Home

Yesilgöz’ minderheidskabinet: hoe groot is de kans dat het overeind blijft?

Minderheidskabinetten zijn niet erg geliefd in Den Haag. Er waren varianten, zoals het door de PVV gedoogde Rutte I, maar een puur minderheidskabinet was er alleen in 1939. Het werd bij de presentatie van het regeerakkoord direct weggestuurd door de Tweede Kamer.

Sindsdien zit de schrik er goed in. Na de verkiezingen begint vrijwel altijd een zoektocht naar voldoende regeringspartijen om samen een meerderheid te vormen. Zo’n kabinet biedt alle betrokkenen zekerheid en stabiliteit, althans voor enige tijd, aldus de breed gedeelde overtuiging op het Binnenhof.

Dat VVD-leider Dilan Yesilgöz nu toch nadrukkelijk heeft gezegd dat VVD mogelijk als gedoogpartij mee wil regeren, waarbij ze ‘constructieve voorstellen wel zal steunen’, lijkt een minderheidskabinet weer een optie: het belooft namelijk bijzonder ingewikkeld te worden om met vier of minder partijen een werkbare coalitie te vormen die het niet over heel veel dingen bij voorbaat oneens is. Na de twee opeenvolgende recordformaties van 2017 en 2021 moet niemand eraan denken dat weer bijna een jaar opgaat aan de kabinetsvorming.

Voor Pieter Omtzigt is een minderheidskabinet nooit een taboe geweest. Sterker nog, hij heeft inhoudelijke redenen waarom hij zo’n kabinetsvorm wel ziet zitten: hij is ervan overtuigd dat een minderheidskabinet een bijdrage kan leveren aan de verbetering van de bestuurscultuur.

Een kabinet dat zich niet verzekerd weet van meerderheden in het parlement, stelt zich in Omtzigts ogen immers vanzelf gedienstiger op, luistert beter en deelt eerder informatie. De macht verschuift wat meer van de Trêveszaal naar de Tweede Kamer. Precies zoals het volgens Omtzigt hoort in een parlementaire democratie.

Veel bijval kreeg hij in aanloop naar de verkiezingen niet. GroenLinks-PvdA lijsttrekker Frans Timmermans liet al weten dat een minderheidskabinet hem geen goed idee lijkt: ‘Je wilt een vaste koers uitzetten die het land over meerdere jaren op een beter spoor kan zetten’.

Ook VVD-lijsttrekker Dilan Yesilgöz wees een aantal weken geleden de mogelijkheid van een minderheidskabinet nog af. Zij zag liever ‘een stevig kabinet, een meerderheidskabinet dat ook stabiliteit kan leveren.’ Na de verkiezingsuitslag lijkt ze daar toch op terug te komen: de VVD wil niet in een kabinet met Geert Wilders als premier, maar mogelijk wel ‘als een soort gedoogpartij’.

Sarah de Lange, hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, betreurt het slechte imago van minderheidskabinetten in Nederland, maar vindt het ook niet verrassend. ‘In Nederland hebben we maar een klein aantal minderheidskabinetten gehad. Vanuit die ervaring hebben we de conclusie getrokken dat deze voor meer politieke instabiliteit zorgen. Dit terwijl in Scandinavië, dat op de internationale index hoog scoort op politieke stabiliteit, een minderheidskabinet een populaire kabinetsvorm is. Zo was in Zweden 70 procent van de naoorlogse kabinetten een minderheidskabinet.’

Volgens De Lange is de aversie tegen een minderheidskabinet ook niet los te zien van de Nederlandse consensuscultuur. ‘Er is in het verleden altijd geregeerd vanuit het centrum. Vaak kon het CDA de lakens uitdelen: zij ging voor een Kamermeerderheid over links of over rechts’.

Dat NSC, als mogelijk belangrijke coalitiepartner van de PVV, het vraagstuk weer op tafel legt, is volgens De Lange een goede zet. Zij ziet politieke voordelen: ‘Bij het vormen van meerderheidskabinetten moet er veel water bij de wijn worden gedaan door de coalitiepartijen. Dat is vaak moeilijk te verteren voor de achterban. Het profiel van partijen wordt minder herkenbaar voor de kiezer.’

Door een minderheidskabinet te vormen met een regeerakkoord op hoofdlijnen, kunnen partijen zich volgens De Lange veel beter onderscheiden. Zo kunnen coalitiepartijen zich bij het kabinet aansluiten op thema’s die bij het profiel van de partij passen, maar kunnen ze ook een stapje terugzetten wanneer ze het ergens niet mee eens zijn. Het is dan aan het kabinet om in de Kamer een meerderheid te vinden op dat thema.

Bovendien kan een minderheidskabinet zich eerder en flexibeler aanpassen in een continu veranderende context. ‘Met een dichtgetimmerd regeerakkoord, zoals dat van het laatste kabinet, zie je dat een ploeg niet altijd meer in staat is te reageren op onverwachte gebeurtenissen.’

Er zit wel een grote ‘maar’ bij voor De Lange: er zou een minderheidskabinet met een regeerakkoord op hoofdlijnen moeten komen, mét een gegarandeerde gedoogpartner. Essentieel is dat deze partij het kabinet dan in elk geval moeten steunen bij het opstellen van de jaarlijkse begroting, om zo toch enige garantie op stabiliteit te behouden.

Maar niet iedereen ziet het zo rooskleurig in. Hoogleraar staats- en bestuurskunde Wim Voermans verwacht problemen, en niet alleen vanwege het lot van het vijfde kabinet-Colijn in 1939. Hij denkt dat een minderheidskabinet zich in het huidige politieke klimaat niet staande houdt - zeker niet met een gedogende VVD die de handen vrij wil houden, en het blazoen onbesmet.

De Scandinavische voorkeur voor een minderheidskabinet kan in zijn ogen niet zomaar worden toegepast in Nederland. Zo hebben Noorwegen, Zweden en Denemarken geen Eerste Kamer, waardoor het verkrijgen van een meerderheid per onderwerp gemakkelijker is. Ook zijn daar doorgaans twee duidelijke coalitieblokken: rechts en links.

Doordat de mogelijke coalities vrijwel vaststaan in deze landen, is het volgens Voermans veel duidelijker met wie er een meerderheid gevormd kan worden. Dat zorgt voor meer stabiliteit wanneer er een minderheidskabinet wordt aangesteld. ‘Wanneer een rechts blok namelijk aan de macht is, hebben de partijen die het in grote lijnen steunen er geen baat bij een kabinet te laten vallen. Want er is dan een grote kans dat bij de volgende verkiezingen het linkse blok kan winnen’, aldus Voermans.

In Nederland is er een heel andere dynamiek tussen partijen. Zo zijn er volgens Voermans niet twee blokken, maar – meestal – drie. Naast het linkse en rechtse blok, heb je ook nog het christelijke blok in het midden. ‘Je weet nooit of de laatste groep over links of over rechts wil na de verkiezingen.’

Daarom zal een minderheidskabinet veel minder dan in Scandinavië er zeker van zijn dat het niet elk moment kan worden weggestuurd. Sterker nog, een oppositiepartij die een kabinet naar huis stuurt heeft volgens de hoogleraar de kans om als kampioen weg te lopen. ‘Als je nu kijkt naar de zeteldeling, dan zou ik als CDA zijnde voortdurend goed kijken of een minderheidskabinet, mogelijk met NSC, kan vallen. Dan loopt een deel van die twintig zetels toch een andere kant op, wellicht richting het CDA.’

Een minderheidskabinet loopt zo voortdurend kans in de Kamer een zeer vijandige sfeer aan te treffen. Mensen die een minderheidskabinet als realistische optie zien, zijn dan ook een beetje dromers, vindt Voermans. ‘Het is niet dat Kamerleden vrolijk de zaal binnenlopen met de vraag: ‘Waar zullen we het vandaag eens over hebben?’ Zo werkt dat niet. Het Binnenhof is echt een leeuwenkuil.’

Dan rest er volgens de hoogleraar nog de vraag waarom een partij überhaupt een gedoogpartner zou willen zijn. ‘Als je chic wil spelen, zit je als gedoogpartner niet te veel aan de knoppen, maar je zag bijvoorbeeld bij het minderheidskabinet Kabinet-Rutte I, met de PVV als gedoogpartner, dat Wilders dat wel deed. Hij zat in de Kamer te blaffen, en hoefde niet solidair te zijn met de speeches van het kabinet. Het was een gijzelmodel, dat er uiteindelijk voor zorgde dat het kabinet binnen twee jaar viel. Dat kan en zal de VVD in zo’n constructie waarschijnlijk ook gaan doen.’

Wél is Voermans het eens met De Lange over het nadeel van een dichtgetimmerd regeerakkoord. Liever ziet hij een regeerprogramma, bijvoorbeeld zoals dat van het kabinet-Den Uyl in 1973, waarin de coalitiepartijen op hoofdlijnen afspraken maken over belangrijke thema’s die op dat moment spelen in de maatschappij. ‘Het is veel opener dan een regeerakkoord. Zo kunnen er binnen het kabinet doelen gesteld worden zonder te zeggen: ‘Dit gaan we precies doen de komende vier jaar’. Bovendien heb je meer stabiliteit doordat een Kamermeerderheid de samenwerking wel steunt.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next