Home

Over de titel ‘crompouce’ ontstond gesteggel, en daarom wordt hij ook verkocht onder de ontluisterende naam ‘roze flap’

Mijn lievelingsbakker verkoopt sinds kort ook crompoucen. Voor wie onder een steen heeft gewoond: een crompouce is een opengesneden croissant, gevuld met dikke gele vla en bestreken met roze glazuur. Over het octrooi van de titel ‘crompouce’ ontstond juridisch gesteggel, en daarom wordt hij ook wel verkocht onder de ontluisterende naam ‘roze flap’.

Het vla-vehikel vindt gretig aftrek, zag ik. Geen wonder: die dingen zien er sprookjesachtig uit, de belichaming van een gretige kinderdroom, louter zachte, zoete, geel-roze weelde.

‘Mijn kleindochter is toch zo dol op die dingen hè’, zei een man naast me vertederd. ‘Die lust ze elke dag wel.’ Hij was eind zestig, compact in het denim, een blozende kerel met het postuur van een betonvlechter in ruste.

‘8 is ze’, ging hij voort. ‘En nou heb ik zo’n geinige surprise bedacht, voor Sinterklaas. Zo’n krompoes, maar dan levensgroot. Ik heb een stuk piepschuim gekocht. Vijftig bij honderd. En toen heb ik zelf een soort hete figuurzaag in elkaar geklooid. Kost niets. Je neemt een weerstandje, uit een oude strijkbout of zo. Een koperdraadje. 12 volt voeding...’

Hij zag mijn glazige blik, en vervolgde. ‘Nou, ja, hij is zowat klaar, die reuzenkrompoes. Geverfd heb ik ’m ook. Nooit met spray hè, anders smelt je schuim weg waar je bijstaat. Acryl moet je hebben, met een sponsje, en dan zo van tjoep, tjoep, tjoep.’ Hij deed het voor, in de lucht. ‘Geel, met een beetje bruin erdoor. Nét echt.’ Hij glimlachte verheugd.

‘En de vulling?’, vroeg ik, meegesleept. ‘Dat doet mijn vrouw’, zei hij glimlachend. ‘Die maakt een hele teil pudding, échte pudding. Vlak van tevoren, anders gaat het lópen hè. En dan roze glazuur, natuurlijk. En dan verstop ik het cadeautje in die pudding.’

‘Geweldig!’, zei ik. Hij glimlachte weer zo teder. ‘En dan maar grabbelen hè, die kleine meid’, zei hij. ‘En lekker snoepen van die pudding...’ Afgunstig keek ik naar hem op. In míjn familie is iedereen te stom om zelfs maar een schoenendoos vol met natte ontbijtkoek te proppen, laat staan voor een piepschuimsurprise met voeding van 12 volt voor weerstandjes van koperdraad.

Vóór mij stonden twee beschaafd geklede vrouwen in de vitrine te kijken. ‘O, God, zijn dát nou die fameuze crompoucen?’, zei de een minachtend. ‘Wie koopt er nou zoiets?’ De ander knikte zuur en hinnikte: ‘Ja, wat zíjn dat voor mensen?’

Om Gerard Reve te citeren: ‘‘Ze moesten een brandende poppenwagen je kutwerk binnenrijden’, had ik toen wel gedacht, maar om God weet wat voor laffe reden niet gezegd.’

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Source: Volkskrant

Previous

Next