Hier heeft de menigte uren op staan wachten: een grote witte bus vol vrijgelaten Palestijnse gevangenen die zich zondagnacht een weg baant door de opgetogen massa. Er klinkt gejuich en applaus, er is vuurwerk en er wordt met vlaggen gezwaaid. Niet eens zoveel met de Palestijnse, maar vooral met het groen en zwart van Hamas en Islamitische Jihad.
‘Wij willen Hamas, wij willen Hamas!’, zingt de massa. En: ‘Dank aan de Al Qassem Brigades (de gewapende tak van Hamas, red.), jullie hebben ons uit de gevangenis bevrijd!’
‘Natuurlijk zijn we Hamas dankbaar’, zegt Osman Zorba, een 22-jarige man uit Ramallah die een vriend opwacht die jaren in een cel heeft gezeten. ‘Vreedzaam verzet heeft ons de afgelopen jaren niets opgeleverd. Als Hamas niet voor ons was opgekomen, zou de wereld nog steeds niet omkijken naar de situatie van de Palestijnen. Dan zouden deze gevangenen nooit zijn vrijgelaten.’
Over de auteur
Sacha Kester schrijft voor de Volkskrant over België, Israël en het Midden-Oosten. Eerder was ze correspondent in India, Pakistan en Libanon.
Na weken koortsachtig onderhandelen sloot de Israëlische regering vorige week een deal met Hamas: vier dagen lang worden elke middag 13 Israëlische vrouwen en kinderen vrijgelaten die tijdens de gruwelijke aanval van Hamas zijn ontvoerd naar Gaza. In ruil daarvoor mag elke dag een groep vrouwelijke en minderjarige Palestijnse gevangenen terug naar huis - 150 in totaal. Gedurende deze tijd wordt er niet gevochten, en voor elke tien extra gijzelaars die Hamas laat gaan, zal de gevechtspauze een dag langer duren.
Israël vreest dat deze gevangenen later een bedreiging voor haar eigen veiligheid zullen vormen (één van de belangrijkste leiders van Hamas in Gaza, Yahya Sinwar, is ooit dankzij een gevangenenruil op vrije voeten gekomen). Op de Westelijke Jordaanoever wordt de deal als een enorme overwinning beschouwd.
Duizenden Palestijnen zitten in een Israëlische gevangenis. Vanwege moord of gewelddadige aanvallen op Israëliërs, maar ook vanwege het gooien van stenen. Palestijnse inwoners van de bezette Westelijke Jordaanoever worden bovendien niet berecht door een civiele rechtbank, maar door een militaire. Die oordeelt in 99 procent van de gevallen oordeelt dat zij schuldig zijn.
Een kwart van de bevolking op de Westelijke Jordaanoever heeft ooit zelf in een Israëlische cel gezeten. ‘De kwestie van gevangenen raakt dus iedereen’, zegt Nidal Abu Oun. Hij wacht aan het begin van de avond bij de poort van de Ofer gevangenis in Ramallah, op de grens tussen Westelijke Jordaanoever en Israël, op zijn neef.
De 17-jarige jongen zit al zes maanden in detentie, maar is nog niet formeel aangeklaagd, en zal dezelfde avond worden vrijgelaten. ‘Het is een groot onrecht’, zucht Abu Oun. ‘Een kleine vorm van verzet, of domweg op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn, is genoeg om opgepakt te worden.’
Sinds de aanval van Hamas op 7 oktober zijn er volgens de Palestinian Prisoners Club, en mensenrechtenorganisatie die voor Palestijnse gevangenen opkomt, meer dan 3.000 mensen gearresteerd. Onder hen zijn bijna 900 kinderen. Velen zijn onder zogenoemde administratieve detentie geplaatst, wat betekent dat zij zonder aanklacht zitten opgesloten.
De vrijlating deze zaterdagavond van 39 vrouwen en tieners is dus maar een druppel op de gloeiende plaat, maar de symboliek is groot. Aan het einde van de middag verzamelen zich al mensen bij de Ofer gevangenis. Als het donker wordt, en daarmee ook kouder, worden er vuurtjes gestookt. Tieners met gemaskerde gezichten voeren hout en autobanden aan, kleine meisjes van omwonenden delen cake en koekjes uit. Er gaan mensen rond met koffie, en twee jonge vrouwen hebben een tafel neergezet om broodjes te verkopen.
Mensen zijn opgewonden, maar ook gespannen: de uitwisseling van de gevangenen loopt zaterdag urenlange vertraging op, en op een gegeven moment wordt gevreesd dat het niet meer door zal gaan. Bovendien is op dat moment nog niet bekend welke gevangenen zullen worden vrijgelaten. Honderden families verkeren dus tussen hoop en vrees.
Uren later, nadat de Israëlische gijzelaars zijn vrijgelaten en het Israëlische leger Palestijnen met traangas bij de Ofer gevangenis heeft weggejaagd, arriveert eindelijk die witte bus. Mensen vallen elkaar huilend in de armen, terwijl ze Hamas en God prijzen, en de menigte uitzinnig juicht. ‘Kijk dan toch’, zegt Osman Zorba. ‘We zijn mensen. Mensen met een gezicht, en een naam, en een leven. Accepteer ons recht om te bestaan.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden