Home

Wat kan een burger doen, als hij vreest dat de rechter zijn oordeel al klaar heeft?

Na een conflict met een opdrachtgever hoopt Jan van Goch via de rechter zijn gelijk te halen, maar tijdens de zittingen – die hij heimelijk opneemt – bekruipt hem het gevoel dat de behandeling van zijn zaak ‘een theaterstukje’ is en het oordeel reeds geveld. Een reconstructie.

Onthutst verlaat Jan van Goch eind februari het gerechtshof in Den Haag. ‘Hier klopt iets niet’, zegt hij tegen zijn advocaat. ‘Er werden helemaal geen vragen gesteld, dat is toch gek?’ Die avond zal hij ontdekken dat zijn gevoel klopt.

Van Goch is beveiliger. Hij vecht een ruzie over geld uit met zijn opdrachtgever, het evenementenbedrijf Dutchweek. Tijdens de zitting bij het hof verwachtte Van Goch te kunnen uitleggen waaróm hij een dronken festivalbezoeker in Oostenrijk – uit zelfverdediging – een klap gaf. En waarom hij daarvoor in Oostenrijk niet werd veroordeeld. Dat er te weinig beveiligers op een veel te groot evenement waren. Dat daarom zijn opdrachtgever, Dutchweek, mede-aansprakelijk zou moeten worden gesteld voor de kosten die hij voor het proces in Oostenrijk heeft gemaakt. En dat een belastende mail waar Dutchweek mee schermt, uit z’n verband is gerukt.

Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant. Zij schrijft wekelijks de politieserie Die ene melding. Eerder was zij economieredacteur en reisjournalist.

Maar hem worden tijdens de zitting geen vragen gesteld. De mail komt niet ter sprake. Hij heeft de indruk dat het hof al een oordeel klaar heeft en dat niets van wat hij zegt, ertoe doet. Zijn advocaat, Yves van Oel, heeft hetzelfde gevoel.

Jan van Goch heeft de hele zitting heimelijk, tegen de huisregels van het gerechtshof in, opgenomen met zijn telefoon. Want volgens hem heeft Dutchweek eerder tegen de rechter gelogen. Als dat weer gebeurt, zo redeneert hij, heeft hij er bewijs van. Maar die opname blijkt later om een heel andere reden interessant te zijn.

Thuis vertelt hij zijn echtgenote over die ‘rare’ zitting, en beluisteren ze samen zijn opname. Ineens schrikt de beveiliger op. Hoort hij dit goed? Hij spoelt een stukje terug en beluistert het fragment opnieuw. Dan zet hij het geluid harder en spoelt hij het nog eens terug, tot drie keer toe.

Hij hoort het écht: ‘Het arrest is al klaar’, zegt een van de leden van het hof, als Van Goch en de Dutchweek-directeur met hun advocaten de gang op zijn gestuurd voor een poging tot schikking, terwijl zijn telefoon achterblijft in de zittingszaal.

‘Wat is klaar?’, vraagt een ander lid van het hof.

‘Het arrest. Dat is al klaar.’

Dat is een hoogst saillante uitspraak, want een arrest is de beslissing van rechters in hoger beroep. Hun besluit lag dus al klaar voordat de zitting was begonnen. ‘Wat krijgen we nou?’, briest de beveiliger tegen zijn vrouw. ‘Daarom werden er geen vragen gesteld, die hele zitting was gewoon een toneelstukje!’

Dit is de reconstructie van een opmerkelijk proces, dat bovendien een wonderlijk vervolg krijgt. Beveiliger Jan van Goch procedeert aanvankelijk tegen zijn opdrachtgever over een financieel geschil. Maar door zijn heimelijke opname richt hij zijn pijlen vervolgens op de rechtspraak zelf. Lag de uitspraak al klaar voordat hij zijn zaak kon toelichten? Is hij wel eerlijk behandeld?

In een poging antwoord te krijgen op die vragen, zoekt Van Goch zijn heil bij andere rechters. Maar daarbij stuit hij steeds opnieuw op onaangename verrassingen die zijn vertrouwen in de rechtspraak doen wankelen.

Hij overweegt zijn beklag te doen over het gerechtshof. Want op de opname hoort hij nóg iets opmerkelijks. In de zittingszaal zei de voorzitter dat het hof de camerabeelden van zijn ruzie met de Oostenrijkse festivalganger heeft bekeken. Maar thuis op de bank, luisterend naar de opname in zijn telefoon, horen Van Goch en zijn vrouw de griffier tijdens de schorsing zeggen: ‘Dat filmpje zit niet in het dossier.’

Hoe objectief is dan hun oordeel, dat blijkbaar al klaarligt, als die rechters de cruciale beelden tijdens het schrijven van hun arrest niet hebben bekeken?

De drie raadsheren, zoals de leden van een gerechtshof heten, zijn de rechters Volker, Swelheim en Honée. Hij besluit hen te wraken wegens bevooroordeeldheid, en legt zijn twijfels aan andere rechters voor. Dit college, de ‘wrakingskamer’, moet beoordelen of het hof zijn werk zonder vooringenomenheid heeft gedaan.

Die wrakingszitting vindt plaats op 12 april van dit jaar, ook in Den Haag. Dus meldt de beveiliger zich weer in hetzelfde gerechtsgebouw. Daar, op de derde verdieping, zit het hof dat zijn zaak heeft behandeld in burgerkleding, zonder toga’s. Tegenover hen zit de wrakingskamer, die bestaat uit de rechters Glazener, Visser en Van den Hurk. Jan van Goch wordt vergezeld door zijn wrakingsadvocaat Bart Duijs en zijn ‘gewone’ advocaat, die tevens getuige is, Yves van Oel.

De beveiliger en zijn raadsman hopen dat ze de bandopname tijdens deze wrakingszitting niet hoeven in te brengen, om een discussie over de toelaatbaarheid ervan te vermijden. Ze onderbouwen waarom ze het gevoel kregen dat het hof vooringenomen was: er werden geen vragen gesteld, Van Goch moest zelf aandringen op het bekijken en toelichten van de filmbeelden, en de omstreden mail van Dutchweek werd helemaal niet besproken.

Als na bijna een uur discussiëren een van de raadsheren Van Gochs oprechtheid in twijfel trekt, roept die: ‘Mag ik nog één ding zeggen, alstublieft? Hoor ik u nu zeggen dat ik meerdere dingen heb gezegd die niet juist zijn?’

‘Nee’, reageert de voorzitter van de wrakingskamer, ‘we gaan niet met elkaar discussiëren.’

‘Dan ga ik de knuppel in het hok gooien’, vervolgt de beveiliger: ‘Het moet toch werkelijk niet zo gaan dat ik hier een bandopname moet presenteren waaruit blijkt dat het wél zo is gegaan?’

Na enige stilte zegt de wrakingsvoorzitter: ‘U heeft het woord niet meer, dus u krijgt het ook niet meer.’ Daarna sluit hij de zitting.

Ook deze bijeenkomst heeft Van Goch heimelijk opgenomen. Omdat hij niet de kans kreeg de genoemde bandopname in te brengen, besluit hij ook de rechters van de wrakingskamer te wraken. En dan gebeurt er wéér iets geks.

Voordat de tweede wrakingszitting plaatsheeft, mailen de rechters Van den Hurk en Glazener naar de griffier van de nieuwe wrakingskamer: ‘De zitting was gesloten en de aanwezigen waren aanstalten aan het maken om de zaal te verlaten, toen wij Van Goch iets hoorden zeggen over een bandopname. De voorzitter heeft Van Goch toen meegedeeld dat de behandeling ter zitting was gesloten en dat het hof geen kennis meer zou nemen van wat nog gezegd werd.’

Dat klopt niet. De zitting was nog niet gesloten. Dat is duidelijk te horen op de bandopname van Van Goch. Deze rechters liegen, constateert hij. En hij laat weten dat hij ook deze zitting heeft opgenomen.

Daarop mailt Van den Hurk: ‘Mocht komen vast te staan dat ons geheugen ons in de steek heeft gelaten, dan mag dat niet op één lijn worden gesteld met een leugen.’

De rechters die deze tweede wraking moeten beoordelen – Warnaar, Leinarts en Tan-de Sonnaville – nemen dat argument van Van den Hurk over. Ze vinden dat ‘het beginsel van hoor en wederhoor is toegepast’, en wijzen het wrakingsverzoek zonder motivering af. Andermaal verliest Van Goch de zaak.

De beveiliger vermoedt dat deze rechters in Den Haag ‘elkaar allemaal de hand boven het hoofd houden’. Waar kan hij nog terecht? Hij meldt zich, met zijn geheime opnames, bij de Volkskrant.

De krant gaat zijn hele procesgang na, en beluistert de eerste opname, van de inhoudelijke behandeling bij het gerechtshof in Den Haag. Tijdens een schorsing van de zitting wanen de raadsheren van het hof zich onbespied. Ze gaan met elkaar in discussie over de vraag wanneer ze uitspraak zullen doen. Die discussie gaat als volgt:

Raadsheer 1: ‘Meneer de griffier, welke datum is tien weken vanaf aanstaande dinsdag?’
Raadsheer 2: ‘Tien? Maar het is toch klaar?’
Raadsheer 1: ‘Hè?’
Raadsheer 2: ‘Het is toch klaar.’
Raadsheer 1: ‘Wat is klaar?’
Raadsheren 2 en 3: ‘Het arrest.’
Raadsheer 1: ‘Ja, maar ik moet toch wel een administratieve datum geven en dan zeggen: ‘U krijgt hem [de uitspraak] eerder, waarschijnlijk?’
Raadsheer 2: ‘Zullen we zes doen?’
Raadsheer 1: ‘Het is toch tien [weken] standaard? Of zeg ik dat nou altijd verkeerd?’

Omdat Van Goch deze raadsheren niet vertrouwt, neemt hij ook de wrakingszitting heimelijk op met zijn telefoon. ‘Lag er al een arrest klaar?’, vraagt Van Goch herhaaldelijk. Als de voorzitter van de wrakingskamer zijn vraag herhaalt, antwoordt een van de raadsheren iets onbegrijpelijks: ‘Ik wil benadrukken dat wij ons pas een voorlopig oordeel hebben gegeven nadat wij hebben aangegeven, nadat wij hebben geschorst.’

Het is geen antwoord op de vraag. Maar de voorzitter van de wrakingskamer gaat er verder niet op in. Ook niet als Van Goch de vraag daarna nog twee keer herhaalt.

De Volkskrant heeft die vraag, schriftelijk, eveneens aan het hof gesteld: lag er al een arrest klaar? Per mail antwoordt een woordvoerder dat er een ‘concept-arrest’ werd bedoeld. Want, zo mailt ze, civiele zaken worden vaak zonder mondelinge behandeling schriftelijk afgedaan. Er stond al een datum voor die schriftelijke uitspraak gepland toen Van Gochs advocaat op het laatste moment om een mondelinge behandeling verzocht. Daarom ‘was er al werk verricht om te komen tot een concept-arrest, met een voorlopige gedachtevorming’.

Dat is een ander antwoord dan de onbegrijpelijke uitleg bij de wrakingskamer. En de melding dat er op de valreep om een zitting werd gevraagd, lijkt de omstreden woorden – ‘het arrest ligt al klaar’ – juist te bevestigen.

Is deze situatie uniek? Nee, zo blijkt uit een wonderlijke affaire die advocaat Theo Hiddema vorig jaar is overkomen. De rechtbank in Rotterdam publiceerde per abuis een vonnis waarin Hiddema’s cliënt, de pedo-activist Nelson M., werd vrijgesproken, nog voordat de zaak in de zittingszaal was behandeld. ‘Het ging volgens de griffier om een concept-vonnis’, zegt Hiddema. ‘Maar het was geen concept. Toen het werd gepubliceerd, nog voordat ik mijn pleidooi had gehouden, stond het helemaal pasklaar op de site van de rechtbank. Alle bewijsmiddelen waren langsgelopen, met motivering en al.’

Zelfs als het bij het klaarliggend arrest in de zaak van Jan van Goch ging om een concept-oordeel dat nog niet af was, rijst de vraag waarom rechters hun beslissing al schrijven voordat alle feiten aan de orde zijn geweest. Hoe wenselijk is deze manier van werken? En hoe vaak komt het voor?

De instanties die daarover namens de rechtspraak iets zouden kunnen zeggen, zijn de rechtersopleiding SSR en de Raad voor de Rechtspraak. De SSR verwijst de Volkskrant door naar de Raad voor de Rechtspraak. Raadsvoorzitter Henk Naves wil echter, bij monde van zijn woordvoerder, niet inhoudelijk op de kwestie reageren.

In antwoord op Kamervragen over de strafzaak van advocaat Hiddema, stelde de Raad vorig jaar echter dat rechtbanken en gerechtshoven in strafzaken ‘standaard niet met concept-vonnissen werken’.

Standaard is het misschien niet, maar het gebeurt dus wel, ook in civiele zaken, al is onbekend hoe vaak het voorkomt. Rechters en hoogleraren aan wie de Volkskrant de kwestie heeft voorgelegd, reageren verschillend over het werken met concept-besluiten: sommigen noemen het efficiënt, anderen zijn geschokt.

‘Ik had zelf ook vaak een vonnis in pre-concept klaar’, zegt Huub Willems, de voormalige voorzitter van de Amsterdamse Ondernemingskamer en deskundige op het gebied van geschillen tussen werkgevers en werknemers. ‘Op de zitting toets je of je concept klopt, en anders pas je het aan. Ik was daardoor een van de weinigen die geen achterstanden had weg te werken.’

Ook Philip Langbroek, die als emeritus hoogleraar rechtspleging aan de Universiteit Utrecht is gespecialiseerd in hoe rechters hun werk doen, vindt het ‘heel normaal’ dat een gerechtsjurist onder toezicht van een van de raadsheren een concept-uitspraak schrijft. ‘Dat is een efficiënte manier om met de werkdruk om te gaan. Rechters hebben weinig tijd. In de voorbereiding van de zaak bekijken ze een dossier en schrijven ze een concept. De beslissing laten ze open. Na de zitting vullen ze de open plekken in en zetten ze hun oordeel eronder.’

Niet alle rechters passen die werkwijze toe, en sommigen vinden het zelfs ‘ethisch zeer onverantwoord’, zoals Frank Wieland het verwoordt. Wieland is de rechter die Willem Holleeder veroordeelde tot levenslang. ‘Je schrijft toch niet iets in concept op, terwijl je denkt: misschien wordt de uitkomst wel heel anders? Dat is toch juist dubbel werk? Het is gewoon lange halen, snel thuis.’

Pauline Westerman, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens gastdocent aan de opleiding van rechters, vindt dat tijdsdruk deze manier van werken niet rechtvaardigt. Zij schrikt van de opmerking op Van Gochs bandopname dat het arrest al klaarlag, en noemt het schrijven van een concept-uitspraak ‘onacceptabel, want je gaat toch toewerken naar een oordeel’, stelt zij. ‘Natuurlijk, bij extreme nieuwe aanwijzingen zullen rechters heus wel van hun concept afwijken, maar als je een arrest al klaar hebt, of zelfs een concept, heeft dat een structurele, beperkende uitwerking. Dan ga je er onbewust alles aan doen om het bij dat concept te laten. Hoe meer tijd in iets is geïnvesteerd, hoe minder mensen geneigd zijn om daaraan nog iets te veranderen. Veranderen kost energie, tijd en moeite. En rechters zitten niet royaal in hun tijd, in onze overbelaste rechtsstaat.’

De werkwijze legt volgens Langbroek ‘een pijnlijk en chronisch probleem’ bloot: in de hele rechterlijke organisatie werken net zoveel mensen, ongeveer 12 duizend, als in één groot academisch ziekenhuis. Als je wilt dat rechters echt de tijd hebben om hun werk goed te kunnen doen, zijn er veel meer rechters nodig, en moeten we met z’n allen bereid zijn om veel meer geld aan de rechtspraak uit te geven. Blijkbaar zijn we dat niet.’

Advocaat en oud-rechterplaatsvervanger Onno de Jong vindt dat Jan van Goch het hof terecht heeft gewraakt. Het gaat er in deze zaak niet om of het hof vooringenomen was, benadrukt hij, maar om de schíjn van vooringenomenheid. ‘Als je een raadsheer hoort zeggen: het arrest is al klaar, is dat onmiskenbaar vooringenomen en een grond voor wraking.’

De Volkskrant heeft ook Van Gochs opname van de wrakingszitting beluisterd. Zodra zijn uitspraken in twijfel worden getrokken, roept de beveiliger dat hij een bandopname heeft waaruit blijkt dat hij de waarheid spreekt. Vervolgens kapt voorzitter Van den Hurk hem af. Is dat terecht?

‘Nee, dat is heel dom van die wrakingskamer’, stelt rechtsplegingdeskundige Philip Langbroek. ‘Dat was krampachtig en niet nodig. De voorzitter had moeten onderzoeken of er nieuwe informatie op tafel komt. Het gaat hier om Van Gochs belang, niet om dat van het hof. Behalve de juridische, bestaat er ook zoiets als procedurele rechtvaardigheid. Het belangrijkste in een proces is dat iemand zich gehoord voelt. Dat is hier duidelijk misgegaan.’

Ook Toon van Mierlo, oud-rechterplaatsvervanger en hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de universiteiten van Rotterdam en Groningen, denkt ‘zonder een oordeel te willen vellen’ dat Van Goch niet goed is behandeld.

‘Je kunt het hof verwijten dat hun zitting een poppenkast is geweest’, zegt hij. ‘Bij de wrakingskamer doen die raadsheren de inhoudelijke behandeling af alsof ze nog niks aan die zaak hebben gedaan. Maar ze hadden al voorwerk verricht. Zég dat gewoon. Wees daar open over. Dit is niet transparant.’

Van Mierlo vindt wel dat Van Goch de bandopname meteen tijdens de wrakingszitting had moeten inbrengen. De hoogleraar kan zich daarom voorstellen dat de voorzitter van de wrakingskamer geïrriteerd raakte toen de beveiliger pas aan het eind van de zitting met zijn opname op de proppen kwam. ‘Maar’, voegt Van Mierlo eraan toe, ‘het is een normale regel van het procesrecht dat de verzoeker, in dit geval de beveiliger, het laatste woord krijgt. Hij meldt die bandopname erg laat, maar hij mag daarvan niet de dupe worden. De actie van de voorzitter van de wrakingskamer, die hem het woord ontneemt, is ook niet fraai.’

Oud-rechterplaatsvervanger Onno de Jong noemt het ‘arrogant’ dat de wrakingskamer Van Goch afkapt, en niet doorvraagt na het nietszeggende antwoord op de vraag of er al een arrest klaarlag. ‘Het lijkt wel alsof al die rechters zo ver van de realiteit af staan, dat ze niet zien hoe ernstig dit is. Men wil, zo lijkt wel, bewust niet de waarheid horen. Dat is een ondermijning van de onafhankelijkheid van de rechtspraak en het vertrouwen dat de rechtzoekende daarin mag hebben.’

Speelt irritatie inderdaad een rol bij deze wrakingskamer? En is die daarmee wel onbevooroordeeld? Jan van Goch meent dat deze rechters elkaar dekken en hem de maat nemen terwijl ze het zelf niet zo nauw nemen met de regels. Zijn advocaat Bart Duijs pleit er dan ook voor dat als een rechtzoekende een wrakingsverzoek indient, dit door een andere rechtbank wordt behandeld. ‘Dan neem je in ieder geval de schijn weg dat ze elkaar de hand boven het hoofd houden’, zegt hij. ‘Nu is het toch heel erg: wij van WC-eend, keuren WC-eend.’

Het is een vaker gehoorde vrees over wrakingsrechters. Dat blijkt uit een onderzoek dat de Raad voor de Rechtspraak in 2012 gelastte naar de objectiviteit van wrakingskamers. De onderzoekers stelden voor om klachten over rechters altijd te laten beoordelen door een hoger gerecht: dus gewraakte rechtbankrechters laten beoordelen door raadsheren van een hof, en een gewraakt gerechtshof door leden van de Hoge Raad.

Met die conclusie is niets gebeurd, zegt hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert, die in de begeleidingscommissie van het onderzoek zat. ‘Dat is jammer, want het is voor wrakingsrechters echt vervelend hoor, om collega’s waar je dagelijks mee optrekt kritisch te moeten beoordelen.’ Dat kan wrevel oproepen, stelt hij. ‘Hoewel je beroepshouding met zich meebrengt dat dit erbij hoort, en rechters zijn opgeleid om die beoordeling objectief te doen, kan dat heel lastig zijn. Daarom kun je zo’n beoordeling het best laten doen door personen met wie je niet samenwerkt. Het is jammer dat de Raad voor de Rechtspraak deze conclusie niet heeft opgepakt.’

Met het verliezen van beide wrakingszaken, ligt de bal in het proces-Van Goch in de zomer van dit jaar weer bij de rechters Volker, Swelheim en Honée, van het gerechtshof Den Haag, die op Van Gochs opname zeggen dat het arrest al klaarligt. Zij moeten alsnog beoordelen of de beveiliger gelijk heeft dat zijn opdrachtgever Dutchweek moet delen in zijn kosten van een proces in Oostenrijk.

Van Goch vraagt zich af of dit hof, na alles wat er is gebeurd, nog objectief over zijn zaak kan oordelen. Frank Wieland deelt zijn zorg. De oud-rechter vindt dat rechters zich na een wraking moeten terugtrekken. ‘Laten we wel wezen, een wraking is ruzie’, benadrukt Wieland. ‘Dus de relatie is verstoord.’ Zelfs als de wraking wordt afgewezen, stelt hij, zouden rechters zich moeten verschonen. ‘Er is toch op je toga gespuugd.’

Jan van Goch heeft inmiddels geen vertrouwen meer in dit hof, en stuurt uit wanhoop op 19 juni een brief naar de president van het gerechtshof Den Haag, Marieke Koek, waarin hij zijn hele procesgang uit de doeken doet.

Hij schrijft over zijn opname van de uitspraak ‘Het arrest is al klaar’, over de griffier die zegt dat camerabeelden van het betwiste incident niet in het dossier zitten, over het geheugenverlies van de wrakingskamer, en over het feit dat de tweede wrakingskamer niet al zijn gronden bespreekt en motiveert. Hij vraagt of de president wil meedenken over een oplossing, en of de raadsheren Volker, Swelheim en Honée zich kunnen verschonen, zoals ook de rechters in de zaak van Hiddema allemaal werden vervangen.

Een week later antwoordt de president dat ze niets voor hem kan doen: ‘Rechters zijn onafhankelijk en doen hun werk in alle vrijheid.’ Koek gaat niet in op de omstreden bandopname die Van Goch heeft meegestuurd.

Als de Volkskrant haar daarover eveneens per mail vragen stelt, antwoordt ze via een woordvoerder: ‘Het is niet passend om vanuit het hof publiekelijk uitlatingen te doen over door rechtzoekenden gestuurde brieven.’

Net als de rechtersopleiding SSR en de Raad voor de Rechtspraak, gaat president Koek van het gerechtshof Den Haag nergens inhoudelijk op in.

Op 8 augustus doen de raadsheren Volker, Swelheim en Honée uitspraak: Jan van Goch verliest zijn zaak tegen Dutchweek. Hij heeft de noodzaak voor de klap die hij in Oostenrijk uitdeelde onvoldoende onderbouwd, stelt het hof. De belastende mail van Dutchweek, die volgens Van Goch uit z’n context is gerukt en die tijdens de zitting niet is besproken, wordt in het arrest opgevoerd als belangrijk bewijs.

‘Het vertrouwen van deze beveiliger in het recht heeft een forse knauw gekregen’, stelt Philip Langbroek. Volgens hem is het voor burgers vaak duurder om hun gelijk te halen, dan om het erbij te laten zitten. ‘Burgers denken: als ik een probleem heb met een leverancier, zou ik wel gek zijn om naar de rechter te gaan, want dat kost nog meer. Daar hebben ze gelijk in. Dit tast de rechtsstaat aan’.

Beveiliger Jan van Goch begon dit proces aan het begin van dit jaar vanwege een geschil met Dutchweek over het delen van zijn reis-, advocaat- en overnachtingskosten in Oostenrijk, van 8.500 euro. Zijn omstreden zaak in Nederland heeft hem inmiddels 22 duizend euro gekost en niets opgeleverd. Bovenal voelt hij zich niet gehoord. Hij heeft bij een cassatieadvocaat geïnformeerd hoeveel het kost om de Hoge Raad zijn opmerkelijke rechtsgang te laten beoordelen. ‘Maar die advocaat zei: dat kost je tussen de 10- en 20 duizend euro. En of je nou wint of verliest, dat geld krijg je niet meer terug.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next