Zij een Amsterdamse uit een kunstzinnig milieu, hij een Brabander van eenvoudige komaf. Op het eerste gezicht lijken schrijver Eva Posthuma de Boer en acteur Frank Lammers een onwaarschijnlijk stel. Toch zijn ze al 23 jaar samen. ‘We zijn allebei heel harde werkers, misschien is dat wat ons bindt?’
Aan de keukentafel van Eva Posthuma de Boer en Frank Lammers is het leven goed. Er staat een dampende pan soep op het fornuis. Buiten schemert het. Dochter Isa dendert vrolijk langs, haastig op weg naar voetbaltraining. Frank toont met jongensachtig enthousiasme een doosje met goudklompjes die hij zelf heeft gedolven in de Australische outback, waar hij voor Discovery Channel een programma maakte – een van zijn uitstapjes naast het acteerwerk. Hij is net terug.
Eva roert in de pan en vertelt intussen over het foutje dat ze heeft ontdekt in de drukproeven van haar nieuwe kookboek. Kan nog worden aangepast, kost wel flink wat geld, en aangezien het boek verschijnt bij hun eigen uitgeverij De Keukenkast, waarvan Frank ‘de ceo’ is en zij al het andere doet, is de beslissing aan hen. ‘Moeilijk hoor’, zegt ze. ‘Het klinkt misschien wat gewichtig om te zeggen over een kookboek, maar dit is zo’n persoonlijk project. Ik heb het gemaakt in het huis in Frankrijk waar ik ben opgegroeid, mijn lievelingsplek op aarde. Mijn beste vriendin is de fotograaf. Veel van de recepten heb ik uitgetest op de kennissen en buren die we daar hebben. En dan zo’n foutje...’
Frank: ‘Niet zeggen wat het is! We gingen er toch een prijsvraag van maken? Wie de fout vindt, krijgt...’
Eva: ‘Een avondje stappen met Frank Lammers?’
Frank: ‘Ik dacht meer: Eva Posthuma de Boer die bij je thuis komt koken. Dan serveer ik de boel wel uit.’
Eva: ‘Oh god... Zullen we maar een fles wijn opentrekken?’
Aangename huiselijkheid, die de hectiek van het moment maskeert. Want ze zijn allebei razend druk. Haar boek verschijnt in dezelfde week als zijn nieuwe serie – Ferry, over de Brabantse crimineel die hem nog bekender heeft gemaakt dan hij al was. De promotie draait op volle toeren, zijn beeltenis is overal. ‘Die pr-afdeling van Netflix is echt megalomaan’, zegt Eva. ‘De vorige keer hadden ze hele veerponten bedekt met zijn gezicht. Ferry... voel je ’m? Er komt ook een speciale Ferry-dag.’
Frank: ‘En volgende week ga ik als Ferry het PSV-stadion overnemen, bij de wedstrijd tegen PEC. Als de omroeper aan de opstellingen begint, pak ik de microfoon af en roep: ‘Ik had toch verdomme een reclamebord besteld, of niet dan?’ Dan klappen alle borden in het hele stadion om, en zie je overal mij. Wordt echt grappig.’
Eva: ‘Ik heb de nieuwe serie al gezien, maar ik blijf het lastig vinden. Het is heel goed, ik zie ook echt dat er iets speciaals gebeurt als Frank in die rol kruipt, maar ik kan niet tegen eng, en al helemaal niet tegen geweld. De helft van de tijd stond ik in de keuken. ‘Is het klaar? Bloeden ze nog?’’
Eva: ‘Nou, zó overtuigend is-ie ook weer niet, maar er zijn echt wel gelijkenissen tussen hem en Ferry.’
Frank: ‘Dat hoop ik toch niet. Ik heb nog nooit iemand doodgeschopt. Tenminste, niet privé. Of bedoel je dat hij zo lief is voor zijn vrouw?’
Eva: ‘Nou, die twee kanten van ’m – een autoritair baasje met een heel klein hartje.’
Frank: ‘Ik ben helemaal geen autoritair baasje. Hou ’ns op joh. Als er iemand de baas is in huis, ben jij het.’
Eva’s carrière staat minder in de schijnwerpers, maar ook daarmee gaat het crescendo. Naast kookboeken schrijft ze romans. Het vorig jaar verschenen De hand van Mustang Sally is haar meest succesvolle tot nu toe, en werd door het AD uitgeroepen tot boek van het jaar. ‘Dat is natuurlijk geweldig’, zegt ze. ‘Maar ik ben alweer bezig met een nieuw idee. De worsteling, zeg maar. Dat gaat altijd gepaard met een soort existentiële crisis. Waarom doe ik dit? Wie zal het missen als ik het niet doe? Dat is echt een berg, waar ik nu recht voor sta. En die moet ik weer helemaal beklimmen.’
Gevolg is dat ze heel verschillende levens leiden. Zij werkt vaak thuis, heeft stilte en rust nodig. Hij moet er altijd op uit, de laatste jaren vaak wekenlang, omdat Ferry in België wordt opgenomen. En is er geen serie, dan grijpt hij allerlei andere dingen aan die ‘te leuk’ zijn om niet te doen – optreden met gelegenheidsformatie The Streamers, een kerstshow presenteren in de gedaante van kerstman, goud zoeken.
Frank: ‘Op zich is het een handige combi, hè? Als zij moet schrijven heeft het helemaal geen zin dat ik hier ben. Dan loop ik maar in de weg.’
Eva: ‘Maar als hij weer thuiskomt moet er altijd één ruzie overheen voordat we weer een beetje in dezelfde energie zitten. Ik ben dan lang alleen geweest, heb zin om lekker te lullen. Hij heeft dagenlang veertien uur op een set gestaan en denkt alleen maar: ik kan niet meer met mensen. Ik begrijp dat, maar toch botst het soms. Hij is ook niet zo’n prater. Ik moet het er altijd heel erg uittrekken. Zeg, was het leuk? Wie waren er, wat heb je gedaan?’
Frank: ‘Als ik vier weken keihard heb gewerkt, wil ik eigenlijk een paar dagen op de bank hangen en series kijken. Maar ik kom dan in een soort thuiswerk-achtige situatie terecht. Ze is bezig, weet je wel. Dus krijg ik te horen: zit je nou nog op de bank? Snap ik wel, maar ja, het is ook mijn huis. Gelukkig heeft ze nu een kantoortje.’
Eva: ‘En soms ga ik naar Frankrijk. We hebben allebei een raar beroep, voor de ander. Dat is best lastig, maar het is ook wat het leuk houdt. Je mist elkaar, en als je dan weer wel een tijdje in dezelfde flow zit, is het extra fijn.’
Ze zijn al 23 jaar samen en al 17 jaar getrouwd, maar van een afstandje bekeken lijken ze een onwaarschijnlijk stel. Eva komt uit een kunstzinnig milieu in Amsterdam. Haar vader Eddy, die twee jaar geleden overleed, was een beroemd fotograaf. Haar moeder Henriette is journalist. Geen ouders die klaarzaten met thee en koekjes als ze uit school kwam, haar vrijheid was groot. Zoals veel kunstenaarskinderen ging ze naar het Barlaeus Gymnasium, waar de dochter van Harry Mulisch, Anna, haar beste vriendin was.
Frank groeide op in het Brabantse dorp Mierlo, in een warm nest. Zelfverheffing was er bepaald niet vanzelfsprekend. Zijn vader ging op zijn 14de in de bouw werken, zijn moeder werkte vanaf haar 12de als huishoudster. ‘Ze had liever naar school gewild’, zegt hij. ‘Maar dat mocht niet, want er moest geld worden verdiend.’
Andere werelden, kortom. Toch waren Eva en hij voorbestemd, zegt Frank. ‘Ik had haar al eens gezien toen ik nog in Verweggistan woonde. Op de televisie! In een spotje van ‘Een beter milieu begint bij jezelf’. En toen ben ik verliefd op haar geworden.’
Eva: ‘Hij is een echte romanticus. Maar het kan helemaal niet dat je toen nog in Brabant woonde, want ik was al 20 ofzo.’
Frank: ‘Dan was ik 19. Ik ben namelijk een half jaar jonger dan jij. Dus ik zat gewoon nog daar, en ik dacht: godverdomme, dat is een lekker wijf. Op rolschaatsen, in een grijze trui. Die heeft ze nog.’
Eva, lachend: ‘Nou, ziedaar mijn lot. Maar we gaan toch niet weer helemaal vertellen hoe we elkaar hebben ontmoet enzo?’
Frank: ‘En dat jij toen ik je uiteindelijk ontmoette, geheel buiten je eigen weten om, bekendstond als De Kont van Amsterdam? Jawel hoor, dat gaan we wel vertellen. Is toch leuk?’
Toen Frank op zijn 19de naar de toneelschool in Amsterdam ging, was dat een hele gebeurtenis. Niemand die hij kende ging weg uit Mierlo. ‘Mijn ouders hadden liever gezien dat ik een echte opleiding ging doen, want ik kon ook goed leren. De toneelschool was voor hen een enge, onbekende wereld. En voor mij ook, haha. Ik kwam in de klas bij Kasper van Kooten, hij stelde me een keer voor aan Kees van Kooten én Herman Brood. Twee helden in één klap. Vlak daarvoor had ik een scène gehad met Katja Schuurman. Nou, toen ik dat bij ons in Brabant vertelde, geloofde echt niemand het. Dat kon gewoon niet waar zijn. Dus ja, dat is wel andere koek dan Eva, die haar halve jeugd bij Harry Mulisch aan tafel heeft gezeten.’
Eva: ‘Harry heeft me nog uit een politiecel gered – als ik ook eens een keer mag overdrijven. Ik werd gepakt toen ik een mascara jatte bij de Etos. Op het bureau mocht ik één telefoontje plegen. Ik belde Anna, maar kreeg Harry aan de lijn, die zei dat hij de boodschap zou doorgeven. Blijkbaar heeft hij dat heel ernstig gedaan, want een half uur later kwam Anna helemaal hysterisch het bureau binnenstormen: Waar is Eef? Laat mijn vriendin vrij!’
Frank: ‘Dat was in Mierlo heel anders verlopen. Stelen mag niet, heb ik altijd geleerd.’
Eva: ‘Uiteindelijk belde de politie mijn ouders, want ik was minderjarig. Ze brachten het als een soort dreigement, maar ik zei: joh, ga je goddelijke gang. Kregen ze mijn moeder aan de lijn. ‘Hallo mevrouw, we hebben uw dochter opgepakt wegens diefstal, u mag haar komen halen.’ En mijn moeder: komen halen? Daar heb ik geen zin in hoor, ze heeft zelf een fiets. Ze komt maar naar huis.’
Frank: ‘En wat zei je moeder toen je thuis was?’
Eva: ‘Haha. Geef mij die mascara dan maar – zoiets. Had je niks voor mij kunnen meenemen uit die Etos?’
Frank: ‘Dat bedoel ik. Ik hou heel veel van mijn vrouw, maar ze is gewoon niet opgevoed.’
Eva: ‘Dat moet hij doen. Vindt hij.’
Eva: ‘Toen wij bij elkaar kwamen, hadden we al veel gemeenschappelijke vrienden, dus dat viel wel mee. Het grappige is wel dat Frank in het begin zijn Brabantse kant een beetje verborgen hield voor me. Hij speelde bij het Noord Nederlands Toneel, zware stukken van Shakespeare. Dan sprak hij ook gewoon ABN. Eigenlijk heeft hij me verleid als een keurig sprekende, intellectuele acteur. Pas toen ik bij hem thuis kwam ging de zachte g erin en kwam er steeds meer Brabant tevoorschijn. Wat ik heerlijk vond hoor. Het is bij hen heel warm en heel... makkelijk, op een manier die wij Amsterdammers niet hebben.’
Frank trekt zijn telefoon tevoorschijn en laat een filmpje zien van een uitgelaten Eva op een feest: ‘Daar staat ze hoor, te hossen met een opplaksnor en een gek hoedje op.’
Eva: ‘Dit was de verjaardag van zijn tante Gonnie. In een partyzaaltje. Echt iets wat ik vanuit mijn opvoeding totaal niet ken. Mijn moeders kant was ontzettend chic, daar liep je altijd heel ongemakkelijk rond, en mijn vader had eigenlijk geen familie. Het is onbekend terrein voor me, maar ik vind het ook heel leuk. Iedereen is zo enthousiast en blij als je binnenkomt. Hij heeft ook zo veel ooms en tantes, die zijn niet eens meer te tellen.’
Frank: ‘56.’
Eva: ‘Ach, uiteindelijk denk ik zo helemaal niet. Zijn ouders zijn heel slimme mensen, die drie heel slimme kinderen hebben voortgebracht. Volgens mij hebben Frank en ik gemeen dat we niet echt onderscheid maken tussen hoog en laag, ook niet als het om cultuur gaat. Iets raakt je, of niet. Wij staan allebei mee te blèren en te genieten bij een concert van Guus Meeuwis, en we gaan ook naar de Matthäus-Passion. Ik vind echt niet dat het een onderdoet voor het ander.’
Frank: We hebben wel een keer vreselijke ruzie gehad over schlagermuziek. Daar ben ik mee opgegroeid, Heino enzo. Komt ook omdat wij in Brabant naar de Duitse televisie keken. Man, toen was je echt woest.’
Eva: ‘Hoezo ook alweer?’
Frank: ‘Omdat ik zei: jij kent dat helemaal niet. Terwijl ik wel op de hoogte ben van Mozart en andere ‘hoge’ cultuur. Dus wie is er nou meer ontwikkeld?’
Eva: ‘O ja, dat vond ik irritant. Dat-ie zich boven mij ging stellen. Terwijl ik zoiets had van: als jij slagers mooi wil vinden...’
Frank: ‘Schlagers, niet slagers.’
Eva: ‘... dan moet je dat lekker mooi vinden. Ik veroordeel niks.’
Frank: ‘Dat veroordeelde jij wel. Jij haat het.’
Eva: ‘Nou, inderdaad, Heino, Dennie Christian vroeger bij Op Volle Toeren, dat vind ik ongeveer de ergste muziek die er is. Maar ik genoot er wel weer van om te zien hoe mooi jouw moeder dat vond. Misschien is het inderdaad dat Duitse. Voor jou stond Duitsland altijd in een positief licht, ik ben opgevoed met een oma die het over de moffen had, en een vader die ook getraumatiseerd was door de oorlog. Ik denk daar nu niet meer zo over, maar ik heb wel meegekregen dat Duitsers verschrikkelijk waren.’
Een belangrijker verschil tussen hen, zegt Frank, is dat hij is vertrokken en zij niet. ‘Ik heb mijn wereld groter gemaakt, zij is altijd gebleven. Haar ouderlijk huis is hier 500 meter verderop. Dat zou ik moeilijk vinden, denk ik. Als ik nu mijn kind was, zou ik ook maken dat ik wegkwam hier. Ik heb het als heel verrijkend ervaren om mijn wereld uit te breiden.’
Eva: ‘Snap ik, maar in de stad is toch ook gewoon meer om je mee te verrijken? Daar hoef je niet per se voor weg te gaan.’
Frank: ‘Als je van nergens komt, dan kom je ergens terecht waar het nieuw is. Als je al ergens vandaan komt is het moeilijker om het ergens anders te gaan zoeken. Voor mij is het een soort way of life geworden. Ik moet af en toe nieuwe horizonten zien, anders gaat het niet goed. Dat wordt steeds moeilijker, want met goed fatsoen kun je eigenlijk niet meer vliegen. Dus doe ik het nu af en toe voor werk, zodat ik mezelf kan voorhouden dat ik er ook niks aan kan doen. De grap bij Eva is dat het voor haar eigenlijk weer andersom werkt. Ze komt uit de stad, maar ze is het gelukkigst op dat Franse platteland. Waar niks is.’
Eva: ‘Dat is wel waar. Maar vooral omdat ik die twee werelden naast elkaar heb. Amsterdam benauwt me niet, want ik kan altijd weg. Ik kan het hier soms vervelend vinden, stom, kleinzerig, zielig, zuur, smerig, maar mijn liefde kan ook weer helemaal oplaaien. Ik ben alleen niet zo chauvinistisch als Frank. Hij moet altijd uitdragen dat hij een Brabander is, en daarin is hij gewoon kritiekloos.’
Frank: ‘Dit is interessant. Ik heb inmiddels drie series gemaakt over Brabant, voor de regionale omroep. En zij beschuldigt mij nu van een kritiekloze blik. Dat betekent dat zij die programma’s allemaal niet heeft gezien.’
Eva: ‘Ik heb wel wát gekeken.’
Frank: ‘Niet waar. Het eerste programma sluit af met een speech van mij die een officieel stuk is geworden in de Brabantse politieke annalen, waarin ook de slechte kanten worden benoemd. Het zou leuk zijn als je interesse zou tonen voor mijn werk, Éva. Ik eet ook altijd al jouw eten op.’
Eva: ‘Ik kijk ook altijd naar jouw reclame.’
Frank: ‘En bovendien moet je niet lullen, want bij de Amsterdamse Bingo in Paradiso staat madam gewoon te huilen.’
Eva, met een betrapte blik: ‘Haha, dat is dus de meest Amsterdamse avond die je kunt verzinnen. Met een bingo, en een band die liedjes als ‘Aan de Amsterdamse grachten’ speelt. Je kunt er eten aan lange tafels, met biefstuk van Loetje, zuur van Kesbeke, en een bitterbal van de Febo.’
Frank: ‘Dan schiet ze vol. Maar ze is niet chauvinistisch...’
Eva: ‘Nee, want ik hoef het niet uit te dragen. Jij begint erover. Ik geniet daar gewoon stilletjes van. De laatste keer dat we er waren leefde mijn vader nog. Toen moest ik huilen omdat ik bedacht hoe mooi hij die avond zou hebben gevonden. Dat je zo voelt waar je vandaan komt.’
Frank: ‘Dat ís ook fijn. Toen ik naar Amsterdam vertrok, kreeg ik een brief van mijn oma, en daar stond in: ‘Ze plachten daar in het westen nog weleens denigrerend te doen als het over het donkere zuiden gaat. Vergeet niet waar je vandaan komt, en denk in een verloren ogenblik nog eens aan je ouwe grootje.’
Frank: ‘In mijn geval bleek het volstrekt onterecht, maar dat doet er verder niet toe. Dat was het heersende gevoel daar, is het misschien nog steeds wel. Er zijn historische oorzaken voor, die ik allemaal bespreek in die programma’s die zij niet bekijkt. Dat haal je er niet zomaar uit. En los daarvan was het een belangrijke boodschap, van mijn oma: vergeet niet waar je vandaan komt.’
En dus krijgt Eva een hoop Brabant voor haar Amsterdamse kiezen. In de aanpalende kamer, een soort mancave-achtig gebeuren, hangt boven het biljart een groot plaatsnaambord van Eindhoven. Dochter Isa is door haar vader succesvol omgeturnd tot PSV-supporter. Frank voetbalt wekelijks met ex-Ajacieden als Sjaak Swart en Simon Tahamata, ‘maar wel in een PSV-shirt’. Eva: ‘Ik heb een PSV-gezin. Gelukkig maar dat ik niet om voetbal geef.’
Er komt soep op tafel, een tweede fles wordt aangerukt. Frank gaat nog even door over zijn afkomst. Hij dankt er zijn arbeidsethos aan, zegt hij. ‘Waar ik vandaan kom hebben de mensen nooit kansen gehad, zeker de generatie voor mij niet. Dat heeft ook op mij zijn weerslag.’
Eva: ‘Er zit een stuk peterselie op je wang.’
Frank: ‘Als ik kan werken, dan doe ik het. Ook als het niet hoeft.’
Eva: ‘Maar ik heb óók zo’n arbeidsethos, en waarschijnlijk heb ik dat ook van mijn vader. Die kwam uit een kruideniersgezin, heeft nauwelijks de mulo kunnen doen vanwege de oorlog, en heeft toch veel bereikt. Die overeenkomst tussen Frank en mij is uiteindelijk veel belangrijker dan dat gedoe over Brabant versus Amsterdam. Dat is het dagelijks leven, dat is wat telt. Wij zijn allebei hele harde werkers, gaan door tot het niet beter kan en snappen dat van elkaar. Misschien is dat wel wat ons bindt dan?’
Frank: ‘Zijn we er eindelijk achter. Daarom heb ik ook echt van alles gedaan, zonder onderscheid te maken: musical, zwaar toneel, drama, komedie, regisseren. Je weet pas je of je iets leuk vindt als je het hebt geprobeerd. Ik haal nergens mijn neus voor op.’
Frank: ‘Zeker niet. Ik probeer daar wel een vinger aan de pols te houden, dat het voor mezelf nog steeds door de beugel kan, maar ik heb schijt aan mensen die vinden dat je zoiets niet doet – zal ook te maken hebben met het feit dat ik niet uit deze contreien kom. Mijn vader stond als kind al te sloven voor een paar centen. Dus ja: dáhag! Als ik ergens trots op ben, is het dat ze me niet in een hokje kunnen duwen. Toen ik de Jumbo ging doen, kwamen tegelijkertijd de film over Michiel de Ruyter en de roadmovie J. Kessels uit. Dat zijn zulke verschillende dingen dat zo’n reclame er best bij kan. Als je dan ook nog een potje mee loopt te krijsen met The Streamers, gaat het op een rare manier voor je werken. Gaan mensen denken: wat doet die nou weer?’
Eva: ‘Trouwens: lang leve de Jumbo hè. Het is niet mis wat je daarvoor krijgt. Als je moet leven van gesubsidieerd toneel en romans is er altijd onzekerheid. Dus toen hij dat aanbod kreeg, beseften we wel: dit geeft ons vrijheid, juist om de dingen te maken die we het allerliefst willen maken.’
Voor Frank betekent die vrijheid dat hij een duizendpoot kan zijn, voor Eva dat ze gestaag haar pad kan volgen. Ze debuteerde in 2007, echte erkenning kreeg ze pas met De hand van Mustang Sally. ‘Ik werd niet heel snel serieus genomen’, zegt ze. ‘Kreeg altijd wel wat recensies, die oké waren, ik ben nooit echt afgemaakt. Maar het was toch een beetje: ach, die blonde. Zo heb ik het in elk geval gevoeld. Op een gegeven moment stond ik op de voorkant van de Viva. Natuurlijk zeg je daar ja tegen. Ik hoer en sloer als ik een boek heb geschreven, kan mij het schelen. Toen was er een literair journalist die iets opmerkte als: lekker makkelijk, zo’n blond wijf dat er een beetje goed uitziet. Wat ik ook weleens heb gehoord: zij is van die dikke van de Jumbo.’
Frank: ‘Wát? Wie zei dat?’
Eva: ‘Maar goed, ik vind zelf ook dat mijn boeken steeds beter zijn geworden. In een rustig tempo heb ik het vak steeds beter in de vingers gekregen. Pas over de laatste twee romans heb ik zelf geen enkele twijfel meer. Die zijn gewoon steengoed. Beter kan ik het niet.’
Frank: ‘Hállo, boek van het jaar hè.’
Eva: ‘Als je het nuchter bekijkt is het een krankzinnig beroep. Elke roman is drie jaar eenzame, noeste arbeid. Ik heb nu een bescheiden succesje, maar vergeleken met Frank stelt het niks voor. Het fijne is dat ik nu meer optredens en lezingen kan doen, zodat je met lezers in contact komt en ook te horen krijgt dat je ze hebt geraakt. Maar uiteindelijk zit het geluk voor mij in het schrijven zelf.’
Frank: ‘Precies. Het gaat niet over wat het oplevert. Dat interesseert ons allebei eigenlijk vrij weinig. Ik vind repeteren ook leuker dan het spelen zelf.’
Eva: ‘Ja.’
Frank: ‘Ik heb nooit ergens voor gekozen, ik word altijd gevraagd. En dan vind ik het interessant of niet. Verder zit er niet echt een diepere gedachte achter.’
Frank: ‘Haha, nee. Maar ik kan wel iets wat niet veel mensen kunnen. Ik kan inmiddels echt wel een behoorlijk potje toneelspelen.’
Eva: ‘Wat ik het allerbeste van hem vond zijn dingen die het grote publiek nooit heeft gezien. Hij heeft in toneelvoorstellingen de rollen van Karl Marx gespeeld, en van Prometheus. Voor mij waren dat echt de wezenlijke dingen. De mens duiden, die zoektocht daarnaar, dat is waar het over gaat. Dat is waarom ik romans schrijf. Misschien heeft hij dat wat minder.’
Frank: ‘Echt niet. Dat is nou weer zo’n gekke grachtengordelgedachte. Waarom denk je dat ik helemaal naar Australië ben gereisd? Goud zoeken interesseert me toch geen hol. Je laat mensen zien, een andere manier van leven, je interesseert je in hen.’
Eva: ‘Ja, da’s ook waar. Ik doelde meer op jouw rusteloosheid. Dat je ook The Streamers doet en kerstman gaat spelen.’
Frank, grijnzend: ‘Tja, als je mij nou in een notendop wilt vangen, is het dat: spelen. Je moet altijd in die zandbak blijven wroeten. Maar zij vindt The Streamers gewoon stom.’
Eva: ‘Nee hoor, helemaal niet. Ik vind het echt heel fijn voor Frank dat hij allemaal dingen doet waar hij gelukkig van wordt. Alleen, het zorgt soms wel voor een hoop onrust.’
Frank: ‘En dan pakt ze haar biezen.’
Eva: ‘Ga ik naar Frankrijk. Je kwam gisteren met zo’n mooi citaat. Wat was het ook alweer? Geluk is...’
Frank: ‘Geluk is verlangen naar herhaling. Is van Kundera. Heel mooi, maar ik ben het er niet helemaal mee eens.’
Eva: ‘Nou, ik herken dat helemaal. En dan ga ik, op de plek waar ik mijn hele leven al kom, een beetje lopen nadenken. Over dingen waar niemand op zit te wachten.’
Frank: ‘Dat is niet waar. Dat is gewoon echt helemaal niet waar.’
3 november 1971 Geboren in Amsterdam.
1983 - 1990 Barlaeus Gymnasium, Amsterdam.
1992 - 1996 Studie kunst en mediamanagement aan de HKU.
1996 - 2010 Werkt als theaterproducent voor Comedytrain en Toomler, het Leids Cabaret Festival, Circus Elleboog en de cabaretgroepen NUHR en De Ploeg.
2004 Rinus aan de rekstok, een brieven- en interviewboek, in samenwerking met Sanne Wallis de Vries.
2007 Debuutroman Eindeloze dagen.
2008 - heden Maakt voor o.a. theaterfestival De Parade de literaire quiz Pulp & Fictie.
2009 Roman Lichthart.
vanaf 2010 Columns voor o.a. Het Parool.
2012 Roman De Comedy Club.
2015 Roman Ica.
2017 Kookboek Voer voor Vrienden.
2018 Roman En het wonder ben jij.
2018 - 2021 Column in de Volkskrant, samen met haar vader Eddy Posthuma de Boer. Hij leverde de foto, zij de tekst.
2019 Kookboek Eva’s keukenkast.
2022 Roman De hand van Mustang Sally.
2023 Kookboek Boergondisch – recepten uit Eva’s groene Franse keuken.
10 april 1972 Geboren in Mierlo.
1984-1990 Strabrecht College, Geldrop.
1991-1995 Opleiding aan de Amsterdamse toneelschool.
2000 Een van de hoofdrollen in de film Wilde Mossels.
2001 Speelt Berry in het derde seizoen van de tv-serie All Stars.
2002 Rol in tv-serie De Enclave, van regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen.
2004-2005 Speelt manager ‘Frank’ in de musical Ren Lenny Ren van Acda en De Munnik.
2004 Rol in speelfilm De dominee.
2006 Rol in Zwartboek.
2009 Theatervoorstelling Cadillac Cowboy, over het leven van Hank Williams, met de band Ocobar.
2010 Regisseur van Koper, een theatervoorstelling rond de Limburgse band Rowwen Hèze en journalist Leon Verdonschot.
2012 Rol in De Marathon.
2015 Speelt Michiel de Ruyter in de gelijknamige speelfilm.
2015 Hoofdrol in J. Kessels, naast Fedja van Huêt.
2017 Debuut als filmregisseur met Of ik gek ben, uitgeroepen tot beste speelfilm op het Footcandle Film Festival.
2017 Ontvangt de Cultuurprijs van het (toen nog) Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Brabant vanwege ‘zijn grote en bijzondere prestaties en verdiensten voor de cultuur in Noord-Brabant’.
2019 Rol van Ferry Bouman in de serie Undercover.
2021 Hoofdrol in de speelfilm Ferry.
2022 Rol van politicus Peter Langendam in de tv-serie Het jaar van Fortuyn.
2023 Hoofdrol in de serie Ferry.
Op 23 en 24 december speelt Lammers in Ziggo Dome de kerstman in de show Santa Claus is coming to town.
Fotografie: Jaap Scheeren, styling: Olivier Jehee (House of Orange), visagie: Ingrid van Hemert (House of Orange).
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden