Wie door het Modemuseum Antwerpen loopt, zou best eens kunnen vergeten hoe er anno 2023 met kleding wordt omgegaan. Microtrends als ‘blokecore’ en ‘old money aesthetic’ lijken er niet te bestaan, evenmin als de vrachtladingen jumpsuits, jurken en overhemden die ervoor uit lagelonenlanden worden geïmporteerd. Het is op de tentoonstelling Echo: Gehuld in herinnering ineens heel moeilijk voor te stellen dat er in Kenia, Ghana en Chili gigantische vuilstorten vol afgedankte kleding bestaan, en dat voelt verrassend prettig.
De kleren, schoenen en accessoires die het Momu laat zien, zijn geen identiteitsloze gebruiksvoorwerpen die je achteloos weggooit als ze kapotgaan of uit de mode raken. Dat geldt zelfs voor een poetslap of een luier met geborduurde initialen. Ze zijn door de dragers gekoesterd, gerepareerd en getransformeerd, en doordrongen van levensverhalen en geschiedenis.
Over de auteur
Lisa Bouyeure studeerde mode aan ArtEZ en schrijft voor de Volkskrant over mode en internetcultuur.
Echo is samengesteld door curator Elisa De Wyngaert en opgebouwd rondom het werk van drie vrouwen: de Frans-Amerikaanse beeldend kunstenaar Louise Bourgeois (1911-2010), de Ierse modeontwerper Simone Rocha (1986) en de Vlaamse choreograaf en danser Anne Teresa De Keersmaeker (1960). Hun kunstvormen verschillen, maar de gemene deler in hun werk is het vermogen van kleding om verhalen te vertellen.
Bourgeois gooide nooit kleren weg, ook niet als ze kapot of vies waren, en maakte er later installaties, sculpturen en collages van. Modeontwerper Rocha – groot bewonderaar van Bourgeois, het werk van de kunstenaar diende voor haar meermaals als inspiratie – nam de geboorte van haar kind als aanleiding voor een collectie, en later de Ierse feestdag Wren Day uit haar jeugd. De Keersmaeker had zich voor haar eerste solo laten inspireren door de muziek van Steve Reich maar ook door de draaibewegingen van een bepaalde jurk, die inmiddels zo vaak is gerepareerd dat de steekjes onderdeel zijn geworden van het bloemenpatroon.
De tentoonstelling begint bij de wieg en eindigt bij de dood. Zwangerschapskorsetten, voedingsbeha’s en doopjurkjes maken plaats voor rouwkleding en memento mori-sieraden, zoals een broche met een plukje haar van een overleden dierbare. Ertussen de kindertijd, het moederschap, de aftakeling.
Alledaagse kledingstukken worden afgewisseld met beeldende kunst en alles wat zich daartussen bevindt. Zoals het maatschappijkritische wandtapijt Mother and Child (2015) van de Malawische kunstenaar Billie Zangewa, gemaakt van gekleurde lapjes zijde. Een peuter zit op de bekende witte kinderstoel van Ikea, ernaast staat een moeder klaar om haar ondergewaardeerde huiselijke werk te doen.
De aftakeling wordt treffend verbeeld in de installatie Vanitas (2019) van modeontwerper Martin Margiela, met vijf hoofden die steeds grijzer en dunner haar krijgen. ‘Hij is ze zelf komen coifferen’, zegt conservator De Wyngaert lachend, ‘het mocht niet te netjes zitten.’
Ook de installatie Blue Days (1996) van Bourgeois, waarmee de tentoonstelling eindigt, werd bezorgd met nadrukkelijke instructies: niet strijken of stomen, de kreukels in de kledingstukken zijn sporen van leven. Toen Bourgeois de inhoud van haar kast naar haar atelier in Brooklyn had laten brengen om er kunst mee te gaan maken, schreef ze op een vel papier: ‘De schok kwam toen de vrachtwagen verscheen en een twintig jaar lang bewaarde garderobe uit mijn zicht verdween – de streng werd doorgesneden en ik voelde me duizelig – de geschiedenis van de garderobe begon.’
Een speciale vermelding verdient Nana, de kaalgeknuffelde teddybeer van modeontwerper Jean Paul Gaultier. Eigenlijk had de kleine Jean Paul een pop gevraagd, maar dat vonden zijn ouders niet passend voor een jongen. Dus gebruikte hij Nana ook voor popachtige doeleinden: haar zachte berenlippen werden rood gestift en ze kreeg kleine, zelfgemaakte outfitjes aangemeten, zoals het prototype van de beroemde punt-bh die Gaultier veel later voor Madonna zou maken.
De getoonde objecten uit de eigen collectie van het Momu mochten voor de verandering ook gebruikssporen hebben. Normaal moeten ze van museumkwaliteit zijn, dus zonder imperfecties, beschadigingen, kreukels en verkleuringen, maar de gebreken hebben dit keer de hoofdrol. Dat zie je bijvoorbeeld terug in een simpele katoenen ruitjesjurk uit de Tweede Wereldoorlog die talloze keren is gerepareerd en zo herinnert aan de tijd dat textiel op de bon was. Of in een half vergaan lijfje van rode zijde uit de 19de eeuw.
Het nadeel van Echo’s insteek is dat niet alles even interessant is om te zien. Het werk van Rocha is prachtig, met de kristallen, linten, borduursels en weelderige silhouetten, maar De Keersmaekers geliefde zwierjurk is op het eerste gezicht gewoon een vod, tot je haar erin ziet dansen. De gekoesterde kledingstukken van Bourgeois zou je op een rommelmarkt straal voorbijlopen. Om de schoonheid ervan te zien, moet je de verhalen erachter kennen.
Maar daar doet het Momu gelukkig alles aan. En dan is er ineens weinig poëtischer dan de onderbroek van een dementerende oude dame, gemaakt van verschillende stukjes stof die ze met de hand aan elkaar stikte. De gebruikte flanelsteek moet ze decennia geleden tijdens een handwerkles hebben geleerd.
Echo: Gehuld in herinnering, Modemuseum Antwerpen, t/m 25/2.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden