Filosoof Manon Garcia ging, via John Stuart Mill, Immanuel Kant en BDSM, op zoek naar een nieuwe invulling van het begrip toestemming – en hoe het iedereen aan betere seks kan helpen.
Het leek de oplossing voor alles wat er mis kan gaan in bed. Een magische formule in de strijd tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag: consent. Mannen moesten actiever zoeken naar instemming, vrouwen moesten onderzoeken wat ze willen, en dat leren aan te geven. Consent werd een sleutelwoord in het #MeToo-debat. ‘Weet wat je wilt en ontdek wat je partner wil’, schreef The New York Times. ‘Goede seks is waar agenda’s samenkomen.’
Maar van meet af aan klonk er stevige kritiek op het begrip consent, en die bezwaren klinken zes jaar na #MeToo luider dan ooit. Niet alleen in conservatieve kringen, waar wordt gegruweld van scenario’s waarin sekspartners over elk standje moeten overleggen en godbetert consentformulieren ondertekenen om gedonder met Vrouwe Justitia te vermijden.
Ook feministen twijfelen of de nadruk op seksuele instemming als ethische richtlijn vrouwen wel verder helpt. Want is het wel eerlijk om van hen te verwachten dat ze weten wat ze willen, als hun verlangens honderden jaren zijn ingesnoerd? Kunnen vrouwen zeggen wat ze willen in een wereld van dubbele standaarden, van verwijten van preutsheid bij een ‘nee’ (‘Doe niet zo moeilijk’) en sletterigheid bij een ‘ja’ (‘Je bent wel heel makkelijk’)? ‘Dat vrouwen zoveel treurigmakende seks beleven, is een door en door maatschappelijke en politieke kwestie’, schreef de Britse wetenschapper en auteur Katherine Angel in 2021 in The Guardian. ‘En consent kan het niet voor ons oplossen.’
Maar tegenover deze sombere conclusie staat een visie die hoopvoller is over consent als zoeklicht voor goede seks. In The Joy of Consent, vorige maand uitgebracht door Harvard University Press, betoogt de Franse filosoof Manon Garcia dat we betere seks kunnen hebben als we een nieuwe invulling geven aan het begrip instemming. Eentje die beter aansluit bij de unieke, kwetsbare en morele ervaring die seks is.
Manon Garcia (38) is een rijzende ster in de feministische filosofie. Ze was verbonden aan prestigieuze universiteiten als Yale en Harvard, voordat ze een vaste aanstelling kreeg als assistent-hoogleraar in de praktische filosofie aan de Freie Universität Berlin. Haar eerste boek We Are Not Born Submissive (2018) werd vertaald in het Japans, Koreaans, Duits en Spaans. In The Joy of Consent laat Garcia zich inspireren door filosofen John Stuart Mill en Immanuel Kant en duikt ze onder in de wereld van BDSM (bondage, discipline, dominance and submission) om zo te onderzoeken hoe we wél goede seks kunnen hebben, en welke nieuwe invulling van consent daarbij helpt. ‘Een briljant onderzoek naar de complexiteit van instemming’, schrijft de populaire Australische feminist Kate Manne. ‘Dit nieuwe boek demonstreert op briljante wijze dat als het om seksualiteit gaat, genderstereotypen een valkuil vormen,’ jubelde Le Monde over de Franse versie van The Joy of Consent.
In haar geboorteland Frankrijk was niet iedereen zo enthousiast, vertelt Garcia via een Zoom-verbinding vanuit haar appartement in Berlijn. ‘Vooral veel oudere collega’s denken dat seks volledig wordt verpest door erover te praten. Deze mannen zijn liefhebbers van literatuur. Maar als het om seks gaat, zou opeens elk woord een joy killer zijn. Ze zien een gevaarlijke vorm van Amerikaans puritanisme in het belang dat gehecht wordt aan instemming. Ik weet nog dat ik een boze mail kreeg van een mentor, die schreef: ‘Als ik elke keer dat ik seks met een vrouw wilde hebben toestemming had moeten vragen, dan had mijn seksleven waarschijnlijk uit masturbatie bestaan.’
In Frankrijk heerst volgens Garcia nog sterk het idee van mannen die initiatief nemen, en vrouwen die zich onderwerpen – niet voor niets was het Frankrijk waar na #Metoo de eerste grote tegenbeweging op gang kwam. Garcia: ‘L’homme propose, la femme dispose, is nog steeds een sterke overtuiging. Maar dit idee, dat mannen altijd seks zouden willen en het aan vrouwen is om die seks toe te staan of af te wijzen, dat is de reden dat zoveel heteroseksuele vrouwen slechte seks ervaren.’
‘Het is maar één zin in een heel boek, en toch is dit waar ik het meest kritiek op krijg! Het spijt me om te zeggen, maar er zijn tal van onderzoeken waaruit blijkt dat heteroseksuele vrouwen een veel lagere seksuele tevredenheid hebben dan lesbische vrouwen, homoseksuele èn heteroseksuele mannen. Dat komt doordat heteroseksuele seks gericht is op het plezier van mannen, en die mannen gesocialiseerd zijn om hun eigen versie van goede seks aan hun vrouwelijke partners op te leggen. En over interesse gesproken: de eerste wetenschappelijke anatomie van de clitoris stamt uit 2005. Als mannen net zoveel om het genot van vrouwen zouden geven als dat ze zeggen, dan was die MRI-scan er echt al eerder geweest.’
‘We denken nu te veel over consent alsof het een soort contract is tussen twee volwassen, rationele individuen: als die samen instemmen om seks te hebben, dan is de seks goed. Het is een liberale invulling, die geen rekenschap geeft van de samenleving waarbinnen die seks plaatsvindt. Mannen en vrouwen zijn nog steeds niet gelijkwaardig en gendernormen maken dat vrouwen soms geen ‘nee’ zeggen. Omdat ze meegaand willen zijn, omdat ze bang zijn voor de reactie van de ander, omdat ze zich verplicht voelen – ze hebben die man immers mee naar huis genomen. Bovendien wordt consent nu teveel gezien als een eenmalig akkoord. Terwijl: consent is geen QR-code die je kunt scannen om vervolgens te doen wat je wil. Instemming zou een proces van voortdurend aftasten en communiceren moeten zijn.’
‘Het antwoord zit eigenlijk verborgen in de etymologie van woord consent, dat is afgeleid van het Latijnse cum sentire: voelen met. Wat ik voor me zie als ik denk aan goede seks, en wat voor mij die grote belofte is van werkelijke consent, is een erotische relatie – die kan ook vijf minuten duren – waarbinnen je gezamenlijk besluit wat je gaat doen, in de volle bewustwording dat er geen gelijkwaardigheid is tussen mannen en vrouwen, die moet je creëren middels een ‘erotische conversatie’. Mannen en vrouwen moeten veel, en veel meer met elkaar praten en die broodnodige woordenschat vergroten.’
‘Het lijkt misschien lang geleden, maar die geschiedenis van onderwerping moeten we kennen om te begrijpen waar we nu zijn. Het huwelijk was een contract waarbij de echtgenoot heerser werd over het lichaam van diens vrouw. In Frankrijk werd verkrachting binnen het huwelijk pas in 1990 strafbaar gesteld, in Duitsland pas in 1997. Instemming is ook al langer onderwerp van debat tussen feministen. Want instemming is dikwijls tegen vrouwen gebruikt. Die moesten instemmen met huwelijken waarin ze hun gelijkwaardigheid zogenaamd vrijwillig opgaven. En wettelijk gezien is de lat voor seksuele instemming historisch gezien extreem laag geweest. De feminist Catharine MacKinnon stelde in 1989 provocerend dat een lijk nog instemming kon geven. Instemming was immers: geen verzet.’
‘Jazeker. Alle vrouwen met een seksleven zullen erkennen dat het iets gemakkelijker is geworden om te zeggen wat je wel en niet wil in bed. In verschillende landen is de Zedenwet aangepast, zodat seks zonder toestemming strafbaar is en slachtoffers niet meer hoeven te bewijzen dat er geweld heeft plaatsgevonden. Zoals in Duitsland, waar verkrachting sinds 2016 in het wetboek van strafrecht wordt omschreven als een seksuele daad die indruist ‘gegen den erkennbaren Willen’ – tegen de herkenbare wil van een ander. Het zijn enorme stappen voorwaarts, maar ik maak me zorgen dat de bewijslast, ook met deze wetgeving, nog steeds bij vrouwen ligt. Het gaat er nog steeds te veel om wat slachtoffers wel en niet doen om seks onder dwang te voorkomen. En dan, vrees ik, kan geen enkele wet volledig voorkomen dat vrouwen tegen hun zin seks hebben. Het is zo’n veelvoorkomend cultureel verschijnsel: als we alle vormen van non-consensuele seks zouden bestraffen, zouden de gevangenissen uitpuilen. En ik weet niet wie daar wijzer van wordt.’
‘In Mill’s gedachtegoed zijn mensen volledig gelijkwaardig en rationeel handelende wezens. Als beide partijen instemmen, dan is het niet aan de samenleving om in te grijpen. Volgens Mill is alleen een gebrek aan verzet onvoldoende, consent betekent dat mensen actief akkoord moeten gaan. Maar de schaduwzijde was dat Mill geen oog had voor de samenleving en de machtsverhoudingen tussen individuen.
‘De Duitse filosoof Immanuel Kant geeft een veel diepere invulling aan de betekenis van consent. Werkelijke instemming is een manifestatie van onze autonomie en waardigheid. Er wordt in Kants idee van consent veel meer gevraagd van de partners. Als je Kant betrekt op seksuele instemming, dan gaat het erom hoe je seks kunt hebben. Hoe je echt interesse toont in wat die ander wil en verlangt. Volgens de morele opvattingen van Kant zou je de ander niet moeten gebruiken voor je eigen plezier, en diens dieperliggende verlangens niet moeten negeren. Mensen zijn geen middel, maar een doel op zichzelf. Uit die morele invulling van consent put ik veel meer inspiratie.’
‘Nee, het hele idee van een contract druist in tegen de kern van wat consent werkelijk is. Namelijk: dat het geen eenmalig ja of nee is, maar een constant aftasten. BDSM-contracten worden nog steeds opgesteld, maar ze hebben geen bindende status. Je moet het meer zien als erotiserende teksten: het is nu eenmaal heel spannend om op te schrijven wat je met een ander wilt doen. In dit geval was het Von Sacher-Masoch die de slaaf wilde zijn, maar uit cijfers blijkt dat vrouwen in de BDSM-wereld vaak de onderworpenen zijn. Toch kunnen we leren van deze gemeenschap.’
‘Deze gemeenschap heeft veel langer nagedacht over wat instemming is. Ze begrijpen het belang van een context: een set aan normen en regels, zoals het gebruik van stopwoorden, zodat deelnemers echt vrijelijk kunnen aangeven wat ze willen. Er is ook een veel sterker besef van de tijdelijkheid van consent. Die moet je niet eenmalig vragen, maar voortdurend. Consent begint al ver voor de seks en het gesprek eindigt niet na de seks: BDSM-mensen hechten veel waarde aan wat ze ‘aftercare’ noemen: knuffelen, troosten en praten over hoe de ervaring was. Het idee daarbij is dat je een seksuele ervaring beter, veiliger en opwindender kunt maken door na te praten.’
‘Ik zie dat soort kritiek als pogingen om patriarchale structuren in stand te houden. Want die ‘mystiek’ dient vooral heteroseksuele mannen. De zogenaamde natuurlijke gang van zaken, is in werkelijkheid vormgegeven door allerlei culturele genderpatronen, en vaak een vrijbrief voor mannen om de verlangens van vrouwen te negeren. We moeten echt af van het idee dat praten over seks het plezier bederft.
‘Wat ik probeer te zeggen in mijn boek, is dat we seks als een lopend gesprek moeten zien. Als we het serieus over seks willen hebben, dan moeten we het ook hebben over ons analfabetisme. We weten niet hoe we erover moeten praten, we schamen ons, of voelen ons schuldig. Maar de enige manier om echt te weten wat iemand wil, is door te praten. Mensen die vanavond nog in gesprek gaan over seks, dragen bij aan die taal en aan die broodnodige maatschappelijke omwenteling.’
‘Seks zou moeten draaien om beleefdheid en respect. En gezien de huidige machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen, vind ik dat dit respect vooral verbaal moet worden geuit. Door voortdurend te checken en te vragen of die ander het leuk vindt wat er gebeurt, door exit-mogelijkheden te bieden en te zeggen: ‘We kunnen elk moment stoppen’. Het betekent ook: er niet vanuit gaan dat seks ook automatisch penetratie is, je moet samen bedenken wat je wilt gaan doen. En praten kan ook zijn: een debrief na afloop. Een paar dagen later met elkaar afspreken en bespreken hoe het voor beide partijen was. Want instemming tijdens de seks, kan omslaan in een non-consent achteraf. Juist als je er over praat, kunnen beide partijen leren hoe seks beter kan.’
‘Omdat ze veel en veel leukere seks kunnen hebben! Seks is veel bevredigender als je de ander niet slechts gebruikt voor je eigen genot, maar jezelf kunt geven, en die generositeit terugkrijgt. Ik vind dat mannen daarnaast meer hun best moeten doen om betere mensen te zijn. Ze hebben vaak, niet altijd, meer macht dan hun vrouwelijke partners. Daarom hebben ze ook een grote verantwoordelijkheid om een sfeer te creëren waarin vrouwen kunnen onderzoeken wat ze willen en hoe ze die wil kunnen uiten. With great power comes great responsibility.’
Source: Volkskrant