In zijn kantoor, verstopt in een labyrint van gangen aan de Universiteit Utrecht, praat Detlef van Vuuren even in de ik-vorm, alsof hij de hele wereld is.
‘Kijk’, zegt hij, en op een kladblaadje tekent hij een grafiek. ‘Als ik in 1998 was begonnen met het matigen van broeikasgassen, dan had ik nog tot 2100 de tijd gehad om aan de klimaatafspraken van Parijs te voldoen. Maar omdat ik dat niet heb gedaan en met mijn uitstoot zó omhoog ben gegaan…’ Hij tekent een krul omhoog: ‘is het nu heel moeilijk geworden. We hebben onszelf steeds meer vastgezet. De bocht die we naar beneden moeten maken om nog onder de 1,5 graad opwarming te blijven, wordt steeds scherper. Ik moet nu al in 2030 uitkomen op nul uitstoot. Of eigenlijk eronder.’
De broeikasboekhouder van de wereld, zo kun je hem met enige fantasie wel noemen. Want de klimaatonderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en hoogleraar integrale beoordeling van wereldwijde klimaatverandering stond ooit aan de basis van wat het ‘koolstofbudget’ is gaan heten. De rekensom die broeikasgassen koppelt aan de opwarming van de aarde.
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.
In de kern van de zaak ligt het simpel. Omdat broeikasgassen de aarde opwarmen, kun je uitrekenen dat we nog een slordige 240 miljard ton CO2-‘equivalenten’ aan diverse broeikasgassen kunnen uitstoten, voordat we uitkomen op de 1,5 graad opwarming die de internationale gemeenschap in 2015 afsprak in Parijs.
Klein probleem: jaarlijks komt er zo’n 42 miljard ton bij. Dat betekent dat we, als dat zo doorgaat, over pakweg vijfenhalf jaar te veel hebben uitgestoten om nog onder de 1,5 graad opwarming te blijven, gerekend vanaf het pre-industriële tijdperk. Wacht nog wat langer, tot 2046, en ook de 2 graden die de wereld zéker niet zegt te willen overschrijden, wordt onvermijdelijk.
En dus zit de boekhouder met de handen in het haar. Zijn berekeningen komen er niet meer goed uit. Er is nog maar één manier om de klimaatdoelen van de wereld te halen, zegt hij, aan de vooravond van de VN-klimaatconferentie in Dubai, die donderdag begint. En dat is: in de rode cijfers gaan. Door geen CO2 meer uit te stoten – maar het juist weg te halen uit de dampkring. Volgens de grafieken van CO2-boekhouder Van Vuuren is zo’n ‘negatieve uitstoot’ onvermijdelijk geworden, als we tenminste nog de doelstellingen van Parijs willen halen.
‘Het hoofdverhaal blijft altijd mitigatie, de uitstoot verminderen. Het heeft geen enkele zin om te gaan dweilen als de kraan nog wijd open staat. Je wilt de kraan zo snel mogelijk dichtdraaien, en daarna nog een beetje moeten dweilen.’
‘Ik vind het ook best een spannend verhaal. Enerzijds is de boodschap dat we ons nu al zo in de nesten hebben gewerkt dat we moeten gaan investeren in het weghalen van CO2. Anderzijds moeten we ook beseffen dat het geen excuus kan zijn om te zeggen: o, dan kunnen we het met dat verminderen van fossiele brandstoffen ook wel wat rustiger aan doen.’
‘De belangrijkste manier is herbebossing. Want bossen nemen CO2 op. Het enige is: de capaciteit is beperkt. Ik kan op bepaalde plekken wel extra bos neerzetten, maar ik moet ook nog mensen voeden, dus ik moet wel genoeg landbouwgrond overhouden. En bossen groeien niet overal. Dus op een bepaald moment heb je overal waar dat kan bossen gezet.
‘De andere optie is bio-energie. Organisch materiaal stoken en het CO2 dat daarbij vrijkomt opvangen en ondergronds opslaan. Maar het maatschappelijk draagvlak ervoor is laag, het kan strijdig zijn met natuurdoelen. En de mogelijkheden zijn beperkt. Ik denk dat je uitkomt op misschien een paar honderd gigaton CO2 bij elkaar, door herbebossing en CO2-opslag samen.’
‘Dan maak je denk ik de fout die we al jaren maken: doen alsof er in de toekomst iets komt dat onze problemen wel gaat oplossen. Door telkens maar weer dat beeld neer te zetten van oplossingen in de toekomst, hebben we onszelf in de situatie gebracht waarin we nu zitten en is het heel ingewikkeld geworden.’
‘Dat klopt, en ook daarin zullen we moeten investeren. Maar die machines zijn wel energie-intensief, duur, en kunnen ook maar een beperkte hoeveelheid CO2 wegstoppen.’
De afgelopen dertig jaar rees vooral in China de uitstoot de pan uit. Het land ging van nog geen 4 miljard ton CO2-equivalenten in 1990 naar 15 miljard nu: meer dan Europa, Amerika en India bij elkaar. En die drie doen het ook al niet best: de EU zakte van ongeveer 4,5- naar 3 miljard ton, de VS zit nog op de 5 miljard ton van 1990, India steeg van 1- naar rond de 3 miljard ton.
Een hoop getallen, het komt erop neer dat we afgaan op meer opwarming dan afgesproken: bij het huidige beleid, ergens tussen de 2 en de 3,6 graden. Dat is een temperatuur waarbij je er donder op kunt zeggen dat de zeespiegel decimeters tot een paar meter hoger komt te staan, het klimaat overal ter wereld fors verandert, en er misschien kettingreacties op gang komen die lastig zijn te keren, zoals het wegsmelten van delen van Antarctica en Groenland.
Lichtpuntjes zijn er ook. De wereldwijde steenkolenstook, goed voor 15,5 miljard ton CO2 per jaar, begint naar verwachting komende jaren geleidelijk af te nemen. De uitstoot door de stroomopwekking, haast 12 miljard ton per jaar, loopt voor het eerst niet meer verder op. En in westerse landen hebben de broeikasgassen al ‘gepiekt’: de uitstoot is over zijn hoogtepunt heen en wordt nu elk jaar minder, in plaats van meer. Daardoor zijn de echt dramatische prognoses – van 5 graden opwarming of hoger –naar de achtergrond verdwenen.
‘Ik persoonlijk hoop dat we haast op een omslagpunt zitten. Berekeningen die uitgaan van het huidige beleid komen nu uit op ongeveer 3 graden opwarming in 2100, als het klimaatsysteem tenminste niet gevoeliger is voor broeikasgassen dan we denken. Intussen zie je dat veel landen beloften hebben gedaan die verder reiken. Europa heeft gezegd: in 2050 willen we uitkomen op nul uitstoot, van alle broeikasgassen. China heeft 2060 beloofd, India 2070. Als je al die beloften bij elkaar optelt, kom je ongeveer uit rond de 2 graden opwarming in 2100. Dus er zit beweging in.’
‘De aanname is wel dat iedereen doet wat ze hebben beloofd. En in de praktijk gaat het gewoon nog niet hard genoeg, ook in westerse landen niet. Zelfs dan is er trouwens nog altijd een gat. We moeten nog steeds van 2 graden naar ruim onder de 2 graden, liefst 1,5 graad. Elke tiende graad maakt veel uit.’
‘En hernieuwbaar, ze zetten ook heel veel hernieuwbaar neer. Als ik mijn Chinese wetenschappelijke collega’s spreek, zijn die net zo bezorgd over het klimaat en proberen ook zij wel degelijk hun overheid van de ernst van de situatie te doordringen. En China wil graag wereldleider zijn.’
Dat klopt inderdaad: volgens een net verschenen analyse wekt China in 2025 ruwweg twee keer zoveel zonne- en windenergie op als heel Europa. Daarmee loopt China vijf jaar voor op zijn belofte om in 2030 te pieken in uitstoot.
‘Tegelijk ontslaat wat China wel en niet doet ons natuurlijk niet van de verplichting om dit wereldwijd voor elkaar te krijgen. Daarbij hebben westerse landen extra historische verantwoordelijkheid, omdat we de sterkste schouders hebben, en qua emissies per hoofd van de bevolking hoog zitten. Dat maakt het bijvoorbeeld lastig om van India te eisen om aan de slag te gaan. We zullen eerst zelf moeten laten zien dat we het serieus nemen. Dan pas kun je ook van India iets gaan verwachten.’
‘Het alternatief – geen klimaatbeleid – zal ook welvaartsverlies met zich meebrengen. We weten gewoon dat die 3 graden klimaatverandering waar we nu op afstevenen gevolgen gaat hebben. Het welvaartsverlies ervan is veel groter dan als we wél aan de slag gaan. Waarbij het wel cruciaal is dat we de kosten eerlijk verdelen.’
‘Uiteindelijk komt het doordat iedereen op elkaar zit te wachten en van elkaar afhankelijk is. Het klimaatakkoord van Parijs heeft de impasse doorbroken, door uit te gaan van vrijwillige bijdragen. Dat was een slimme stap. Het plan was: deelnemende landen kondigen om de vijf jaar nieuwe klimaatplannen aan, evalueren of het genoeg is, en doen zo nodig weer nieuwe aankondigingen.
‘De keerzijde is dat we nu afhankelijk zijn van wat landen vrijwillig aankondigen. In de praktijk zien we al een hele tijd dat het niet genoeg is. Dan komen er wel wat aanscherpingen, maar die zijn nog steeds minimaal ten opzichte van wat er werkelijk moet gebeuren. Als je 1,5 graad serieus neemt, dan zijn die tijdperiodes van vijf jaar ondertussen veel te lang.
‘Ook het begrip eerlijkheid speelt mee. Vooral in ontwikkelingslanden leeft het gevoel dat zij dit niet veroorzaakt hebben. Westerse landen hebben zich kunnen ontwikkelen dankzij fossiele brandstoffen, en nu zouden zij dat ineens niet meer mogen. Vandaar zitten ze niet direct te springen om op dit thema de leiding te nemen.’
‘…en in Zuid-Limburg word je ineens getroffen door een overstroming. Bepaalde klimaateffecten zien we nu al. Bovendien kan het in 2030 of 2050 al behoorlijk warm zijn. Dat is helemaal niet ver weg. We hebben het dus niet over toekomstige generaties, maar ook over mensen die nu al rondlopen.
‘Desondanks denken we elke keer weg te komen met: eerst even wat andere problemen oplossen, daarna gaan we hard aan de slag. Dat is natuurlijk wel een probleem. In verschillende landen proberen we dat nu te doorbreken met dingen zoals die klimaatwet, waardoor je jezelf dwingt ook op de korte termijn keuzes te maken die voor de lange termijn belangrijk zijn. Het is gewoon een kwestie van: anders investeren.’
‘Of we nu windmolens bouwen of kolencentrales: we gaan de komende twintig, dertig jaar wereldwijd sowieso enorm veel geld uitgeven aan het energiesysteem. En in een scenario waarbij we klimaatbeleid voeren, is het wel wat meer, maar vooral ook anders. Daarom is het ook zo cruciaal dat ook de financiële sector verandert.’
‘Er is een neiging om te roepen: als we die 1,5 graad niet halen, vergaat de wereld. Dat is natuurlijk niet waar. Maar het is wel belangrijk er zo dichtbij mogelijk te blijven. Bij het IPCC nemen we die 1,5 graad al wat ruimer: je mag er wel iets overheen gaan, als het maar onder de 1,6 blijft en aan het eind van de eeuw 1,5 is.’
‘Voor het IPCC moesten we alle uitstootscenario’s gebruiken die in de vakliteratuur zijn gepubliceerd. We hebben zo’n zestienhonderd scenario’s opgehaald en geanalyseerd. Daarbij waren er negentig die uitkomen op 1,5 graad in 2100. Dat vind ik nog best veel.’
‘Ze hebben gemeen dat de uitstoot om te beginnen dus heel snel naar beneden gaat. Gemiddeld komen ze rond 2050, 2055 op nul uitstoot uit, voor de hele wereld. En daarna hebben ze een aantal jaar negatieve emissies. Want bij die negentig scenario’s zit er niet één dat niet eventjes boven de 1,5 graad komt.’
‘Ja, gemiddeld genomen zie je in de scenario’s ook een lichte toename van kernenergie. Dan nog blijft kernenergie een wat marginale technologie, anders dan zon en wind die gewoon het elektriciteitssysteem overnemen. Kerncentrales die de laatste jaren gebouwd zijn, worden vaak gekenmerkt door enorme kostenoverschrijdingen. Of kernenergie een rol heeft, hangt uiteindelijk ook af van de maatschappelijke acceptatie.’
‘Als je naar de modellen kijkt, is het eerste wat voor de hand ligt meer energiebesparing. Daar is nog veel winst te behalen. Ten tweede zijn zon en wind economisch gezien op dit moment gewoon aantrekkelijk. Dit zijn verreweg de snelstgroeiende vormen van elektriciteitsvoorziening. Maar er is meer nodig, en dan komen ook CO2-opslag, waterstof, bio-energie, eventueel nucleair en andere technologieën in beeld. Er zijn toepassingen waar elektriciteit uit zon en wind niet voor de hand ligt, zoals vliegverkeer of zwaar transport. Daarvoor moeten nog oplossingen worden bedacht.’
‘En een andere groep is een tegenpetitie begonnen. Die zeggen: we zijn zo bezorgd over klimaatverandering dat we het verstandig vinden dit juist wel te ontwikkelen. Dan kunnen we altijd nog zien of we het gaan toepassen.’
‘Ik heb ze allebei niet getekend. Bij die eerste brief vind ik het gek om tegen andere wetenschappers te zeggen: je mag het zelfs niet onderzoeken. Ik denk dat de discussie uiteindelijk gaat plaatsvinden. Ook als tegenstander zul je daarop voorbereid moeten zijn.
‘Begrijp me goed, ik ben er geen voorstander van. Geo-engineering is in mijn ogen vooral een onnodige afleiding. Ik ben bang dat het bij onderhandelingen kan leiden tot: langzamer aan doen. Maar geo-engineering is nooit de finale oplossing. Zolang die CO2 in de atmosfeer blijft stijgen, heb je bijvoorbeeld ook nog oceaanverzuring. Je zult sowieso van je fossiele brandstoffen af moeten.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden