Home

Drie jonge Nederlandse moslims over de PVV-winst: ‘Vergis je niet, deze uitslag raakt ons allemaal, ongeacht wie je bent of hoe je eruitziet’

Het is niet zozeer de moslimhaat van Wilders die hen nu de meeste zorgen baart. Moslimhaat is niets nieuws, Nederlandse moslims die in de jaren nul zijn opgegroeid kennen niet anders. ‘Het is het wegkijken’, zegt Assamaual Saidi. ‘De combinatie van haat aan de ene kant, en onverschilligheid en normalisering ervan door het politieke midden aan de andere kant. Dat is een gevaarlijke cocktail.’

Het is donderdagavond, de dag nadat Geert Wilders zijn historische verkiezingszege behaalde. Assamaual, een 22-jarige student staats- en bestuursrecht en oud-voorzitter van een islamitische studentenvereniging, heeft op verzoek van de Volkskrant een aantal jonge moslims uitgenodigd om samen de verkiezingen na te bespreken. En om te vertellen hoe het was om als Nederlandse moslim op te groeien in de periode dat Wilders groot werd.

Veel jonge moslims zijn huiverig om zich uit te spreken, helemaal nu een kwart van de Nederlanders heeft gestemd op een uitgesproken islamofobe partij, met een partijleider die moslims de afgelopen twintig jaar stelselmatig als tweederangsburgers heeft neergezet. Maar de 29-jarige Amina Hassan Sheikh Ali, werkzaam als adviseur in de publieke sector, en de 21-jarige student orthopedagogiek Oumaima al Abdellaoui zijn bereid hun verhaal te doen.

Vanwege hun veiligheid willen de drie liever niet worden gefotografeerd. ‘Ik ben er altijd van uitgegaan dat mijn rechten in Nederland beschermd zijn’, aldus Oumaima. ‘Maar nu Wilders de grootste is, twijfel ik daar serieus aan. Ik vraag me oprecht af of mijn overheid me straks nog bescherming biedt.’ Amina knikt instemmend: ‘We weten niet wat ons allemaal te wachten staat. We zijn als land aan het afglijden en weten niet waarheen.’

‘Ik ben vooral benieuwd wat andere Nederlanders hieraan gaan doen’, zegt Oumaima. ‘Want het is nu niet aan moslims om deze rommel op te ruimen. Wij roepen al jaren dat islamofobie een groot probleem is.’ Oumaima’s ogen staan fel als ze verderpraat: ‘Begrijp me niet verkeerd, ik vraag niemand hulp. Wij moslims zijn ontzettend veerkrachtig, na twintig jaar moslimhaat kunnen we wel tegen een stootje. Maar het gaat hier om onze rechten. Dus allemaal leuk en aardig, die speeches van politici woensdag, maar wat gaan ze concreet doen?’

‘Ze noemen ons de 9/11-generatie’, aldus Assamaual. Het is de eerste generatie die is opgegroeid met Wilders, de oud-VVD’er die in 2004 zijn eigen partij begon. ‘Als kind begrijp je niet helemaal waar het over gaat’, vertelt Assamaual. ‘Maar je voelt wel dat de spanning toeneemt. Op tv ging het voortdurend over de onwenselijkheid van de aanwezigheid van moslims in Nederland. Dat liet bij mij diepe wonden achter.’

Uit onderzoek van etnoloog Sakina Loukili, verbonden aan het Meertens Instituut, blijkt dat de aanslagen in New York destijds ook in Nederland de verhoudingen blijvend hebben veranderd. ‘Het beeld van de moslimbarbaren tegen beschaafde westerlingen werd toen heel dominant’, legt ze uit. ‘Voornamelijk Marokkaanse en Turkse Nederlanders werden vanaf dat moment op de eerste plaats gezien als moslims, andere identiteiten verdwenen naar de achtergrond.’

Amina, ten tijde van de aanslagen 7 jaar oud, herkent dat. ‘De eerste keer dat ik werd bespuugd was vlak na 9/11’, vertelt ze. ‘Het gebeurde in die tijd ook dat wildvreemden op straat schreeuwden dat we terug moesten naar ons eigen land.’ Enkele jaren later, in 2004, schreef Wilders zijn eerste antimoslim-manifest.

Assamaual was een 8-jarig jongetje toen hij voor het eerst in aanraking kwam met moslimhaat. ‘Op straat spuugde een man mijn moeder in het gezicht, trok haar hoofddoek af en riep dat alle moslims het land uit moesten.’ Dat was in de herfst van 2009, een week nadat Wilders zijn ‘kopvoddentaks’-voorstel had ingediend, een plan om hoofddoekdragers een jaarlijkse belasting van 1.000 euro te laten betalen.

Het voorval maakte indruk op Assamaual. ‘Het heeft een groot vuur bij me doen ontbranden’, vertelt hij. ‘Het heeft ervoor gezorgd dat ik van jongs af aan wist dat ik moslimhaat moest bestrijden.’ Assamaual volgde al in de brugklas alle politieke debatten op televisie, zodat hij goed op de hoogte was. ‘En als voorzitter van een studentenvereniging heb ik veel bijeenkomsten georganiseerd, steeds met als doel verbinding te creëren tussen verschillende groepen in de samenleving.’

Oumaima wordt op straat vaak nageroepen. ‘Ze roepen dingen als rot-Marokkaan, ga terug naar je eigen land. Wat doe je hier? We moeten jou hier niet.’ Ze moet zich bovendien al haar hele leven als moslim verantwoorden als er ergens terroristische aanslagen worden gepleegd. ‘Dat is echt een standaardreactie.’ De anderen knikken, ‘herkenbaar’.

‘Moslims worden geassocieerd met alles wat minder is’, zegt Oumaima. ‘Andere Nederlanders gaan ervan uit dat ik de taal niet spreek. Ze zien een vrouw met een hoofddoek, geen Nederlander. Ze denken dat moslims allemaal op een uitkering teren, en dat je je niet wilt inzetten voor de maatschappij.’ Amina valt haar bij: ‘En dat je uitgehuwelijkt wordt!’ Beide vrouwen moeten lachen. ‘O ja, die hoor ik ook echt vaak’, zegt Oumaima.

Op haar 15de besloot Oumaima een hoofddoek te gaan dragen, twee jaar na de ‘minder Marokkanen’-toespraak van Wilders in maart 2014, en in de tijd dat IS grote terreur zaaide in het Midden-Oosten en Europa. ‘Ik zat op een heel witte school, mijn vrienden vroegen me botweg of ik nu bij IS zou gaan.’ Het pijnlijkst vond ze de stilte die daarop volgde: ‘Niemand zei iets.’

Volgens socioloog Edward Said, die in zijn boek Orientalism de herkomst van moslimhaat beschrijft, stamt de reflex om moslims met extreem geweld in verband te brengen uit de kruisvaarderstijden. ‘Die eeuwenoude stereotiepe beelden van boze Arabieren zijn heel krachtig en diep in het westerse denken geworteld’, zegt etnoloog Loukili. ‘Dus als die beelden in politieke debatten worden opgeroepen, wordt dat nauwelijks ter discussie gesteld.’

De verkiezingsuitslag van woensdag kwam voor de drie als een klap in het gezicht. ‘Ik heb gisteren voor het eerst in mijn leven een gesprek gevoerd met een van mijn vriendinnen over wat we gaan doen als er een hoofddoekverbod komt in overheidsgebouwen’, zegt Oumaima. ‘Blijf ik dan nog studeren? Wat moet ik doen als ik op mijn werk in de toekomst geen hoofddoek mag dragen?’

Wilders had het dit keer in zijn campagne niet over ‘kopvodden’ of ‘haatimams’, hij dreigde niet om moslims het land uit te gooien, en beloofde moskeeën, korans en islamitische scholen met rust te laten. ‘Ik snap heel goed dat partijen niet in een regering willen zitten die ongrondwettelijke maatregelen neemt. Dat gaan we dus ook niet doen’, zei hij woensdagavond tegen de NOS. ‘Ik zal premier voor alle Nederlanders zijn. Ongeacht waar je vandaan komt en wat je geloof is.’

Amina, Oumaima en Assamaual vinden het verbijsterend dat men zich door deze woorden laten sussen. ‘Ik geloof niet dat Wilders werkelijk milder is geworden’, zegt Assamaual. ‘Je ziet het overal bij populisten. Eerst zeggen ze dat ze er voor iedereen zijn, dat ze zich aan de democratische regels zullen houden. Maar als ze eenmaal aan de knoppen zitten, begint de erosie.’

De samenwerkende moskeekoepels wezen er vrijdag in een gezamenlijk persbericht op dat Wilders’ ideeën allang zijn doorgesijpeld in overheidsbeleid. Als voorbeelden noemen ze de toeslagenaffaire, de onschuldige moslims die op terreurlijsten staan, banken die de betaalrekeningen van islamitische organisaties bevriezen of zelfs sluiten, en spionage in moskeeën door gemeenten, NCTV en SZW. ‘Het wantrouwen en behandelen van moslims als tweederangsburgers is allang een feit’, aldus het persbericht. ‘Dat Wilders de grootste is geworden, is daar slechts een reflectie van.’

Voor de drie jongeren is met het mogelijke toetreden van Wilders tot de regering een nieuwe fase bereikt, en ook zij wijzen erop dat dit niet uit de lucht komt vallen. ‘We zijn opgegroeid in een tijd dat moslimhaat steeds meer genormaliseerd werd’, zegt Amina. ‘De grens is steeds een stukje verlegd. En nu zijn we zover dat politieke middenpartijen gaan onderhandelen met een man die openlijk groepen mensen uit onze samenleving wegzet. En veel Nederlanders lijken daar geen enkel gevaar in te zien.’

‘Het midden heeft de deur opengezet voor anti-rechtsstatelijk extreem-rechts, en dat is ontzettend gevaarlijk’, zegt Assamaual. ‘Tegen welke andere bevolkingsgroep zouden we het aanvaardbaar vinden om voor te stellen gebedshuizen te sluiten, kledingverboden in te voeren en heilige boeken te verbieden’, vraagt hij zich af. ‘Er is niet dezelfde sensitiviteit voor moslimhaat zoals die er – terecht – wel is voor andere vormen van haat. Dat is een pijnlijke constatering die er bij veel jonge moslims inhakt.’

Ook de media treffen blaam, vinden ze. ‘Waarom is het nauwelijks gegaan over het partijprogramma van Wilders’, vraagt Assamaual zich af. ‘En toen Wilders iets zei over de corpulentie van Timmermans had iedereen het erover. Maar Wilders, iemand die een complete bevolkingsgroep wegzet als tweederangsburger, wordt door Timmermans een pestkop genoemd. Dat laat zien hoe genormaliseerd Wilders is geworden.’

‘Vergis je niet, deze verkiezingsuitslag raakt ons allemaal in Nederland, ongeacht wie je bent of hoe je eruitziet’, zegt Amina. De oplossing ligt volgens haar niet in demonstraties tegen Wilders, ‘dat wakkert de polarisatie alleen maar verder aan’, maar juist in dialoog. ‘We moeten een manier vinden om met elkaar in gesprek te raken’, zegt ze. Of ze er vertrouwen in heeft dat het lukt? Het blijft even stil. ‘Geen vertrouwen’, antwoordt ze dan. ‘Wel hoop.’

Oumaima vreest dat door de komst van Wilders het geweld tegen moslims verder zal toenemen, dat moslimhaters zich vrijer zullen voelen. ‘We maken er onderling grapjes over’, zegt ze. ‘Dan zeggen we bijvoorbeeld dat we secondelijm gaan inslaan, om onze hoofddoek vast te lijmen aan ons hoofd.’ Amina grinnikt. ‘Maar eigenlijk is het natuurlijk helemaal niet grappig’, zegt Oumaima.

‘Ik vraag me echt af wat alle Nederlanders die niet op Wilders hebben gestemd nu gaan doen’, herhaalt ze. ‘Ik kreeg na de verkiezingen veel berichtjes, met hartjes en knuffels. Die steun waardeer ik, het is echt hartverwarmend en belangrijk, maar er is echt meer nodig nu. We hebben de afgelopen tijd heel veel strijd gezien voor inclusie, voor diversiteit, we hebben voor sommige groepen heel hard gestreden. En nu wil ik weten wat ze voor ons gaan doen. Want ik ben niet van plan om in mijn eigen land in angst te leven.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next