Om stemmen weg te trekken bij de nog rechtsere partijen neemt de VVD geregeld hun standpunten over, in iets lichtere vorm. Uit onderzoek en nu ook de praktijk blijkt dat dit eerder averechts werkt.
De optelsom is makkelijk gemaakt en spreekt voor zich. In een paar verkiezingen is het radicaal-rechtse blok in de Tweede Kamer gegroeid van 15 zetels in 2012 (alleen de PVV), 22 in 2017 (FvD erbij) en 28 in 2021 (JA21 erbij) tot 41 zetels nu. Een ongekend aantal, met vooral de immense klont van 37 zetels voor de PVV, eentje voor JA21 en drie voor FvD.
Maar als je uitzoomt, is het grotere verhaal dat het radicaal-rechtse gedachtengoed zich over een nog veel breder deel van het parlement heeft verspreid. VVD, BBB en NSC (en in mindere mate CDA, SP en SGP) nemen nu standpunten in over migratie – met een air van redelijkheid, gematigdheid en statigheid – die tien jaar geleden nog ondenkbaar waren in de gevestigde politiek.
Daar zit een welbewuste strategie achter. Jarenlang had de VVD iemand in de gelederen die ‘PVV-corvee’ had – Halbe Zijlstra, Bente Becker en Ruben Brekelmans zou je hieronder kunnen scharen – en een onderbuikgeluid vertolkte, liefst op asiel. Dat moest de populistische stem wegtrekken bij radicaal- en extreem-rechts. Als we maar genoeg standpunten van PVV en FvD in iets mildere vorm eigen maken, was de gedachte bij de VVD, en tegelijkertijd samenwerking geheel uitsluiten, hebben de mensen geen reden om op die partijen te stemmen.
Zo werden – tweet voor tweet, debat na debat – piketpaaltjes omgetrapt, zo werden grenzen opgerekt die los van elkaar niet zoveel betekenis hebben, maar tezamen een belangrijke verdedigingswal vormen voor de open, tolerante samenleving die zo kwetsbaar is voor intolerante aanvallers.
Wat is daarvan het gevolg? In een column voor De Correspondent citeerde Simon van Teutem onderzoek van zijn promotor in Oxford, Tarik Abou-Chadi. Diens conclusie op basis van 108 verkiezingen: er is geen enkel bewijs voor de stelling dat het overnemen van de standpunten of de retoriek van rechts-populisten deze partijen kleiner maakt. ‘Áls de cijfers al iets zeggen, dan is eerder het tegenovergestelde waar: het maakt hen juist groter.’
Heel gek: de PVV’er van dienst bij de VVD heeft niet de VVD, maar de PVV vooruitgeholpen.
Hoe snel de zaken kunnen schuiven, zie je nergens zo duidelijk als bij het debat over de wooncrisis. Toen Freek Jansen (FvD) eind 2021 in de Tweede Kamer zei dat de bevolking gestaag wordt vervangen door immigranten en dat Nederlanders daardoor geen huis meer kunnen krijgen, was de eerste die hem tegensprak Caroline van der Plas. ‘Kan de heer Jansen ons een definitie geven van een Nederlander?’
Een goede vraag, waarop uiteraard een verwerpelijk antwoord kwam. ‘Dat zijn de mensen die hier altijd zijn geweest.’
Twee jaar later komt in elk tv-debat terug dat migranten ‘woningen inpikken’ van Nederlanders en wordt dat nauwelijks nog bestreden. Natuurlijk, die koppeling is ook niet geheel verzonnen. Van de 200 duizend sociale huurwoningen die jaarlijks beschikbaar komen, gaat 5 tot 10 procent naar statushouders. Ook demissionair minister Hugo de Jonge stelt dat er niet tegenop gebouwd kan worden als de migratie zo doorgaat.
Maar dat de wooncrisis wordt versimpeld tot zondebokpolitiek – het is de schuld van de buitenlanders – is een verdraaiing die zonder de normalisering van radicaal-rechts nooit mogelijk was geweest. De retorische truc wordt bovendien dankbaar gebruikt door de VVD en andere kabinetspartijen om hun eigen falen niet nader te beschouwen.
Ten grondslag aan de afkeer van immigranten ligt het nativisme, een cruciaal element van radicaal-rechts dat in wezen behelst dat de mensen die ‘hier altijd al zijn geweest’ meer rechten hebben dan anderen. Dat inheemsen worden bedreigd door nieuwkomers en een betere behandeling verdienen. Dat er eerste- en tweederangsburgers zijn.
Decennialang was nativisme in de politiek besmet, omdat het lijnrecht tegenover het liberalisme staat en sterk verwant is aan het Blut-und-Boden-denken van het nazisme. Er waren vast delen van de bevolking die vonden dat zij meer recht hadden op de inrichting van het land omdat zij al vele generaties hier woonden, maar in de politiek werd dat idee zoveel mogelijk bestreden.
Met de opkomst van radicaal-rechts kwam het nativisme gaandeweg terug en sijpelde het – alsof het doodnormaal is – door in het publieke debat en het alledaagse taalgebruik. Vooral FvD deinsde niet terug voor nativistische taal. Denk aan het ‘Nieuwkomers maken we zelf’-rompertje dat werd verkocht, met daarbij de letterlijke boodschap: ‘de inheemse Nederlander sterft langzaam uit’. Fokken zul je.
Het resultaat hiervan merken Nederlanders met een migratieachtergrond al jaren. Van hen wordt verwacht dat ze zich nog verder integreren. Ook al hebben ze een paspoort, een baan en een gezin dat in dit land geboren is. Ook al hebben ze het geschopt tot nationale elftallen, ministerraden en de media-elite. Dan nog wordt hun continu gevraagd hun loyaliteit kenbaar te maken, of afstand te nemen als er ergens een aanslag wordt gepleegd. Dan nog is het niet genoeg.
Ook de media droegen bij aan de normalisering. ‘Omvolking’ werd in korte tijd een ingeburgerde term die op de publieke omroep werd besproken, vooral bij Ongehoord Nederland. Journalisten worstelden na de Fortuyn-revolte jarenlang met radicaal-rechts, bang als zij waren om van vooringenomenheid beschuldigd te worden en de zorgen van de gewone man over het hoofd te zien.
Kranten, ook deze, trapten te vaak in uitlokkende radicale uitspraken van Baudet, waardoor er telkens weer openlijk werd gepraat over overlastgevende ‘Marokkanen’ in de trein, of wat dan ook de ophef van de dag was. En de afgelopen maanden mocht Wilders op veel plekken verkondigen dat hij milder was geworden, hoewel daar op basis van zijn verkiezingsprogramma geen enkele aanwijzing voor was.
Je zou eerder kunnen concluderen: Wilders is niet milder geworden, het land is radicaler geworden. In dat land klinkt het heel redelijk om te zeggen dat hij de Nederlanders weer op één gaat zetten en doet dat veel kiezers niet denken aan bruine kreten.
We zullen nog jaren napraten over wat Rutte bezielde toen hij het kabinet liet vallen op nareizigers. Dacht hij werkelijk dat de VVD zich daadkrachtig toonde op asiel en migratie, en zo de campagne op deze thema’s naar zich toe kon trekken?
Dat was dan bijzonder naïef. Hij had beter moeten weten, schreef ook politicoloog Cas Mudde in The Guardian, aangezien het al drie decennia zo gaat in Nederland en West-Europa: als je de verkiezingscampagne laat draaien om kwesties van radicaal-rechts, met name immigratie, dan wint radicaal-rechts. Want waarom zouden kiezers stemmen op een kopie als ze ook voor het origineel kunnen gaan?
Source: Volkskrant