‘In de film Rocco & Sjuul speel ik Rocco, een man die op oudere leeftijd zijn jeugdliefde Sjuul terugvindt. Uit bescheidenheid wil ik bijna Sjuul kiezen, maar ik kies toch voor Rocco. Hij komt net als ik uit Egypte en probeert in een ander land een leven op te bouwen. Rocco vindt een manier om te overleven door zijn naam te veranderen en zichzelf voor te doen als een Italiaanse man. Het is tragisch dat voor Rocco Ferrari alle deuren openen, maar niet voor Rachid. In tegenstelling tot Rocco zou ik mezelf nooit anders voordoen dan ik ben, ik ben een trotse Egyptenaar.’
‘Dat is Sjuuls dilemma in de film. Je eigen geluk achterna gaan is trouw blijven aan jezelf, dus ik kies daarvoor. Ik vind dat niet zo egoïstisch. Je moet proberen anderen geen pijn te doen, maar soms is dat de prijs om trouw te kunnen blijven aan jezelf. Ik koos voor mijn eigen geluk toen ik op mijn 20ste vertrok uit Egypte, hoe moeilijk mijn moeder dat ook vond. Na het zien van Saturday Night Fever wilde ik niets liever dan vertrekken naar het westen om ook een soort John Travolta te worden, haha.’
Els de Grefte is popredacteur van de Volkskrant.
‘De toneelschool. In Egypte studeerde ik economie, eigenlijk alleen maar omdat mijn cijfers niet goed genoeg waren om medicijnen te studeren. Dokter worden is het hoogst haalbare ideaal in Egypte. Toen ik in Nederland aankwam begon ik daarom meteen mijn natuurkunde, wiskunde en biologie bij te spijkeren zodat ik hier medicijnen kon gaan studeren. Na een tijdje dacht ik: wat ben ik eigenlijk aan het doen? Toen ben ik op mijn zolderkamertje in de Achterhoek een top-3 gaan maken van dingen die ik heel graag wilde doen. De filmacademie stond op één, de toneelschool op twee en een studie psychologie op drie. Voor de filmacademie werd ik afgewezen, op de toneelschool in Arnhem werd ik aangenomen. Ik was de gelukkigste man van Arnhem. Ik sprak nog niet vlekkeloos Nederlands, maar een spraakdocent beloofde me te helpen.
‘Uiteindelijk kreeg ik die hulp niet en moest ik van de toneelschool af vanwege mijn taalachterstand. Toen was ik de depressiefste man van Arnhem, ik ben een week in bed blijven liggen met de gordijnen dicht. Het zit me ergens nog steeds dwars dat het niet gelukt is. Als ze me nu nog een diploma zouden aanbieden, zou ik dat met open armen ontvangen.’
‘Het Foeṣḥā, klassiek Arabisch, is de mooiste taal van de wereld. Het Nederlands heeft niet de poëzie die het Arabisch heeft. Maar ik ben een autobiografie in het Nederlands aan het schrijven, De Arabier van Amsterdam. Dankzij de directheid van de taal leent het Nederlands zich beter om zo open en eerlijk mogelijk te schrijven, het Arabisch kan door alle metaforen soms omslachtig zijn. Vanwege de cultuur vol taboes zou ik in het Arabisch ook bijvoorbeeld niet over seks kunnen schrijven, ik heb er in het Arabisch de woorden niet voor.
‘Taal heeft een belangrijke rol in mijn leven, voor een acteur is taal natuurlijk sowieso een belangrijke tool. Ik wilde daarom het Nederlands helemaal beheersen. Het eerste boek dat ik van kaft tot kaft in het Nederlands las was een vertaling van Sartre, De teerling is geworpen. Geen lichte kost, maar ik begreep het helemaal. Ik zal de euforie toen ik het boek uit had nooit vergeten. Een ander belangrijk moment was mijn eerste monoloog op het toneel, De Egyptische schaatser. Ik heb twee jaar achter elkaar die monoloog van zeventig minuten in theaters gespeeld, dat was echt een overwinning.’
‘Mijn moeder. Ik ben acteur geworden omdat ik mijn oom als imam in de moskee zag prediken, hij beheerste echt de kunst van het redevoeren. Toen dacht ik: dat wil ik ook kunnen. Ik adoreerde hem enorm, ik wou soms dat hij mijn vader was. Maar mijn moeder heeft ook dat talent voor spreken, ze kan lullen als de beste. Iedereen luisterde ook graag naar haar, ze was een soort imam voor de vrouwen. Als de mannen met de imam aan het praten waren, vertelde zij verhalen aan de vrouwen. Ze is nooit naar school geweest, kon niet lezen of schrijven, maar onthield alle verhalen die ze hoorde.’
‘Voor. Ik ben tien jaar lang artistiek leider geweest van toneelgroep De Nieuw Amsterdam, maar dat heb ik nooit geambieerd. Toen die functie mij werd aangeboden, had ik een voorwaarde: dat ik zou kunnen blijven spelen en stukken kon blijven maken. Dat werd mij achteraf door een deel van de achterban van DNA niet in dank afgenomen. Tot die tijd behandelde de toneelgroep vaak Caribische en Afrikaanse onderwerpen, ik behandelde meer arabische onderwerpen. Ik maakte daar bijvoorbeeld Pax Islamica, een voorstellingenreeks over de islam. Ik zou zo’n functie niet nog een keer aannemen.
‘Ik ben liever acteur, ik gooi graag alles in de strijd om het publiek mee te nemen in mijn emoties, zoals ik mijn oom in de moskee zag doen. In een monoloog speelde ik eens een man die heel slecht was voor zijn vrouw. Er kwam een verkrachtingsscène in voor, maar ik stond natuurlijk alleen op het podium. Toen ik besefte dat ik in mijn spel eigenlijk het publiek moest gaan verkrachten, huilde ik. Ik vond dat die angst betekende dat ik het moest doen, en het leverde me een nominatie op voor een Louis d’Or. In dat stuk kwam ik het dichtst bij wat toneelspelen is: het zijn van je allerdiepste, kwetsbaarste zelf.’
‘Ik word natuurlijk liever gecast op basis van mijn talent, maar ik ben er niet vies van om me voor arabische rollen te lenen. In de tijd dat ik begon met acteren in Nederland waren de rollen voor Arabieren heel schaars, dus ik heb van alles gespeeld. Ik maak me ook niet druk om stigmatisering. Als het een interessante rol is doe ik het, ook al is het een drugsdealer of een terrorist. Het gaat me erom dat die drugsdealer een hoofdrol heeft, dat het karakter inhoud heeft en het publiek erachter komt waaróm hij een drugsdealer is. Als het clichématig en inhoudsloos is, gelooft niemand het. Ik hoor andere mensen zeggen dat ze blij zijn dat ze eindelijk een Hanneke spelen in plaats van een Fatima, maar het gaat niet om Hanneke. Het gaat om de hoofdrol: Fatima moet de hoofdrol hebben. Ik wil alle soorten rollen zien, het liefst taboedoorbrekend.’
‘Ik heb drie kinderen in de filmindustrie, ik zou liegen als ik niet voor hun carrière zou kiezen. Mijn jongste zoon Shahine won een Gouden Kalf voor zijn debuut in De belofte van Pisa, wie zou dat niet willen? Maar zonder mij en andere acteurs van kleur van mijn generatie waren mijn kinderen niet zo ver gekomen. Natuurlijk heeft het ook te maken met talent, maar je moet wel de kansen krijgen om dat talent te laten zien. Ik ben trots dat ik degene ben geweest die de deur voor hun generatie met een koevoet heeft opengebroken, ik had dat rebelse niet willen missen. Aan talent heb je niet genoeg, je hebt ook spierballen nodig.
‘Ik werk ook af en toe samen met mijn kinderen. In de film Crypto Boy werd ik geregisseerd door mijn oudste zoon Shady en speelde ik samen met Shahine. Op de set heb ik af en toe stiekem zitten kijken naar hoe Shady regisseerde: niet met de harde hand mensen dwingen, maar acteurs verleiden om het op een bepaalde manier te doen. Ik genoot ervan om te zien hoe goed hij dat deed.’
‘Hoe langer ik hierover nadenk, hoe meer ik twijfel. Ik ben enorm uitgesproken in hoe ik me kleed en in welke standpunten ik inneem, maar ik kan ook heel erg ingetogen en tevreden zijn. Ik denk dat ik eigenlijk ingetogen ben en ik mezelf heb aangeleerd om uitgesproken te zijn. Als kind speelde ik niet omdat ik mijn kleren schoon wilde houden, ik vocht ook nooit. Ik keek de kat uit de boom en liep met een grote bocht om de drukke jongens heen. Ik ging vaak aan de oever van de Nijl zitten om lang voor me uit te staren. Toen ik naar Nederland kwam zag ik dat ik er niet zou komen als ik ingetogen zou blijven. Me uitgesproken gedragen was een soort verdedigingsmechanisme, de beste verdediging is de aanval. In Egypte begon ik al Westerse kleding te dragen en te twijfelen aan het bestaan van God. Hier in Nederland kon ik dat soort dingen zonder terughoudendheid doen.
‘De laatste tijd houd ik me meer in over politieke kwesties. Met mijn Nederlandse schoonfamilies heb ik altijd over twee onderwerpen veel ruzie gemaakt: Zwarte Piet en Israël-Palestina. De oorlog in Gaza is verschrikkelijk, maar misschien is hij nodig om de wereld een keer wakker te schudden over het lot van de Palestijnen. Volgens mij is het te laat voor een tweestatenoplossing en moeten we eruit komen met één land met twee bevolkingen die gelijkwaardig behandeld worden.
‘Over Zwarte Piet zijn de meeste mensen het inmiddels eindelijk met me eens, nu Israël-Palestina nog.’
Rocco & Sjuul, met Sabri Saad El Hamus en Beppie Melissen, draait in de bioscopen.
1957 Geboren in Caïro
1978 Emigratie naar Nederland
1983 - heden Verschillende rollen in het theater
1993-1995 Rol in televisieserie Pleidooi
2005 Het schnitzelparadijs
2007 Nominatie theaterprijs Louis d’Or voor hoofdrol in Mohammed en Omnya
2007-2017 Artistiek leider theatergroep De Nieuw Amsterdam
2006-2009 Theaterreeks Pax Islamica
2019 - heden Televisieserie Oogappels
2023 Crypto Boy
2023 Rocco & Sjuul
Sabri Saad El Hamus woont in Amsterdam en heeft vier kinderen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden