Verkiezingswinst PVV Dat Wilders’ partij kunst echt niet meer wil subsidiëren, kunnen culturele organisaties nauwelijks geloven. Musea nemen afstand van PVV-standpunten over geschiedenis.
Wat is cultuur nog in dit land, als de plannen uit het verkiezingsprogramma van de PVV werkelijkheid worden? Dat vragen culturele organisaties zich af, twee dagen na de Twee Kamerverkiezingen.
Wilders’ Partij voor de Vrijheid, de grote winnaar van de verkiezingen, pleit in zijn verkiezingsprogramma voor het afschaffen van alle kunst- en cultuursubsidies, omdat die „onzinnig” zouden zijn. Ook neemt de partij inhoudelijke standpunten in over de omgang met de Nederlandse cultuur en geschiedenis.
De PVV wil bijvoorbeeld dat de regering de excuses intrekt voor het slavernijverleden, en voor het geweld van Nederland tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog – door de PVV nog de „politionele acties” genoemd. Gemeenten moeten volgens het verkiezingsprogramma niet meer meewerken aan „klimaatwaanzin” en „diversiteitsgeneuzel”.
Hoewel musea voor meer dan de helft van hun inkomsten afhankelijk zijn van subsidies, heeft de Museumvereniging nu vooral „zorgen” over die inhoudelijke standpunten, zegt directeur Vera Carasso. De vereniging, die 467 musea vertegenwoordigt, bracht donderdag een verklaring uit op LinkedIn waarin zij PVV-standpunten aanhaalt die „rechtstreeks ingaan tegen de principes van de museumsector”.
„Op basis van dit programma zouden aan subsidies voorwaarden kunnen worden verbonden”, zegt Carasso. „Musea zijn zelfstandig, maar stel dat bepaalde projecten rond gender, diversiteit of klimaat geen geld meer krijgen.” Ze voegt toe dat dit niet aan de orde is, omdat partijen nog om de tafel moeten. „We leven niet in de VS, hier worden coalities gevormd.”
De verwachting dat Wilders tijdens de formatie water bij de wijn zal doen, klinkt ook door in andere reacties uit de culturele sector op de verkiezingswinst van de PVV. Dat een nieuwe coalitie alle subsidies voor kunst en cultuur zal afschaffen, geloven bestuurders uit de sector niet. „Als dat gebeurt, staat de hele sector op het spel”, zegt co-voorzitter Jeroen Bartelse van belangenorganisatie Kunsten’92 voor de culturele en creatieve sector. „Maar ik denk niet dat het zover komt.”
Er is wel cultuur die zichzelf kan bedruipen – denk aan sommige musicals en andere populaire podiumacts, grote popfestivals, bioscopen – maar voor veel culturele instellingen is subsidie onmisbaar. Bijna vierhonderd instellingen worden nu artistiek en cultureel zo belangrijk geacht, dat ze meerjarige subsidie krijgen van het rijk. Zij halen gemiddeld tweederde van hun inkomsten uit overheidssubsidies, bleek deze maand nog uit de inventarisatie Fair Pay Dichterbij. Zonder die subsidies hebben symfonieorkesten, rijksmusea en veel theater- of dansgezelschappen geen toekomst.
De Kunstenbond, die werkenden uit de cultuursector vertegenwoordigt, vreest dat de financiering van cultuur en media „ernstig onder druk” komt. „Daarmee komen de toegankelijkheid, diversiteit en pluriformiteit van kunst en cultuur in gevaar”, zegt Peter van den Bunder van de bond. „Je ziet dat de cultuursector heel kwetsbaar is, en zeker kunstenaars. Dat hebben we bij corona gezien.”
Om de „verbindende rol” van kunst en cultuur bij verbinding in de samenleving te benadrukken, sloot de Kunstenbond zich aan bij ‘Samen voor Solidariteit’, een samenkomst die maatschappelijke organisaties vrijdagmiddag houden op de Dam in Amsterdam.
Ook de andere culturele koepelorganisaties zeggen vooral verbinding tot stand te willen brengen. „Het polariserende landschap moet geslecht worden”, schreef Kunsten ‘92 donderdag. „Ik ben ervan overtuigd dat ook PVV-kiezers van cultuur houden”, zegt co-voorzitter Jeroen Bartelse, die ook directeur is van de Utrechtse concertzaal TivoliVredenburg. „Hun kinderen zitten ook op de muziekschool. En in TivoliVredenburg staan PVV-stemmers en aanhangers van GroenLinks-PvdA naast elkaar te dansen, daar ben ik van overtuigd.”
Vera Carasso van de Museumvereniging benadrukt de verbindende rol van musea (waarvan de meerderheid een historische collectie heeft) bij het reflecteren op de geschiedenis. „Wij willen verbinding tot stand brengen vanuit de kennis die we hebben over verleden. Dat mis ik in de standpunten van deze partij.”
De PVV wil ook de publieke omroep afschaffen. Het verkiezingsprogramma stelt voor de financiering voor de NPO te staken. Mediawoordvoerder Martin Bosma van de PVV zei woensdagavond, nadat de politieke aardschok duidelijk was geworden, lachend tegen zijn aanhang: het eerste wat de PVV gaat doen, is de NPO wegbezuinigen.
Veel omroepen vrezen voor hun voortbestaan. In een reactie stellen de progressieve VPRO en de evangelische EO dat een sterke en onafhankelijke publieke omroep een voorwaarde is voor een goed functionerende democratie. In een artikel in het Algemeen Dagblad spreken diverse omroepbazen hun zorgen uit. Jan Slagter, de baas van Omroep Max, zegt te hopen dat Wilders voor rede vatbaar is. „Nederland zonder publieke omroep kan echt niet. Dit is zorgelijk, want je praat wel over duizenden banen die op het spel staan.”
De NPO deelt deze zorgen. „Als we kijken naar de verkiezingsprogramma's, zien we de druk op de publieke omroep toenemen”, verklaarde NPO-voorzitter Frederieke Leeflang tegen persbureau ANP. Ze doelt niet alleen op de plannen van de PVV, maar ook op die van de VVD en NSC, die allebei hebben gepleit voor het schrappen van één publieke zender. Leeflang benadrukt het belang van „een sterke, van politiek en commercie onafhankelijke publieke omroep” voor de democratische rechtsstaat.
Source: NRC