Home

Hoe komt Nederland na Black Friday van zijn wegwerpverslaving af?

Pak je kans: waanzinnige kortingen! Dat schreeuwen winkels en webshops de consument deze week van alle kanten toe. Bij Amazon kosten smartwatches bijna de helft – misschien maar eens uitproberen dan. Nieuwe sneakers nodig? Nee? Toch maar even kijken op de site van Nike, want alles is daar een kwart goedkoper. Een keukenmixer van 650 voor 400 euro? Sla toe bij Coolblue.

Kortingswalhalla Black Friday is een zegen voor de consument. Of toch niet? ‘Black Friday is vooral een zwarte dag voor de duurzame economie’, zegt André van der Zande, die als lid van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) Nederlands duurzaamheidsbeleid onderzoekt. Hij spreekt van ‘de hoogmis van de verspillingseconomie’. Precies de verspilling die een circulaire samenleving in de weg staat, waar hij een vrijdag gepresenteerd advies aan het kabinet over schreef.

In de ideale circulaire samenleving zijn spullen juist gebouwd om lang mee te gaan. Gaat pakweg je koffiezetapparaat toch kapot, dan stuur je het naar een reparateur, in plaats van het weg te gooien. Is het apparaat echt niet meer te redden, dan gaat het naar een inleverpunt, waarna het uit elkaar wordt gehaald en de grondstoffen weer in een nieuw koffiezetapparaat belanden. Zo hoeven er nauwelijks nieuwe grondstoffen uit de aarde te komen. Goed voor milieu, klimaat en de onafhankelijkheid van de EU.

Minder dan dertig jaar, dan moet het zo ver zijn, volgens de plannen van het demissionair kabinet: in 2050 wil Nederland een volledig circulaire economie hebben. Intussen kopen Nederlanders nog elk jaar meer spullen. Dat doet de milieuwinst die is geboekt met zuinigere apparaten en duurzamere productieprocessen grotendeels teniet, blijkt uit cijfers van de Nederlandse overheid.

Vooruitstrevende bedrijven die het wél circulair willen aanpakken, zijn krabbelaars in de marge. Intussen hangen de Primark en Zara vol goedkope fast fashion die consumenten even makkelijk kopen als afdanken, schetst de Rli.

Hoe komen we er dan wél? De raad zet uiteen wat Nederland de komende jaren al kan doen om af kan komen van zijn hardnekkige wegwerpverslaving. Drie adviezen op een rij.

Over de auteur
Niels Waarlo is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over duurzaamheid en de circulaire economie.

Vroeger was het doodgewoon, zegt Van der Zande: zat er een gat in je schoenzool, dan ging je naar de schoenmaker. Dat loonde, want een paar nieuwe schoenen kopen was een stuk duurder. ‘Zulke reparateurs zijn er nog, gelukkig, maar laten we zorgen dat ze niet verdwijnen. Het verschil in nieuwprijs of reparatie is te klein geworden’, zegt hij.

En dus moet Nederland de btw op reparatie afschaffen, adviseert de Rli. ‘Dat kun je morgen invoeren, de Belastingdienst raakt er niet overbelast mee, dat hebben we gedriedubbelcheckt’, zegt Van der Zande.

‘Ik vind het opmerkelijk dat de btw op noodzakelijke diensten laag is, waaronder die van de fietsenmaker, maar die op de reparatie van een mobieltje niet’, reageert Ruth Mugge, hoogleraar duurzaam ontwerp bij TU Delft. ‘Terwijl een smartphone tegenwoordig behoorlijk essentieel is.’ Dus ja, vindt ook zij, spullen oplappen moet goedkoper. Toch zal dit volgens haar niet genoeg zijn: reparaties moeten óók veel gemakkelijker en sneller worden.

Deze week stemde het Europees Parlement met grote meerderheid voor een wet die het ‘recht op reparatie’ moet regelen. Het wetsvoorstel, waar de lidstaten zich nog over moeten buigen, verplicht fabrikanten om reparaties aan te bieden en onderdelen beschikbaar te stellen aan onafhankelijke reparateurs. Een website of app moet het een eitje maken om een geschikte reparateur in de buurt te vinden.

Eén probleem: het tekort aan handen. De Rli pleit ervoor om ingewikkelder reparaties te laten uitvoeren in een beperkt aantal specialistische reparatiecentra. Is dat niet onpraktisch? Van der Zande: ‘Als we in staat zijn spullen binnen 24 uur bij de voordeur te brengen, moeten we ze ook binnen 24 uur bij zo’n centrum kunnen afleveren.’

Mugge vindt dat de EU te veel aan professionele reparateurs denkt en te weinig aan wat consumenten zelf kunnen. Als de accu van pakweg een elektrische tandenborstel kapot is – nu vaak reden om een nieuwe te kopen – moet het volgens haar te regelen zijn dat de consument er zelf een andere accu in kan klikken.

Wat kan helpen om mensen aan te zetten tot repareren, ontdekte ze in haar eigen onderzoek, is defecte apparaten zélf aan laten geven wat er precies stuk is. Denk aan een dashboard dat toont welk onderdeel problemen heeft, zoals auto’s al doen als de dynamo kapot is of de motor oververhit. ‘Dat maakt mensen bereidwilliger uit te zoeken wat er precies mis is, in plaats van het hele apparaat maar af te schrijven.’

Koop een wasmachine en je ziet dankzij het verplichte energielabel in één oogopslag of het apparaat zuinig met stroom omspringt of niet. Iets dergelijks moet er ook komen voor hoelang een apparaat meegaat én voor de mogelijkheid om het fatsoenlijk te repareren, vindt de Rli.

Ruth Mugge denkt er ook zo over. ‘Bij het energielabel zag je dat bedrijven hoog willen scoren, dat spoorde ze aan om te innoveren’, zegt ze. ‘Een levensduurlabel zou eenzelfde gevolg kunnen hebben.’ Bovendien hebben consumenten dringend informatie nodig, zegt ze. ‘Uit interviews die we hebben gehouden, blijkt dat mensen vaak denken dat veel producten niet eens te repareren zijn.’

Er zijn meer manieren om de consument te helpen. De Rli somt ze op: reclames op niet-duurzame producten in de publieke ruimte verbieden, stuntaanbiedingen (zoals op Black Friday) aan banden leggen en burgers in overheidscampagnes vertellen welke duurzame keuzes ze eenvoudig kunnen maken.

Aan de TU Delft kijkt men ook naar creatievere ideeën. Zo bedacht een student van Mugge een lamp waarin ouders bijvoorbeeld elk jaar de lengte van hun groeiende kinderen kunnen krassen, waarna het licht door een kras schijnt. ‘Op zo’n manier maak je producten persoonlijker, dat maakt dat mensen ze niet zo snel zullen vervangen.’

Hoe dan ook zal ander consumeergedrag wennen worden, beseft Van der Zande. ‘Ik denk dat het wel een generatie kan duren voordat we van onze koopverslaving afkomen.’

Alle goede voornemens over circulariteit ten spijt, de Nederlandse economie draait juist om zoveel mogelijk spullen zo goedkoop mogelijk verkopen, analyseert de Rli. Het systeem is zo fundamenteel niet-circulair dat bedrijven en consumenten het waarschijnlijk niet zelf zullen doorbreken. Bedrijven als Fairphone, dat mobieltjes maakt met uitschroefbare modules zodat een kapotte of verouderde camera te vervangen is voor een nieuwe, stemmen zowel hoopvol als pessimistisch. Ze tonen dat er alternatieven zijn, maar boren slechts een nichemarkt aan.

En dus wil de raad dat de overheid naar een breekijzer grijpt, in de vorm van dwang en prijsstimuli. Brussel werkt er al aan: de Ecodesign-wetgeving, onderdeel van de Europese Green Deal, moet fabrikanten regels opleggen voor duurzame en circulaire productie.

Zitten onderdelen in telefoons of koptelefoons nu vaak zo strak aan elkaar gelijmd dat het bijna geen doen is ze uit elkaar te halen, straks moeten apparaten zijn ontworpen met de mogelijkheden tot recyclen al in het achterhoofd. Zo wil de EU vastleggen dat apparaten langer meegaan, deels uit gerecycled materiaal bestaan en gemakkelijk te repareren zijn.

Alleen kan het nog wel tot 2030 duren voordat dergelijke ontwerpeisen van kracht worden, verwacht de Rli. Bovendien is het nog de vraag hoe streng ze zullen zijn. ‘De grootste valkuil is dat er binnen de EU voor elke productcategorie een enorme strijd losbarst over de eisen’, zegt Van der Zande. ‘Het tempo baart ons zorgen.’

Nederland moet in Europa aandringen op ambitieuze eisen, vindt hij, en in de tussentijd zelf extra belasting heffen op producten die aantoonbaar vervuilend zijn gemaakt. Op de langere termijn pleit Rli zelfs voor een belastingherziening, met lagere belasting op arbeid en hogere heffingen op gebruik van vervuilende grondstoffen. Dit moet duurzaam produceren financieel aantrekkelijker maken. ‘Voor zo’n belastingherziening zijn zeker twee of drie kabinetten nodig’, denkt Van der Zande. ‘Maar dan moeten ze wel beginnen.’

Levert dit alles geen onbetaalbare spullen op voor consumenten die weinig te besteden hebben? Van der Zande denkt van niet, zeker als de belasting op arbeid omlaaggaat en producten langer meegaan. ‘De echte prijs zal zijn dat we niet tien keer per jaar een nieuw kostuum kopen vanwege micromodes. En het idee dat een wasmachine weer twintig jaar meegaat, lijkt me het leven niet onaangenamer maken.’

Wat doen bedrijven?

Ikea wil vanaf 2030 uitsluitend producten produceren met hernieuwbare of gerecyclede onderdelen. De meubelgigant zegt waarde te hechten aan hergebruik en reparatie. ‘We kopen dagelijks meubels terug van consumenten met onze meubelinruilservice. Ook bieden we losse onderdelen (schroeven, planken, poten) aan om onze klant in staat te stellen een meubel te repareren in plaats van te vervangen.’ Dat Ikea goedkope producten aanbiedt, waardoor mensen minder waarde aan de producten toekennen, is een ‘uitdaging’, erkent het bedrijf.

Action
Action zegt producten te willen aanbieden met een goede prijs-kwaliteitverhouding, betaalbaar voor iedereen. Het aanpassen van regelgeving of extra belasten van milieuvervuiling zou volgens de Action alleen werken als dezelfde regels gelden voor alle bedrijven. Action zegt afspraken te hebben gemaakt met toeleveranciers. ‘We hebben ook steeds meer inzicht in de vele schakels in die ketens.’ Action verkoopt inmiddels één product dat volledig is gemaakt van kunststof uit eigen, hergebruikt afval.

Primark
Volgens Primark, dat veel goedkope kleding verkoopt, wordt 55 procent van de producten van gerecyclede of duurzame materialen gemaakt. Dit jaar heeft Primark ook een Circulair Product Standard (CPS) geïntroduceerd. Die moet productteams van Primark en leveranciers helpen kleding te maken die zo lang mogelijk meegaat en goed te recyclen is. In alle winkels bestaat de mogelijkheid om kleding te doneren die bedoeld is voor recycling. De lage prijzen zijn volgens het bedrijf mogelijk door vroeg en ruim in te kopen.

Ole Stegeman

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next