"Ik heb me zelden zo machteloos gevoeld in dit werk", zegt hulpverlener Hielke Zantema. Als noodhulpcoördinator bij ZOA is hij vaak binnen een paar dagen ter plaatse. Bijvoorbeeld toen de oorlog in Oekraïne uitbrak. De situatie in Gaza is heel anders. "Ik heb nog nooit meegemaakt dat een gebied waar twee miljoen mensen op zo'n kleine oppervlakte wonen hermetisch afgesloten is van zo'n beetje alles."
Als je hier aanvalt dan "weet je dat er op grote schaal burgerslachtoffers gaan vallen", vult Derk Segaar aan. Hij is nu ruim twee jaar hoofd internationale hulp bij het Nederlandse Rode Kruis en werkt al jaren in de hulpsector. Door de bevolkingsdichtheid is het zo goed als onmogelijk om onderscheid te maken tussen burgers en doelen van Hamas.
Niet alleen Palestijnse burgers komen om door de bombardementen van Israël, maar ook hulpverleners. Toen de eerste ambulance werd geraakt, dacht de Japanse verpleegkundige Miné Yamamoto* dat het per ongeluk was. "Maar het werd een behoorlijk aantal."
"Het lijden vindt plaats op een schaal die moeilijk te bevatten is", zegt Segaar. Er is een gebrek aan schoon water, eten en medicijnen. Hierdoor worden ook veel mensen ziek. Daarnaast is er het geweld. Zowel Hamas als Israël hebben aangegeven door te vechten na het staakt-het-vuren.
"De veiligheid van burgers gaat voor alles en dat is nu nergens in Gaza gegarandeerd", zegt Segaar over de gevechten. "Ze zitten midden in een conflictgebied waar ze niet weg kunnen en constant direct gevaar lopen." Yamamoto ondervond dat aan den lijve. Zij ging als hoofdverpleegkundige naar Gaza voor een coördinerende functie. Maar daar kwam ze niet aan toe, want een paar dagen na aankomst hoorde ze de eerste raketten van Gaza naar Israël vliegen. "Het klonk als vuurwerk."
Het was rond een uur of zeven 's ochtends op zaterdag. Ze rende direct naar het raam en zag een raket door de lucht gaan. Collega's die in dezelfde flat woonden, dachten eerst dat het om een oefening ging. Tot een collega naar boven rende en riep: "Ga onmiddellijk naar de kelder!"
Een paar dagen later was er een explosie vlak bij het appartement in Gaza-Stad. "Ik dacht echt dat ze ons gebouw hadden gebombardeerd", zegt Yamamoto. Alles schudde. "Het geluid van brekend glas was enorm." Een raamkozijn belandde op straat. Niet kort daarna werd ze met haar collega's overgeplaatst naar een VN-gebouw in de buurt. Daar zaten zowel Palestijnse als internationale mensen.
In dat gebouw gaf Yamamoto de hoop voor het eerst een beetje op. Toen zij zich met andere internationale collega's klaarmaakte voor een volgende verplaatsing blokkeerden Palestijnen de weg. "Ze waren bang om gebombardeerd te worden als de internationale medewerkers zouden vertrekken."
"Het is niet eerlijk", benadrukt Yamamoto. "Omdat wij internationaal zijn en geen Palestijnen zijn, hebben we het recht en de mogelijkheid om te ontsnappen naar een veilige plek." Daarom raakte ze ook niet in paniek. "Als we er niet uit kunnen komen, dan is dat oké. Dan zijn we hetzelfde als de andere mensen." Maar uiteindelijk mochten ze toch gaan. Zo kwamen de internationale hulpverleners in de zuidelijker gelegen stad Khan Younis terecht.
Na nog een verplaatsing binnen de stad kregen de hulpverleners een plek op een parkeerplaats in een groot VN-complex in de buitenlucht. Zo'n 200 tot 300 meter van de parkeerplaats lanceerde Hamas raketten, zegt Yamamoto. "Als Hamas lanceerde, ging het over onze parkeerplaats heen." Zo kon ze van dichtbij een raket zien overvliegen en wist ze dat kort daarna een reactie van Israël zou volgen. "Dat was heel eng."
Op de eerste locaties kon Yamamoto nog wel aan eten komen. Later werd het lastiger. "Soms aten we droge instantnoedels, omdat we geen kokend water hadden. En een blikje tonijn." Op een van de latere VN-locaties was Yamamoto afhankelijk van het ondersteunend personeel uit Gaza. Internationale mensen mochten het terrein niet af.
Het ondersteunend personeel reed in het begin zelfs - met gevaar voor eigen leven - heen en weer naar Gaza-Stad om matrassen en medicijnen uit het hulpverlenershuis te halen. Maar vooral het eten was van levensbelang. "Zonder het personeel zouden we het niet hebben overleefd." Yamamoto is hen enorm dankbaar. "Aan de andere kant voelde ik me heel erg slecht om ze zo tot last te zijn."
Yamamoto verloor langzaam de hoop dat ze snel de grens zou overgaan. Sommige collega's kregen diarree, anderen raakten depressief. Daarnaast ontstond er steeds vaker onrust aan de poort van het VN-terrein in Khan Younis, omdat mensen buiten dachten dat er meer voedsel was achter de poort.
"Dat klopte ook", denkt Yamamoto. Ondanks dat zij weinig hadden en ze met veel mensen een wc moesten delen, was de situatie buiten de poort waarschijnlijk vele malen erger. Nadat de hulpverleners opnieuw werden verplaatst naar een villa aan de kust, mochten ze eindelijk de grens over. Yamamoto geloofde het pas toen ze in Egypte was.
"Als dit soort dingen gebeuren, is het onze taak om te helpen, maar dat konden we niet", zegt Yamamoto. Zo heeft Gaza vooral behoefte aan heel gespecialiseerde medische hulp. Zoals de chirurgen en een explosievenexpert van het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) die eind oktober Gaza in konden. Segaar: "Deze chirurgen zijn gespecialiseerd in heftige verwondingen zoals armen en benen die zijn afgerukt door een explosie en enorme verbrandingen." Een explosievenexpert zorgt ervoor dat burgers en ambulances zich veilig kunnen verplaatsen.
Naast medische hulp gaat het vooral om eerste levensbehoeften. "Water en brood zijn direct het grootste probleem", benadrukt Zantema. Zijn organisatie helpt daarom met voedseldistributie op kleine schaal. Gebrek aan brandstof is volgens hem de grootste bottleneck. Dat is nodig om brood te bakken, water op te pompen en om ziekenhuizen draaiende te houden. "De toevoer van brandstof is letterlijk van levensbelang."
Ze staan klaar als er meer brandstof komt. "Dan kunnen we wel echt wat substantieels gaan doen." Zo is er een waterput bij een school in Khan Younis waar met behulp van brandstof veel meer water uit gepompt kan worden en met vrachtwagens verplaatst kan worden. "Daar zouden we duizenden mensen van drinkwater mee kunnen voorzien."
Sinds vrijdagochtend geldt er een staak-het-vuren. Als alles goed gaat, duurt dit minstens vier dagen. "Vier dagen is zo kort", zegt Yamamoto. Het is te weinig tijd om voldoende hulp te bieden, maar omdat de nood zo hoog is, denkt ze toch dat het een groot verschil kan maken.
Ze hoopt dat hulpverleners ook naar het noorden van Gaza mogen. Dat is nu voor iedereen verboden. "Niemand weet hoe de situatie daar is. Er is zoveel gebombardeerd en er zitten nog steeds mensen."
"Wat we tot nu toe konden doen, is uiteindelijk een druppel op een gloeiende plaat", benadrukt Segaar. Zolang de gevechten doorgaan, blijven er slachtoffers vallen en blijft de nood groot. "Humanitaire hulp zal niet de uitkomst bieden. Uiteindelijk is er een politieke oplossing nodig."
*Miné Yamamoto is geen echte naam. Haar naam en hulporganisatie zijn op verzoek van haar werkgever gefingeerd. Haar achternaam is bekend bij onze redactie.
Source: Nu.nl algemeen