‘Ik heb altijd veel gedagdroomd over hoe het zou zijn om een relatie te hebben. Ik keek ernaar uit op jonge leeftijd een partner te vinden, met wie ik misschien wel de rest van mijn leven samen zou zijn. Mezelf kan ik niet opnieuw uitvinden, maar een relatie, meende ik, kun je precies zo inrichten als je wilt. Ik dacht na over wat ik wel en niet zou willen meenemen uit het gezin waarin ik opgroeide. Die opvliegendheid waar iedereen thuis nogal vergoelijkend over doet: ‘zo zijn wij nu eenmaal’, die ijzige stilten die soms wel een paar dagen kunnen aanhouden, de opmerkingen die vaak net iets pittiger worden geuit dan ze zijn bedoeld. Ingesleten gezinsgewoonten, daar kon ik zonder en die zou ik achter me laten. De wellevendheid die mijn ouders ook hebben, wilde ik houden.
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
‘Mijn vriend leerde ik kennen via vrienden die in onze gedeelde glutenallergie voldoende aanleiding zagen om ons te koppelen. Volslagen idioot natuurlijk, maar ook wel weer grappig. Bij de eerste ontmoeting was ik plotseling doodnerveus, want daar stond een jongen met een enorm blije uitstraling. Niet blij op een naïeve manier, maar evenwichtig en optimistisch, niet uit het veld te slaan. Die kalmte trok me aan. Zijn interesse voor mij en de vragen die hij stelde, zorgden voor de rest: ik werd verliefd. In hem zag ik een solide basis. En ik dacht: als er ooit iets gebeurt wat ons uit het lood slaat, kom ik er met hem zeker wel uit.
‘We waren 18 en deden de dingen die stellen doen. We bezochten buitenlandse steden, musea, bijzondere gebouwen, waren om en om in zijn studentenstad en in de mijne. Niets doen, daar hielden we ook van. Dan ging hij in het hoekje van de bank zitten, en kroop ik tegen hem aan. Je zou kunnen zeggen dat hij dan mijn hoekje was, en zo hingen we vaak een hele dag languit, kletsten over niks bijzonders en verwonderden ons over het zacht verglijden van de tijd.
‘Tot ik ziek werd. In 2020 werd mijn blindedarm verwijderd, een simpele operatie waarvan ik binnen een paar weken had moeten herstellen, maar waaraan ik enorme pijn overhield. Van het ene op het andere moment kwam ik mijn kamer niet meer uit.
‘Ik stopte met mijn studie en liet me verzorgen door mijn ouders. Op betere dagen ontbeet ik beneden aan de keukentafel, maar meestal was de pijn zo ondraaglijk dat ik de hele dag sliep, Netflix keek en las. Met de trein naar mijn vriend gaan lukte nauwelijks nog, dus hij kwam naar mij. Soms wel drie keer in een week. Hij was een en al empathie, maar dwars door alle liefde en pijn heen zag ik hoe de verhouding tussen hem en mij uit balans raakte. Ik was 20, kon alleen maar liggen en had hem niets meer te geven. Het urenlange kletsen op de bank kreeg een andere betekenis nu er niets anders meer te doen viel. En dat pittige karakter van mij bleek ineens niet zo heel makkelijk meer te onderdrukken. Ik werd weer sneller boos en begon te twijfelen: is een relatie eigenlijk wel zo maakbaar als ik had gewild? Ik neem immers altijd mijn zelfde zelf mee.
‘Een keer, toen mijn vriend naast mijn bed zat en ik om een glaasje water vroeg, zei hij: ‘Nog een glas? Je drinkt de hele kraan leeg.’ Het was een grapje, maar ik werd kwaad. Ik voelde me afhankelijk en begon me zorgen te maken. Ik lag intussen al langer dan een jaar op bed, zonder enige verbetering. Zes ziekenhuizen had ik bezocht en niemand begreep waar mijn pijn vandaan kwam. Ik moest er maar mee leren leven, zei men.
‘Mijn vriend bleef zijn best doen. Hij deed bijvoorbeeld of hij ontzettend moe was en niets liever wilde dan op bed liggen en hé, dat kwam goed uit, want ik lag daar al. En toen we de zoveelste film aanzetten, stelde hij voor dat we zouden doen alsof we recensent waren. Hij pakte popcorn en papier en allebei schreven we in hoogdravende recensententaal onze kritieken, wat ons dan weer aan het lachen maakte.
‘Of hij het bewust deed weet ik niet, maar daarmee liet hij keer op keer zien dat ik in zijn ogen nog steeds dezelfde was, want kijk eens hoe we samen plezier hadden met dit zelf bedachte spel en hoe alwéér een film kijken ineens niet meer saai was. En toen ik op een radeloze, zwarte dag tegen hem zei dat ik hem niet langer tot last wilde zijn, dat hij op een zaterdagavond in een club hoorde te staan en niet bij zijn zieke vriendin in bed moest liggen, dat het beter was als we het uitmaakten, werd hij voor het eerst echt kwaad en zei dat-ie alleen niet meer wilde komen als ik hem niet meer leuk vond. ‘Wat mijzelf aangaat’, zei hij, ‘ik hou van je.’
‘Van die woorden moest ik alleen nog maar harder huilen. Ik had het die allereerste keer goed gezien: deze man liet zich door niets omverblazen. Ja, besefte ik, al die zelfverzonnen spelletjes deden ons goed, maar er was nog iets anders, iets wat ik zelf kon doen om te voorkomen dat we uit elkaar groeiden: ik mocht nooit toestaan dat mijn vriend mijn verzorger werd. Niet toestaan dat hij mij uit bed zou tillen en onder de douche zou zetten bijvoorbeeld, want daarmee zouden we onnodig onze verschillen benadrukken. Heel af en toe maakte hij eten voor me, maar zelfs dat vond ik eigenlijk al een stap te ver.
‘Via de pijnpoli kreeg ik na twee jaar eindelijk een pijnstiller die wel werkte en sinds een paar weken ben ik pijnvrij. Sommige anderen die wel die verzorgende rol hadden, associeer ik nog steeds met die nare tijd. Maar mijn relatie met mijn vriend bleef onaangetast. Niet slechter, niet beter, maar hetzelfde. Nu het voorbij is, hebben we het nauwelijks meer over die twee jaar. En iedereen die zegt: je zult wel veel geleerd hebben van je ziekte, antwoord ik naar waarheid: ik had meer geleerd als ik gewoon colleges had kunnen volgen. Maar een ding weet ik beter dan ooit: samen zijn we niet uit het veld te slaan.’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Ronja gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden