fun read is De Groene bepaald niet. Een redacteur karakteriseert de inhoud van zijn eigen blad in die tijd als ‘met koud water aangemaakte Brintapap’. ‘Het was zwaar’, zegt Rob Hartmans. ‘Zwaar in de zin van onleesbaar.’

De huiverige houding van De Groene ten opzichte van hippe trends betaalt zich uit vanaf de jaren tachtig. ‘De grote kranten – NRC, de Volkskrant – zijn toen de opiniebladen gaan opslokken’, zegt Xandra Schutte, de huidige hoofdredacteur van De Groene die tussen 2001 en 2004 leidinggaf aan Vrij Nederland. ‘Alle genres die in de opiniebladen zijn begonnen – het onderzoeksverhaal, de politieke reconstructie, het menselijke interview – zijn de kranten in hun weekendbijlagen gaan publiceren.’

Vooral Vrij Nederland heeft daar last van. De Groene onderscheidt zich meer met intellectuele essays, en daar beginnen zelfs de breed mikkende kranten niet aan. De aantrekkingskracht van De Groene neemt toe als de flamboyante hoofdredacteur Martin van Amerongen (1984-1997) het ‘marxistisch spinrag’ wegveegt, zegt Rob Hartmans, die tussen 1990 en 2016 voor het blad schreef.

Zo verschijnt er in 1988 een special met daarin aandacht voor soaps, kabelpiraten en Hollywoodfilms. Daarin staat kritiek op ‘de dictatuur van de goede smaak’. Dat is een breuk met het verleden, toen er sombere beschouwingen verschenen over ‘de dictatuur van de wansmaak’, schrijft Hartmans in Geestdrift met verstand. Vooral Hollywood gold lange tijd als de vijand. ‘Amerika produceert films zoals ’t Fords fabriceert: machinaal en bij duizenden’, schreef de filmrecensent in de jaren twintig. Menno ter Braak stelde destijds voor een fluitbrigade op te richten die bezoekers van Amerikaanse kitschfilms de zalen uit moest jagen.

Van Amerongen snoeit het snobisme in zijn blad terug. Evengoed betekent dat niet dat hij De Groene verandert in een veredeld Panorama. Onder zijn leiding verschijnen nog steeds themanummers over Michel Foucault, Hannah Arendt, Marcel Proust, Samuel Beckett en Djuna Barnes.

Door die gewichtige inhoud ontkomt De Groene aan de duikvlucht die Vrij Nederland – dat in 2016 een maandblad zal worden – wél inzet. Dat wil geenszins zeggen dat het blad er florissant voorstaat als Schutte in 2008 het hoofdredacteurschap overneemt van Hubert Smeets. ‘Mijn eerste werkdag begon ontzettend feestelijk, met taart en prosecco’, vertelt ze. ‘Maar al snel kwam ik erachter dat er geen enkel stuk op de plank lag. Ik ben toen als een gek coververhalen gaan inplannen. Dat behoort tot het abc van het bladenmaken, maar dat gebeurde daarvoor niet.’

Met het blad ging het slecht, vertelt Schutte. De redactie bestond uit minder dan tien journalisten – nu zijn het er twintig. De oplage bleef al jaren steken op maximaal veertienduizend – de magische grens van vijftienduizend werd maar niet overschreden. ‘Het leek me een nachtmerrie het licht uit te moeten doen’, zegt Schutte. ‘Toen ben ik met een aantal mensen hardop gaan nadenken over hoe we De Groene weer zouden kunnen opstoten in de vaart der volkeren.’

De verhalen moesten nog meer de diepte in. ‘In plaats van elke week twee pagina’s vroeg ik een redacteur bijvoorbeeld elke drie weken om zes pagina’s’, zegt ze. ‘Zodra ik merkte dat we krantje gingen spelen, trapte ik op de rem.’ Er gingen meer middelen naar onderzoeksjournalistiek: uit de masterclasses die De Groene in 2011 met journalist Marcel Metze opzette, kwam uiteindelijk onderzoekscollectief Investico voort.

Daarnaast hengelde Schutte jonge, ambitieuze journalisten binnen. Recente voorbeelden daarvan zijn de 30-jarige Coen van de Ven (politiek), Eva Hofman (28, tech en data) en Jaap Tielbeke (34, klimaat). In hetzelfde jaar als Schutte begon de destijds 25-jarige Joost de Vries als kunstredacteur. ‘Ik was geïnteresseerd in literatuur en in kunst, en opeens kwam ik in een vergadering terecht met schrijvers als Marja Pruis, Kees ’t Hart en Jacq Vogelaar’, zegt De Vries.

De koers van Schutte bleek al snel een goede. De magische grens van vijftienduizend passeerde het blad in 2010, waarna de oplage gestaag bleef groeien. Dat heeft het mede te danken aan de kranten, zegt Rob Hartmans. ‘De Volkskrant en NRC zijn minder aandacht aan boeken gaan besteden. In De Groene staan geregeld nog stevige recensies van 1.200 woorden.’

Toch ligt de nadruk nu minder op cultuur dan in de jaren onder Van Amerongen, zegt hij. ‘De Groene begint weer wat linkser te worden, het gaat vaker over politiek. Debatten over het klimaat, dekolonisatie en racisme krijgen enorm veel aandacht.’

In politieke kwesties neemt de redactie geen standpunt meer in, aldus Geert Mak. Waar redacteuren in de jaren zeventig oeverloos vergaderden over hun gezamenlijke mening aangaande de sandinisten in Nicaragua, worden thema’s tegenwoordig van alle kanten belicht, zegt Mak.

Dat blijkt ook tijdens de vergadering waarbij de Volkskrant aanwezig is. Als daar wordt gesproken over de oorlog in Gaza, zegt Joost de Vries dat hij de Israëlische schrijver Ari Shavit wil benaderen. ‘Hij heeft Mijn beloofde land geschreven, dat was tien jaar geleden hét boek.’ ‘Ik lees dat nu’, zegt Schutte. ‘Wij ook’, zegt De Vries, knikkend naar zijn buurvrouw Marja Pruis.

‘Shavit is wel een beetje gecanceld’, voegt De Vries toe. ‘Hij is grondig gecanceld’, corrigeert Schutte. ‘Hij heeft ontslag moeten nemen bij Ha’aretz (een Israëlische krant, red.) vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag.’ De jonge redacteur Or Goldenberg vraagt of ze dan niet beter iemand anders kunnen vragen. De Vries, halfgrappend: ‘Goed om te merken dat gecanceld in oorlogstijden nog steeds gecanceld betekent.’

Shavit is nog in geen enkel blad verschenen, zegt Marja Pruis. ‘Dat is wel raar.’ Goldenberg: ‘Nee, dat is niet raar. Dat is gewoon niet raar.’ Schutte: ‘Nee, ik denk toch dat hij te besmet is.’

Voor een ander perspectief op het conflict werpt redacteur Munganyende Hélène Christelle de naam van Sinan Çankaya op. Schutte suggereert dan dat de auteur een essay kan schrijven over het conflict met verwijzingen naar Edward Said, de Palestijns-Amerikaanse schrijver van de klassieker Oriëntalisme.

Voor jeugdige journalisten kan de vergadering een intimiderende ervaring zijn, zegt Sjors Roeters (32), redacteur van Vrij Nederland. Toen er tijdens zijn stage bij De Groene in 2018 werd gesproken over de politionele acties van Nederland in Indonesië, zei hij dat hij dat een eufemistische term vond. Het was toch de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog? ‘Mensen begonnen toen schamper te lachen’, zegt Roeters. ‘Iedereen wéét toch dat dat een eufemisme is?’

Ook Eva Hofman vond de vergaderingen ‘ontzettend intimiderend’ toen ze er in 2021 begon. ‘Hoe kan iedereen dit gelezen hebben?’, vroeg zij zich af als er weer eens obscure boektitels over tafel vlogen. Tegelijkertijd voelde ze zich thuis. ‘Dit waren ook mensen die geïnteresseerd zijn in Susan Sontag, die haar hele oeuvre hebben gelezen en dat kunnen koppelen aan andere fenomenen.’

Schrijven voor De Groene vergt een zekere bagage. Journalisten strooien graag met verwijzingen: in een stuk over Pieter Omtzigt citeerde De Vries twee weken geleden uit September 1, 1939, een gedicht van de Brit W.H. Auden. ‘Stukken zijn altijd vanuit een idee geschreven’, zegt De Vries. Hij houdt van de term die de in 2016 overleden journalist Henk Hofland daarvoor hanteerde: bemande essays.

De Groene is het voornaamste intellectuele tijdschrift van Nederland’, zegt Sjors Roeters. ‘Daar schrijven en publiceren heeft me zelfvertrouwen gegeven. En aanzien: ik kon daarna voor Vrij Nederland werken.’

Niet alleen de schrijver van De Groene vergaart status, maar ook de lezer. Dat zegt Jonas Kooyman, een journalist die stopte bij NRC om zich fulltime te richten op ‘Havermelkelite’, een Instagram-account en nieuwsbrief. ‘In de jaren tachtig en negentig liepen yuppen te koop met horloges en auto’s. Nu draait het om subtielere symbolen, om cultureel kapitaal.’ Gezien worden met De Groene past bij de pose van een trendy stadsleven, vervolgt hij. ‘Net als het drinken van natuurwijn, het eten van seizoensgroenten en het dragen van een fleecevest van Patagonia.’

Ook de linnen tasjes (‘totebags’) met het logo van De Groene kunnen als statussymbool gelden, zegt Kooyman. ‘Die zijn er ook met een opdruk van musea of van The New Yorker, de Amerikaanse variant van De Groene.’

Op Instagram vraagt hij zijn 153 duizend volgers wekelijks wat hun meest ‘hme actie’ (havermelkelite-achtige actie, red.) is geweest. In de reacties wordt De Groene opvallend vaak genoemd, zegt hij. Afgelopen week stuurde iemand nog dat hij een kandelaar van Arket, een hip, duurzaam merk, had ingepakt met de bestaanszekerheidspecial van De Groene. Kooyman: ‘Ook NRC en de Volkskrant komen geregeld voorbij, maar De Groene wordt als pedanter en zwaarder gezien.’

De Groene wordt bij Havermelkelite in verband gebracht met het main character syndrome, een via Tiktok populair geworden term die suggereert dat mensen zich een filmpersonage wanen, om zo hun bestaan te romantiseren. ‘Iemand die op het terras van de Coffeecompany een Groene zat te lezen’, zegt Kooyman, ‘had het idee dat die de hoofdrol speelde in een arthousefilm.’

Veel jongvolwassenen zijn telefoonverslaafd, zegt Kooyman. ‘Wie De Groene leest, laat zien dat hij nog wel de focus heeft om een diepgravend essay van negen pagina’s te lezen.’

Een groot deel van de lezers van De Groene is inderdaad jonger dan dertig, zegt hoofdredacteur Xandra Schutte. ‘Die groep is net zo groot als de 50-plussers.’ Jonge ouders hebben vaak niet eens de tijd om het blad uit de wikkel te halen.

Ook oudere lezers vinden De Groene soms te veel van het goede. Freek de Jonge zei een aantal jaar geleden tegen Rob Hartmans dat hij De Groene ‘eigenlijk zou moeten lezen’. ‘Zoiets zegt wat over de status van het blad’, zegt Hartmans, ‘dat de overtuiging leeft dat je als weldenkend mens De Groene zou moeten lezen.’

Schutte is dan ook optimistisch over de toekomst. ‘Ondanks de ontlezing zullen er altijd lezers zijn. En de laatste lezer zal De Groene lezen.’

In het aanstaande nummer van De Groene Amsterdammer, dat donderdag in de winkel ligt, wordt uiteraard aandacht besteed aan de verkiezingsoverwinning van de PVV. Marcel ten Hooven beschrijft hoe Geert Wilders de rechtsstaat in diskrediet brengt. ‘Hoe de VVD Geert Wilders aan de verkiezingsoverwinning hielp’, is de kop boven een stuk van Coen van de Ven. Merijn Oudenampsen analyseert de ideologische wortels van Wilders.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next