Home

Moraliteit als linkse hobby

Acht jaar geleden, in het najaar van 2015, zag ik Geert Wilders flyeren op de Koemarkt in Purmerend. Mensen waren kwaad over de komst van een azc, en Wilders kwam de woede verder aanwakkeren. De middag maakte indruk op me: niet eerder zag ik een politicus mensen zo schaamteloos aanspreken op hun eigenbelang. Het idee dat de wereld niet om jou draait, dat er anderen zijn die het minder hebben, dat je zelf zo’n ander had kunnen zijn, serveerde hij impliciet af als decadentie. Beschaving op zich is kennelijk iets links geworden, dacht ik. Een soort overbodig decorum.

In de jaren erna kwam die gedachte vaak terug. Keer op keer zag ik hoe moraliteit, of beschaving, verdacht werd gemaakt als ofwel verkapt winstbejag (‘de klimaatindustrie’), ofwel morele zelfbevlekking. Vegetariërs? Die voelen zich verheven boven het bitterballengepeupel. Vrijwilligers bij een vluchtelingenorganisatie? Die willen gewoon met asielzoekers naar bed. In werkelijkheid brengen deze mensen een offer voor hun idealen. Ze winnen er niks mee, behalve misschien een goed gevoel.

Er is een gedicht van Wislawa Szymborska, ‘Een van zeer vele’, waaraan ik vaak moet denken. (Ik heb er al eerder uit geciteerd, excuus daarvoor. Ik ken heus ook andere gedichten.) Het begint zo: ‘Ik ben wie ik ben./ Een toeval onbevattelijk/ als elk toeval.// Ik had toch andere voorouders/ kunnen hebben,/ en van een heel ander nest was ik dan/ uitgevlogen’, en zo gaat het door, over dat ze ook een spin of een veldmuis had kunnen zijn, of ‘iemand uit een verkeerde stam’.

Het heeft iets gemeen met het beroemde gedachtenexperiment van John Rawls. Die liberale filosoof nodigde mensen uit zich in te beelden dat ze achter een ‘sluier van onwetendheid’ de ideale samenleving mochten vormgeven. Ze wisten dan niet welke plek ze daarin zelf zouden innemen. Op deze manier, dacht Rawls, zouden mensen vanzelf uitkomen bij een rechtvaardige inkomensverdeling: niemand kiest voor extreme ongelijkheid als hij zelf aan de verkeerde kant kan belanden.

Het mooie aan het gedachtenexperiment, en aan het gedicht van Szymborska, is dat ze laten zien: je eigen positie is willekeurig, je leven had ook anders kunnen zijn. Dit nodigt uit tot empathie met anderen, en ook tot een zekere mate van solidariteit. (Hoeveel precies hangt af van je politieke overtuigingen.) Die houding komt je niet aanwaaien, je kunt haar zien als een morele opdracht.

Wat links niet goed doet, is dat het niet erkent dat deze opdracht moeite kost, zeker voor de traditionele achterban. Het is niet leuk om langer op een wachtlijst te staan omdat statushouders voorrang krijgen bij een sociale huurwoning. Links draait hier omheen. Het zegt dat maar een klein percentage van de sociale huurwoningen naar statushouders gaat, of dat het rechtse woningmarktbeleid de schuld draagt. Maar feit blijft dat de komst van vluchtelingen de lange wachttijd nog langer maakt. Het heeft geen zin dit te ontkennen, net zoals het geen zin heeft te ontkennen dat relatief veel asielzoekers in een uitkering belanden, dat veiligelanders voor overlast zorgen, dat cultuurverschillen kunnen leiden tot frictie.

Met het klimaatbeleid is het precies hetzelfde. Links wil niet toegeven dat een vegaschijf minder lekker is dan een gehaktbal; dat windmolens de horizon ontsieren; dat we iets verliezen als we geen hout meer mogen stoken. Dit grenst aan gas-lighting: je ontkent de werkelijkheid van de ander, doet alsof die gek is.

Het eerlijke linkse verhaal zou zijn: klimaatbeleid en asielopvang vergen offers, maar we willen het toch. Niet omdat we dat leuk vinden of omdat we erop geilen goede mensen te zijn, maar juist uit een soort nederigheid: omdat we ons realiseren dat we zelf, in een ander leven, ook op de vlucht hadden kunnen zijn voor oorlog of klimaatrampen. Natuurlijk moet je vervolgens een gesprek hebben over waar de grenzen van deze moraliteit liggen en waar de lasten terechtkomen. Maar zo’n gesprek is moeilijk te voeren wanneer elk offer als linkse hobby wordt gezien, in plaats van als een gezamenlijke opdracht.

Misschien is dit valse nostalgie, maar ik heb het gevoel dat politici de kiezers vroeger meer uitnodigden hun ‘betere ik’ te zijn. Alsof moraliteit toen een vanzelfsprekender onderdeel was van het politieke debat. Dat is nu wel anders. Links ontkent dat moraliteit moeilijk kan zijn, en rechts negeert de waarde ervan. Alleen het eigenbelang telt. Daar zagen we woensdag het resultaat van.

Source: NRC

Previous

Next