Sjinkie Knegt zit aan een eettafel in ‘de unit’; een voormalige snackbar. Dit is zijn huis. De grote afzuigkap die ooit loeide als klanten een berenklauw kwamen halen op het haventerrein van Rotterdam, sloopte Knegt eruit. De ‘heel smerige’ vloer verborg hij onder strak laminaat. Tegenwoordig staat de tot tijdelijk woonhuis verbouwde keet in Bantega, Knegts geboortedorp. Het shorttrack maakte hem man van de wereld, maar honkvaster dan de Fries zijn er weinig.
Knegt is de bekendste mannelijke shorttracker van Nederland. De succesvolste ook. En het meest besproken. Op zijn 9de begon hij met shorttrack, vier jaar later liet hij, een iele jongen met veel talent, de houterige, grote Rintje Ritsma zien hoe dat moet: hangen in een shorttrackbocht – het leverde amusant fotomateriaal op.
Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft al ruim tien jaar over olympische sporten als schaatsen, tennis, judo, handbal en zeilen.
Knegt werd als eerste Nederlander Europees kampioen shorttrack, werd wereldkampioen en bemachtigde olympisch zilver en brons. Hij wordt geroemd om zijn fenomenale inhaalacties en om zijn ‘uitschuifbeen’, die hem met regelmaat de winst bezorgde op de finish, door nipt voor zijn tegenstanders te eindigen. Met Knegt in de baan is spektakel vaak gegarandeerd. Of anders wel ernaast.
Evenals langebaanicoon Ritsma destijds, wil Knegt (34) pas als late dertiger afscheid nemen van zijn sport. Hij is overtuigd van zichzelf, zelfs nu zijn resultaten teruglopen en hij niet langer vanzelfsprekend een vaste waarde is bij de belangrijkste internationale wedstrijden. ‘Ik denk dat ik nog steeds meer schaatstalent heb dan 80 procent van mijn ploeggenoten’, zegt hij.
Zijn rol in de shorttrackselectie veranderde. Hij is de oudste van de mannen, met veruit de meeste ervaring. Bondscoach Niels Kerstholt ziet hem ook graag als mentor. Knegt: ‘Ik hoop dat ik ze ergens iets kan leren.’ Direct daarna, droogjes: ‘Ik weet niet of het daadwerkelijk ook gebeurt. Je moet ervoor openstaan. Ik denk dat ik dat zelf op die leeftijd ook niet had gedaan.’
Ook zegt hij deze middag: ‘Ik denk altijd dat ik gewoon Sjinkie ben, die af en toe een paar rondjes shorttrackt. Ik voel mezelf niet heel bekend.’ Maar de afgelopen tijd haalde hij met privézaken de roddelsites.
Hij heeft een veelbewogen periode achter de rug. Na bijna achttien jaar kwam er een einde aan de relatie met de moeder van zijn twee kinderen. Daarom de unit: een plek voor zichzelf op een paar honderd meter afstand van zijn kinderen. De verstandhouding is goed gebleven, tot zijn opluchting. Sinds kort staat er ook een tweede, kleinere unit op zijn terrein, klaar om aan de andere gekoppeld te worden. Zijn nieuwe vriendin is zwanger.
Laconiek, impulsief, nuchter en vol droge humor, maar ook eerlijk, fel en heetgebakerd: Knegt is het allemaal. Hij speelt nooit spelletjes, is niet van de poeha. Ooit verlengden zijn teamgenoten na de laatste wedstrijd van het seizoen in Montreal hun reis met een uitstapje van een paar dagen naar New York, maar Knegt vloog terug naar huis: hij is liever in Bantega.
Hij is geen standaard topsporter. ‘Ik denk dat er voor mij, op het moment dat ik écht goed was, meer winst te halen was’, zegt hij. Trainen deed hij, uiteraard, maar het had harder gekund in die tijd. Zijn aanleg bracht hem makkelijk ver. ‘Simpele dingen qua voeding en herstel hadden ook veel beter gekund.’
Tegelijkertijd kan hij daar niet om treuren. Stop hem niet in een keurslijf. ‘Dat is leven in een soort gevangenis. Dan word ik helemaal gek.’ Hij noemt het de reden waarom hij het nog zo lang volhoudt in het schaatsen. ‘Ik ben full focus op de ijsbaan, maar als ik naar huis ga, ben ik het kwijt. Ik neem een slechte training niet mee.’
In zijn vrije tijd klust hij. Links van de unit zitten heipalen in de grond, daar moet een grote loods komen. Op rechts komt ooit een woonhuis, maar dat is een project waar hij vermoedelijk pas na de Olympische Spelen van Milaan (2026) aan begint. Hij is geschoold metaalbewerker. Uren alleen in een schuur zitten sleutelen vindt hij fijn. ‘Sommige mensen zouden zeggen: Sjezus, zit je dan de hele tijd alleen? Ja, vind ik fantastisch.’
Over zijn gitzwarte haren zit een petje, een volle baard van ongeveer een centimeter op zijn kaak. 34 jaar is hij inmiddels, maar nog steeds vol bravoure. Of dat minder wordt, met de jaren? ‘Weet ik niet. Ik denk het niet, eigenlijk.’ Waarna een grijns doorbreekt.
Haaks daarop staat zijn ongemak als hij nieuwe mensen ontmoet. Afgelopen zomer was hij een van de vijf deelnemers aan het televisieprogramma The Biohack project. Daarin kregen BN’ers extreme uitdagingen voorgeschoteld. Hij stelde zich voor en dacht: als ze een gesprek met me wil voeren, doen ze dat maar, maar ik ga niet zelf beginnen. Knegt kijkt liefst de kat uit de boom.
‘Gelukkig waren we maar met vijf. Die anderen kunnen op commando gewoon spontaan doen. Nou, ik ben gewoon wie ik ben, de hele dag. Uiteindelijk was het hartstikke gezellig hoor, maar die eerste dagen vond ik wel vermoeiend.’
Bij de Winterspelen van 2026 aast hij op een plek in de aflossingsploeg en individuele startbewijzen op de 1.000 en 1.500 meter. Tegen die tijd heeft hij er een profcarrière van achttien jaar opzitten. ‘Dan ben ik 36 en is het ook wel gewoon klaar, denk ik. Dan heb ik in principe alles gewonnen wat er te winnen viel, alleen geen olympisch goud. Dat is dan maar zo. Ik ga er geen nachten wakker van liggen. Dat weet ik zeker.’
Door de jaren heen veranderde de shorttracksport. Regels wijzigden, acties worden sneller bestraft. Tegenwoordig rijdt hij behoudener. Maar zeg niet dat Knegt, die bekendstaat om zijn spectaculaire inhaalacties en het nemen van risico's niet schuwt, geluk had met de tijd. ‘Voor mijn tijd mocht je nog springend naar de finish, mocht er nóg veel meer.’ Wel rijdt hij bewust voorzichtiger uit angst om tegen diskwalificaties aan te lopen.
Hij is beter dan een jaar geleden, stelt hij. ‘Dat voel ik. En toen haalde ik gewoon nog een wereldbekermedaille op de 1.500 meter.’ Toch zat juist hij dit voorseizoen thuis, terwijl de beste shorttrackers van Nederland naar de andere kant van de wereld vlogen voor de eerste wereldbekerwedstrijden. Voor het eerst in zijn carrière had hij zich niet geplaatst.
‘Het is wat het is’, zegt hij. Hij had zijn NK verprutst. Hij schaatste bovendien met een scheur in zijn schoen rond, zo ontdekte hij later. Die resultaten kon hij niet repareren bij de laatste selectiewedstrijd. Al zijn hele carrière heeft hij moeite om goed te presteren op nationaal niveau. Hoe serieuzer de wedstrijd, des te beter Knegt vaak wordt.
Ooit omschreef voormalig bondscoach Jeroen Otter hem gekscherend als iemand met een ‘positieve vorm van alzheimer’. Waar anderen kunnen vervallen in verongelijktheid als ze tijdens een wedstrijd de dupe zijn van een actie van een concurrent, kan Knegt als geen ander schakelen. Het vizier vooruit, op zoek naar nieuwe kansen.
Het ontbreken van wereldbekerverplichtingen bood een uitgelezen kans om aan te haken bij een grote groep ‘rouwdouwers’ in Utrecht. Daar kon hij veel duurwerk doen op het ijs, precies wat hij nodig had. Daar wordt hij beter van, denkt hij. ‘Dus ideaal.’ Spottend: ‘Dat het om 7 uur in de ochtend was, was iets minder ideaal.’
Schaatsen vindt hij nog steeds ‘fantastisch.’ Dat hij tegenwoordig voorbij wordt gereden door talent Jens van ’t Wout, noemt Knegt ‘helemaal niet erg’. Knegt is het bekendste boegbeeld, Van ’t Wout is de kopman van het nationaal team.
Knegt: ’Het zou heel gek zijn als ik nu op mijn 34ste nog de beste van Nederland zou zijn. Dat heeft het shorttrack in Nederland ook nodig. Ik wil niet dat als ik stop, het hele shorttrack in één keer op z’n gat valt.’
Hij is opvliegend en recht voor z’n raap, weet Knegt. Maar hij blijft wél trouw aan zichzelf. Hij komt vaker in opspraak, maar spijt heeft hij zelden. Dat had hij wel bij zijn zware brandongeluk in 2019. Toen hij achteloos de houtkachel aanstak met een fles thinner. Het ging mis. . Het werd het zwaarste moment uit zijn leven. ‘Ik maak het mezelf er niet makkelijker op, dacht ik. Maar ik dacht al snel daarna: ik kan nu ook laten zien dat het mogelijk is hiervan terug te komen.’
Toen hij afgelopen februari openlijk kritiek uitte op de coaches van het nationaal team en hun trainingsprogramma zeiden andere mensen hem: ‘Je maakt het jezelf wel lastig.’ Hij moest excuses maken en op gesprek komen bij schaatsbond KNSB. ‘Ik had het ook zeker niet kunnen doen’, antwoordt Knegt zijn critici. ‘Maar ik denk wel dat het geholpen heeft. Daarna zijn er dingen uitgesproken en veranderd.’
Nog steeds verlangt hij naar meer duurtrainingen op het ijs. Dat werkt voor hem, denkt Knegt. Hij is schaatser, geen fietser. Ook al zitten veel schaatsers vaker op de fiets dan dat ze op het ijs staan. Hij is in gesprek over toestemming om vaker aan te haken bij de Utrechtse trainingsgroep met ‘rouwdouwers’, als hij voelt dat hij bij zijn eigen ploeg tekortkomt. ‘Ik hou me verder zo rustig mogelijk’, zegt hij met een grote grijns: ‘Dat is het beste voor iedereen, toch?’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden