Er staan SS’ers op de deur te bonken. ‘Aufmachen’, schreeuwen ze. Ze hebben honden bij zich. Ze vinden waarnaar ze op zoek zijn: Joodse onderduikers, een vader en zijn dochter. Ze zetten ze op de trein naar Auschwitz.
Deze scène en het ijzingwekkende vervolg staan beschreven in het onderzoek waarop psychiater Patricia Dashorst onlangs promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Het zijn beelden die een Nederlandse man geregeld aan zich voorbij ziet trekken, zonder dat hij dat wil. Hij ziet voor zich hoe zijn moeder en zijn opa worden afgevoerd naar Auschwitz. Hij ziet het selectieproces in het concentratiekamp. De rechterrij betekent leven, links de dood. Hij ziet de lijken in de gaskamers, nazi’s die levende baby’s in het vuur gooien.
Alleen: zelf heeft hij niets van dit alles meegemaakt. Hij is geboren na 1945. De man, 62 toen hij meedeed aan het onderzoek, is een van de bijna honderd patiënten die Dashorst onderzocht. Allemaal waren ze tussen 2011 en 2016 in behandeling bij een in trauma gespecialiseerd behandelcentrum en vulden ze vragenlijsten in.
Over de auteur
Kaya Bouma schrijft voor de Volkskrant over psyche, brein en gedrag. Ook schrijft ze over de geestelijke gezondheidszorg.
Het zijn kinderen van Tweede Wereldoorlog-slachtoffers: ten minste een van hun ouders heeft een Duits of een Japans concentratiekamp overleefd.
Stuk voor stuk zijn ze geboren na de oorlog. Toch heeft bijna de helft last van ‘indirecte intrusies’: opdringende beelden of gedachten die te maken hebben met het oorlogsverleden van hun ouders, blijkt uit het onderzoek van Dashorst.
In tegenstelling tot ‘gewone’ intrusies, die geregeld voorkomen bij patiënten met posttraumatische stressstoornis, zijn indirecte intrusies niet gebaseerd op eigen herinneringen rondom een traumatische gebeurtenis. Het zijn geconstrueerde beelden, die bijvoorbeeld kunnen voorkomen bij de nabestaanden van iemand die vermoord is. Ze waren er zelf niet bij, maar zien de gebeurtenis toch voor zich.
In het geval van de kinderen van Tweede Wereldoorlog-slachtoffers zijn de indirecte intrusies mogelijk gebaseerd op de verhalen die hun ouders ze in hun kindertijd hebben toevertrouwd, of bijvoorbeeld op beelden van de oorlog. Veel van hen zijn zelf ook aanwezig in die scènes: ze lopen door het concentratiekamp, of slaan samen met hun vader op de vlucht.
Het onderzoek maakt duidelijk hoelang de gruwelen van een oorlog kunnen doorwerken, zegt Dashorst, die behalve onderzoeker ook psychiater en systeemtherapeut is bij ARQ Centrum ’45, het landelijk centrum voor de behandeling van patiënten met ernstige psychotrauma’s. ‘Dat is belangrijk om te weten, ook met het oog op kinderen die nu worden geboren in een oorlog in Oekraïne, Israël of Gaza, en de kinderen die nog geboren moeten worden. Zij kunnen hier ook last van krijgen.’
Indirecte intrusies zijn wetenschappelijk gezien nog grotendeels onontgonnen terrein, zegt Marco Boks, psychiater en onderzoeker bij het UMC Utrecht. ‘Dit is een van de eerste uitgebreide onderzoeken die erop ingaan.’ Hij is niet betrokken bij het onderzoek, dat volgens hem ‘elegant’ in elkaar zit.
Zelf doet Boks ook onderzoek naar ‘transgenerationeel trauma’, de impact die trauma’s van de ene generatie kunnen hebben op de volgende. Het is een onderwerp waar volgens hem veel misverstanden over bestaan.
Dat het meemaken van een oorlog tot psychische problemen als trauma of ptss kan leiden staat vast. Er zijn bovendien ‘veel aanwijzingen’ dat zoiets ook impact kan hebben op de kinderen van de mensen die dit meemaken, zegt Boks. ‘Het mooie aan dit nieuwe onderzoek is dat het concreet aantoont hoe trauma kan doorwerken. Deze mensen hebben last van gebeurtenissen die ze niet zelf hebben meegemaakt.’
Het gaat daarbij niet om ‘overgeërfde herinneringen’, benadrukt hij. ‘Dat is een misverstand dat op de loer ligt: sommige mensen hebben het idee dat je op de een of andere magische wijze de herinneringen van je ouders kunt erven. Daar bestaat geen bewijs voor.’
De indirecte intrusies die de patiënten in het onderzoek plagen zijn geconstrueerde beelden. ‘Het is het idee dat kinderen hebben van een historische episode, van iets wat hun ouders is overkomen. Dat staat gelukkig ook duidelijk in het onderzoek.’
Zelf verwijst Dashorst naar onderzoek uit de jaren negentig waaruit blijkt dat kinderen van overlevenden van de Tweede Wereldoorlog geen grotere kans dan gemiddeld hebben op psychische problemen. ‘Maar uit andere onderzoeken weten we dat kinderen van oorlogsslachtoffers die psychische klachten hebben en hulp zoeken, zelf ook vaker die klachten hebben.’
In haar eigen onderzoek focust ze zich op een specifieke groep: het zijn mensen die in behandeling zijn voor psychische klachten. Het is dus de vraag, zegt Dashorst, in hoeverre haar conclusies ook opgaan voor kinderen van oorlogsslachtoffers die níét in therapie zijn.
Het interessante aan juist de specifieke groep patiënten die Dashorst onderzocht, is dat de meesten van hen zelf in hun leven ook iets traumatisch meemaakten. Ze hebben daar vaak óók directe intrusies van. Dashorst: ‘Dat maakt het mogelijk de twee vormen van opdringende beelden met elkaar te vergelijken.’
Direct of indirect, zelf meegemaakt of niet: de impact van intrusies blijkt vergelijkbaar. Ze maken angstig en somber. ‘Mensen met indirecte intrusies rapporteren evenveel angstklachten rondom die opdringende beelden. Somberheid wordt wel iets vaker gemeld bij directe intrusies.’
Dashorst hoopt dat traumabehandelaren haar onderzoek lezen en indirecte intrusies serieus nemen bij hun patiënten. ‘Zeg niet: je hebt dit zelf niet meegemaakt, dus hoe kun je daar nou bang of verdrietig over zijn? Dat heb ik zelf, achteraf gezien, ook niet altijd goed gedaan.’
Beter is het volgens haar om stil te staan bij de emoties die te maken hebben met de beelden. ‘Die zijn niet tot rust gekomen. In therapie kun je daar iets aan doen door er wel bij stil te staan, de emotie te voelen in een veilige setting.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden