Sinds vier maanden is Wenwen, een dertiger uit Shanghai, elke dag volop aan het studeren. Ze blokt na haar werk, en als het niet te druk is, stiekem ook op kantoor. Ze volgt onlinelessen over actuele onderwerpen, beantwoordt voorbeeldvragen over politiek en economie en oefent elke dag met het schrijven van essays. Ze leest de hoofdredactionele commentaren van partijkrant People’s Daily en staatspersbureau Xinhua, en noteert mooie zinnen in een schriftje, dat ze overal met zich meeneemt en geregeld doorbladert.
Wenwen moet wel, want ze neemt dit weekeinde deel aan het guokao, het Nationale Ambtenarij-examen in China, dat toegang geeft tot een gegeerde baan bij de centrale overheid. Het examen is uiterst competitief, zeker in economisch onzekere tijden. Het aantal deelnemers steeg van 1,57 miljoen in 2020 naar 2,1 miljoen in 2021 en 2,6 miljoen in 2022, en naar een nieuw record dit jaar: 3,03 miljoen kandidaten. Ze strijden dit weekeinde om 37.100 banen, een slaagkans van 1 op 81.
Over de auteur
Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.
Het guokao is een erfgenaam van de keizerlijke ambtenarenexamens, afgeschaft in 1905, maar in een moderner jasje heringevoerd in 1994. De selectieproef bestaat uit meerdere ronden. Dit weekeinde krijgen kandidaten eerst twee uur voor 135 meerkeuzevragen over logica, wiskunde en taal, en over politiek, economie en wetgeving. Daarna krijgen ze drie uur voor open vragen en een essay over beleid. De beste kandidaten gaan door naar de tweede ronde, met interviews en rollenspelen.
De examenvragen peilen naar algemene kennis en logisch denken, maar ook naar een zogenoemd ‘ambtenarendenken’, een term die nergens wordt gedefinieerd. Het lijkt op een vermogen te slaan om trouw de partijlijn uit te dragen zonder expliciet stelling in te nemen, en om overeind te blijven in de slangenkuil van een autoritair systeem. Chinese ambtenaren hoeven geen lid te zijn van de Chinese Communistische Partij, maar het helpt om promotie te maken. Volgens onderzoek uit 2012 is 80 procent van de Chinese ambtenaren partijlid, vanaf districtsniveau is dat 95 procent.
En dus bestudeert Wenwen al maanden partijteksten, bijvoorbeeld over de revitalisatie van het platteland of de economische ontwikkeling. Ze probeert vooral op de structuur te letten en op zogeheten ‘gouden zinnen’, waarmee ze haar antwoorden op een hoger niveau kan tillen. Gevraagd naar een voorbeeld van zo’n gouden zin, zegt ze: ‘Het Nieuwe Tijdperk is de examinator, de partijleden zijn de examenkandidaten en het volk is de corrector.’ Het blijkt een citaat van Xi Jinping.
Wenwen is een atypische guokao-kandidaat. Ze heeft al een baan, bij een lokale vakbond (in China gelijkgesteld aan een staatsbedrijf), en studeert ‘amper’ vier uur per dag, in het weekeinde iets meer. De meeste deelnemers (80 procent) zijn net afgestudeerd en werken nog niet, of zegden hun baan maanden geleden op om zich voor te bereiden. Op sociale media delen ze hun moordende schema’s: ze studeren negen tot twaalf uur per dag, en spenderen duizenden euro’s aan examenbegeleiding.
De Volkskrant probeerde op sociale media contact te leggen met kandidaten en examenbegeleiders, maar niemand bleek bereid om vragen te beantwoorden. Meerdere accounts van de Volkskrant-correspondent werden gerapporteerd en afgesloten. Het contact met Wenwen kwam tot stand via persoonlijke relaties. Omwille van het politieke klimaat in China en haar baan in een staatsbedrijf wil ze niet met haar echte naam in de krant. Wenwen is een zelfgekozen pseudoniem.
Dankzij haar stabiele baan ondervindt Wenwen veel minder druk van het guokao dan andere, niet-werkende kandidaten. Ze ziet een ambtenarenpost vooral als een opstap, met een beter salaris en meer promotiekansen. Maar als ze het dit jaar niet haalt, dan probeert ze het gewoon volgend jaar opnieuw. Ze wil vooral niet in de privésector werken, met zijn 996-cultuur (werken van 9 uur ’s ochtends tot 9 uur ’s avonds, zes dagen per week) en zijn grote onzekerheid.
De Chinese privésector is de afgelopen jaren sterk geraakt door de economische groeivertraging van China, maar ook door de inmenging van Xi Jinping die een meer staatsgeleide economie voorstaat. Een overheidsbaan is daardoor aantrekkelijker geworden. Door de hoge schulden van lokale overheden zijn veel ambtenaren weliswaar op hun salaris gekort, maar ze hebben ten minste een ‘ijzeren rijstkom’: baanzekerheid en een zorgverzekering.
Gezien de hoge inzet en de lage slagingskans van het guokao zijn er veel kandidaten die jaar na jaar hun kans wagen. Ook Wenwen nam vorig jaar al een keer deel. Ze kwam in tijdnood en strandde op 90 punten, veel te weinig voor de tweede ronde, waarvoor de ondergrens op zo’n 125 punten ligt. Dit keer heeft ze vooral op snelheid geoefend en op examenstrategieën. Ze is van plan om tijdrovende vragen meteen over te slaan.
Wenwen nam ook al twee keer deel aan overheidsexamens voor een baan in een staatsbedrijf. Daar haalde ze aanvankelijk een hoge score in de eerste ronde, maar sneuvelde ze in de tweede ronde. ‘Ze zeiden ze dat ik te weinig ervaring had’, zegt ze. ‘Maar achteraf bleek dat een andere kandidaat zijn connecties had gebruikt, waardoor ik met die reden werd afgewezen. Hoe ik dat weet? De tweede keer heb ik zelf mijn netwerk ingeschakeld. Zo heb ik mijn huidige baan gekregen.’
Deelnemers aan het guokao moeten vooraf kiezen welke specifieke baan ze willen. Wenwen heeft zich opgegeven voor de belastingdienst. Op de eerste dag van de inschrijving hadden zich daar al tweehonderd kandidaten aangemeld, voor slechts twee posities. Maar Wenwen trekt het zich niet aan. ‘Ik houd mezelf voor dat het normaal is om niet te slagen’, zegt ze. ‘Dan hoef ik me ook niet zenuwachtig te maken. Ik moet me alleen goed voorbereiden. Meer kan ik niet doen.’
Drie vragen en antwoorden uit het Nationale Ambtenarij Examen van 2020, over politiek:
Vraag 1:
Na de vreedzame hereniging van Taiwan en het vasteland, kan de Speciale Administratieve Regio Taiwan genieten van een grotere autonomie dan de speciale administratieve regio’s van Hongkong en Macau, voornamelijk tot uiting komend in (…).
A. Het hebben van een eigen administratieve autoriteit
B. Het behoud van een eigen leger
C. Het hebben van een wetgevende macht, onafhankelijke rechterlijke macht en eindrechtelijke macht
D. Het kunnen uitvoeren van een afzonderlijke begroting
Antwoord: B
Uitleg: De Speciale Administratieve Regio Taiwan werd voorgesteld door Deng Xiaoping op 26 juni 1983 en is een onderdeel van het gedachtegoed van Deng Xiaoping. Het is bedoeld als een politiek concept voor de toekomstige eenwording van het vasteland van China en Taiwan. Het omvat de manier waarop Taiwan wordt bestuurd als een Speciale Administratieve Regio, met een grotere mate van autonomie dan Hongkong en Macau, zoals over het leger, de rechtsspraak, het politiek systeem, enzovoort. Daarom is het juiste antwoord B.
Vraag 2:
Het rapport van het 17de Partijcongres geeft aan dat de socialistische samenleving een samenleving van algehele ontwikkeling en vooruitgang is. De algemene indeling van het werk van het socialisme met Chinese kenmerken bestaat uit (…).
A. Politieke opbouw, juridische opbouw, geestelijke opbouw en maatschappelijke opbouw
B. Economische opbouw, juridische opbouw, culturele opbouw en institutionele opbouw
C. Economische opbouw, politieke opbouw, culturele opbouw en maatschappelijke opbouw
D. Politieke opbouw, economische opbouw, geestelijke opbouw en institutionele opbouw
Antwoord: C
Uitleg: In de bouw van het socialisme met Chinese kenmerken is economische opbouw de materiële basis. Politieke opbouw fungeert als de stuurman, culturele opbouw als de geestelijke drijvende kracht en maatschappelijke opbouw als de garantie voor de sociale omgeving. Deze vier vormen van opbouw zijn onderling met elkaar verbonden en geen ervan kan worden verwaarloosd. Daarom is het juiste antwoord C.
Vraag 3:
De kern van de Wetenschappelijke Visie op Ontwikkeling is (…).
A. Het handhaven van een mensgerichte benadering.
B. Het benadrukken van algehele coördinatie en duurzame ontwikkeling.
C. Het realiseren van snelle en goede economische en sociale ontwikkeling.
D. Het realiseren van de algehele ontwikkeling van de mens.
Antwoord: A
Uitleg: Deze vraag gaat over de Wetenschappelijke Visie op Ontwikkeling. Met betrekking tot de Wetenschappelijke Visie op Ontwikkeling is het belangrijk om de volgende punten te onthouden: het primaire doel van de Wetenschappelijke Visie op Ontwikkeling is ontwikkeling, de kern ervan is mensgericht, de basisvereisten zijn alomvattende coördinatie en duurzaamheid, en de fundamentele aanpak is om alle factoren te overwegen en te integreren. Daarom is het juiste antwoord A.
Bron: 公务员考试政治常识(Algemene Kennis van Politiek voor Ambtenarenexamens), www.gjgwy.org
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden