De provincie legde Chemours afgelopen augustus een zogenaamde last onder dwangsom op. In het afvalwater was trifluorazijnzuur (TFA) gevonden, een pfas-verbinding die door het RIVM onder de potentieel zeer zorgwekkende stoffen wordt geschaard. Chemours heeft hier geen vergunning voor.
De dwangsom betekent dat Chemours iedere keer dat de stof weer wordt aangetroffen een boete van 125.000 euro moet betalen. Het bedrag kan oplopen tot een maximum van 1,25 miljoen euro. Chemours heeft bezwaar gemaakt tegen de dreigende dwangsom.
Het bedrijf ligt al een tijd onder vuur, omdat het in het verleden grote hoeveelheden schadelijke stoffen uitstootte terwijl de bedrijfsleiding wist dat ze schadelijk waren voor mens en natuur.
Ook het Waterschap Hollandse Delta heeft aangifte gedaan tegen Chemours, omdat het TFA aantrof in het water. Volgens het waterschap is de stof afkomstig van het Dordtse bedrijf.
Het waterschap kan de stof niet uit het water halen in de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Dordrecht. Daardoor belandt die in de naastgelegen rivier. "We worden eigenlijk als doorgeefluik gebruikt voor het lozen van pfas op het oppervlaktewater", zegt een woordvoerder, die dit onaanvaardbaar vindt.
Chemours ontkent dat het TFA heeft geloosd en beweert dat het bij meerdere eigen metingen ook niet is aangetroffen.
Het chemiebedrijf en de provincie troffen elkaar de afgelopen jaren vaker in de rechtbank. Zo werd in 2018 ook een stof waarvoor de fabriek geen vergunning had in het afvalwater aangetroffen. Chemours kreeg daarvoor een dwangsom opgelegd, die door de rechter later naar beneden werd bijgesteld. Hij schrapte de dwangsom dus niet.
In opdracht van Provinciale Staten laat Zuid-Holland extern juridisch onderzoek doen naar de mogelijkheden om de fabriek (gedeeltelijk) stil te leggen of de vergunning in te trekken. Het college verwacht dat dit onderzoek begin volgend jaar van start gaat.
Het provinciebestuur denkt zelf dat het intrekken van de vergunning juridisch vrijwel onmogelijk is, maar heeft toch opdracht gegeven voor het onderzoek.
Source: Nu.nl economisch