Home

Dilan Yesilgöz had niets te veel gezegd: Foreskin’s Lament is inderdaad een heerlijk boek

Met belangstelling las ik vorige week in deze krant de interviews met acht lijsttrekkers, over de belangrijkste boeken in hun leven. Geert Wilders ontbrak trouwens, helaas, want ik ben heel benieuwd wat hij leest. Ja, Donald Duck, dat heeft hij zelf eens gezegd op het Jeugdjournaal. Maar er moet toch méér zijn?

Van zijn collega’s waren hun antwoorden merendeels niet bijzonder verrassend. Caroline van der Plas noemt Angela’s Ashes (haar moeder komt uit hetzelfde armoedige Ierland), inderdaad een heerlijk boek; wie het niet kent moet het onverwijld lezen.

Frans Timmermans somt een imposante lijst van klassieke mannenboeken op, Camus, Roth, Proust, Conrad, doet uitspraken als ‘kunst is een reflectie op de condition humaine’ en bekent, om het niet te gek te maken, dat hij ook niet vies is van Stephen King.

Henri Bontenbal vindt dat boeken ‘als zuurstof’ zijn, zijn kinderen mogen laat lezen in bed, en als ze een boek kopen betaalt hij de helft. (De helft! Ik betaalde alle boeken voor mijn kinderen, en ze hadden van mij de hele nacht mogen opblijven om te lezen, al hadden ze er crack bij gerookt, ga je gang, als je maar leest; maar bij twee van de drie hielp het niks).

Over de auteur
Schrijfster Sylvia Witteman bespreekt elk weekeinde een boek dat haar is opgevallen.

Mirjam Bikker is met lezen opgevoed, maar leest in campagnetijd alleen de Bijbel, Esther Ouwehand houdt (ten onrechte) van Dostojevski, Lilian Marijnissen van Remarques Im Westen nichts Neues, Rob Jetten koopt, zeer terecht, veel tweedehandsboeken op boekwinkeltjes.nl en noemt Hella Haassens Oeroeg, dat hij waarschijnlijk nog kent van de boekenlijst op de middelbare school: niet te dik, niet te moeilijk en echt mooi (en geschreven door een vrouw, in tegenstelling tot alle andere genoemde boeken).

Ook Dilan Yesilgöz’ lievelingsboek is van een man: Foreskin’s Lament van Shalom Auslander. Ik kende het niet, maar de titel leek te verwijzen naar een andere memoir, die tot mijn lievelingsboeken behoort: Portnoy’s Complaint van Philip Roth. Die gaat, zoals u weet, over een Joodse jongen die zich ontworstelt aan zijn benepen milieu; het is geestig en schrijnend en geniaal.

Ik werd nieuwsgierig naar Foreskin’s Lament (dat betekent letterlijk ‘de klacht van de voorhuid’) en kocht het meteen. Alleen al de naam van die schrijver, Shalom Auslander! Dat klonk als een opzichtig pseudoniem, maar tot mijn verbazing bleek hij écht zo te heten.

Yesilgöz had niets te veel gezegd: inderdaad een fijn boek. Een felle, geestige tirade van een Amerikaans-Joodse jongen die zich aan zijn verstikkende orthodoxe milieu probeert ontworstelen. Ja, net als in Portnoy’s Complaint inderdaad, maar dan een halve eeuw later, en met dat verschil dat Portnoy voornamelijk moet afrekenen met zijn dominante moeder, terwijl de jonge Auslander zijn woedende pijlen vooral richt op God: de wraakzuchtige God van de orthodoxe Joden, die zijn volk kastijdt als Hij niet onvoorwaardelijk gehoorzaamd wordt, tot in het kleinste detail.

‘Soms haatte God ons zo dat hij ons zelf ombracht; soms liet hij het ook door andere mensen doen. We noemen dat ‘feestdagen’. Met Poerim herdenken we dat de Perziërs ons probeerden te vermoorden. Met Pesach herdenken we dat de Egyptenaren ons probeerden te vermoorden. Met Chanoeka herdenken we dat de Grieken ons probeerden te vermoorden. ‘Gezegend is Hij’, bidden we dan.’

Fietsen tijdens de sabbat en het eten van een niet-officieel koosjer koekje zijn al doodzondes, maar Auslander maakt het nog veel bonter: hij eet varkensvlees, masturbeert onvermoeibaar, is voortdurend stoned en stopt, bij een bezoek aan Jeruzalem, een briefje in de Klaagmuur waar ‘Fuck you’ op staat. Heerlijk allemaal. Wie van Roth en Sedaris houdt en bestand is tegen hevige blasfemie: lees vooral Foreskin’s Lament.

Source: Volkskrant

Previous

Next