Home

Uit het geheime logboek van Peter R. de Vries: ‘Daar zijn ze bang voor: een journalist die van binnenuit alles ziet’

Het is 27 maart 2020 als Peter R. de Vries wordt gebeld. ‘Met Giovanni van justitie. Klopt het dat u een afspraak heeft met een nieuwe cliënt?’ Ja, antwoordt de misdaadverslaggever. ‘Ik ben belast met het verplaatsen van de cliënt en het oppikken van u’, zegt Giovanni, ‘zodat u de cliënt in een beveiligde setting kunt ontmoeten.’ Met ‘de cliënt’ bedoelt hij Nabil B., die als kroongetuige in het Marengo-proces een deal heeft gesloten met het OM en belastende verklaringen heeft afgelegd over hoofdverdachte Ridouan T.. Sindsdien wordt B. streng beveiligd.

Het is de bedoeling dat De Vries zich ’s ochtends door een bekende ergens laat afzetten, zegt Giovanni, en daar door justitiemedewerkers wordt opgepikt. ‘Ik reageer meteen een beetje korzelig’, schrijft de journalist later die dag in zijn logboek. Daarin houdt hij nauwkeurig bij wat hij meemaakt sinds hij is benaderd door de familie van Nabil B., die hem om hulp heeft gevraagd. ‘‘Nou, van mij hoeft die poppenkast niet’, zeg ik beslist. ‘Pik mij maar gewoon thuis op en zet me daar ook weer af, dat is echt prima!’’

Over de auteur
Menno van Dongen is verslaggever van de Volkskrant op het terrein van criminaliteit, politie en justitie

Deze citaten komen uit het 574 pagina’s dikke boek Ik beloof je dat ik honderd word, dat vrijdag 24 november uitkomt. Kern daarvan is het logboek dat de misdaadverslaggever in het geheim bijhield over zijn belevenissen als vertrouwenspersoon van Nabil B., kroongetuige in het omvangrijke, geruchtmakende liquidatieproces Marengo. De Vries schreef er bijna elke dag in, anderhalf jaar lang, totdat hij in juli 2021 werd neergeschoten.

Vier dagen na het gesprek met Giovanni draait De Vries zijn auto een afgelegen parkeerplek op in de buurt van Amsterdam, waar hij tien minuten later wordt opgepikt door twee mannen in een gepantserde Audi, met een kenteken dat hem eerder is doorgegeven.

Na een lange rit komen ze op de bestemming. In zijn logboek: ‘We gaan door een paar sluizen en komen op een cellencomplex dat verlaten lijkt. Er is echter wel bewaking: mannen met bivakmutsen op, zodat zij niet herkend kunnen worden. Ik word eerst gescand. Het valt mij op dat ze de zwaar metalen vulpen in de binnenzak van mijn jas niet opmerken, maar ik zeg maar niks.’

In een soort spreekruimte ontmoet hij Nabil B., een slanke dertiger met een baardje. Op het oog is het ‘geen jongen die je associeert met liquidaties’, vindt De Vries, die noteert dat B. beleefd vraagt of hij ‘je’ mag zeggen.

Het klikt, merkt de misdaadverslaggever, en B. wil graag dat hij hem gaat bijstaan. In welke formele rol De Vries dat gaat doen, zien ze later wel. Zolang hij maar zorgt dat B.’s familie beter wordt beschermd en beveiligd.

Het contact met B. is gelegd door een broer van hem, die in het boek Aziz heet (een fictieve naam). Als De Vries hem ontmoet, begin maart, heeft Aziz een kogelwerend vest aan. ‘Hij gedraagt zich alsof hij ieder moment doodgeschoten kan worden’, merkt De Vries op in zijn logboek. Die vrees is terecht, erkent hij. Eerder is een andere broer, Reduan B., vermoord, daarna volgde de moord op Derk Wiersum, de advocaat van Nabil.

Aziz vertelt De Vries dat hij geen hoge pet opheeft van de overheidsmedewerkers die zijn familie sinds 2017 moeten beschermen tegen de wraak van Ridouan T., die Nabil B. ziet als een verrader. Ze zijn ‘amateuristisch, onverschillig en roekeloos’, vindt Aziz. Hij heeft zijn hoop gevestigd op De Vries, omdat die op televisie heeft laten zien dat hij kritisch naar justitie kijkt.

De journalist heeft te doen met de familie B.. Het doet hem pijn dat het OM zo slecht met hen omgaat. Nabils familieleden hadden een goede baan, ze zijn nooit betrokken geweest bij criminaliteit. Toch worden ze niet als slachtoffers behandeld. Justitie moet dat anders aanpakken, vindt De Vries, het is in strijd met zijn rechtvaardigheidsgevoel. En hij wil criminelen laten zien dat het zinloos is om mensen als Wiersum en Reduan B. te vermoorden, omdat er altijd weer iemand anders opstaat.

Dat het logboek van Peter R. de Vries nu wordt gepubliceerd, is onder meer te danken aan zijn zoon, de 34-jarige mediarecht-advocaat Royce de Vries. In december 2021, vijf maanden na de dood van zijn vader, besluit ook hij te gaan schrijven, over bijzondere momenten uit hun gezinsleven. Aanvankelijk mikte hij op een naslagwerk voor intimi, gaandeweg ontstond het plan er een echt boek van te maken, met passages uit zijn vaders logboek en persoonlijke herinneringen.

‘Ik vond dat ik hem tekort zou doen als het alleen over zijn werk zou gaan’, zegt Royce de Vries in zijn advocatenkantoor. ‘Hij was ook mijn vader, de opa van mijn kinderen en mijn beste vriend, met wie ik altijd hand in hand naar mijn voetbalclub liep.’

Alleen Royce en zijn moeder wisten dat Peter R. de Vries alles op papier zette. Geen losse aantekeningen, maar gedetailleerde verslagen. Geschreven voor een breed publiek, zo lijkt het. De publicatie is tot het laatst geheim gehouden: ‘Ik wilde in rust aan het boek kunnen werken’, legt de advocaat uit, ‘zonder druk van buiten.’

Hij heeft het logboek wel laten lezen door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV), die in maart oordeelde dat de overheid ernstig tekortgeschoten is bij de beveiliging van zijn vader, Derk Wiersum en Reduan B. ‘Je ziet de verslagen van mijn vader bijna een op een terug in het OVV-rapport.’

Uit het logboek blijkt dat het contact tussen Peter R. de Vries en het OM vanaf het begin stroef verloopt. Advocaten zullen niet blij zijn met zijn rol, krijgt hij te horen. En officieren van justitie zullen zich afvragen of ze geen ‘paard van Troje’ binnenhalen. ‘Ik moet daar inwendig om lachen’, noteert de misdaadverslaggever. ‘Daar zijn ze bang voor: een journalist die van binnenuit alles ziet en niet te beroerd is om miskleunen in de media uit te venten.’

Hij wijst justitie erop dat hij geen onlogische keuze is als vertrouwenspersoon. De Vries heeft in het verleden namelijk vaker mensen bijgestaan in strafzaken, zoals de zussen Holleeder en nabestaanden van vermoorde kinderen. Op persoonlijke titel, in samenwerking met politie en justitie.

In deze zaak komt weinig van samenwerking terecht. De Vries en Peter Schouten, die hij erbij vraagt als advocaat van Nabil B., ruziën over van alles met het OM. Het uurtarief van de raadsman, bijvoorbeeld. Schouten vraagt 300 euro per uur, justitie weigert verder te gaan dan 250 euro. ‘We betalen geen gevarengeld’, zegt een medewerker, maar een vast tarief.

Typerend, zo noemt De Vries het: ‘Er speelt een gigaprobleem in de grootste strafzaak, er is een advocaat doodgeschoten, er is bijna niemand te vinden die zijn rol wil overnemen en als zich dan iemand aandient, wordt meteen geprobeerd te beknibbelen op kosten.’

Ook Royce de Vries vindt het veelzeggend: ‘Nadat Derk Wiersum was neergeschoten, hoorde ik ministers dingen zeggen als: de rechtsstaat moet koste wat kost verdedigd worden. Nou, 50 euro per uur extra was onbespreekbaar. Terwijl 300 euro een gangbaar advocatentarief is; op de Zuidas betaal je zo de helft meer.’

Ook de persoonsbeveiliging is een punt van discussie. Die heeft Peter R. de Vries nodig, vindt het OM. Maar daarvoor komt hij alleen in aanmerking als hij ruim van tevoren zijn agenda deelt. Dat is volgens De Vries niet te combineren met zijn werk en privéleven. Hij woont bijvoorbeeld niet samen met zijn vriendin en wil spontaan met haar kunnen afspreken.

Spontane verzoeken zijn alleen bij wijze van uitzondering mogelijk, stelt het OM, mits er politiemensen beschikbaar zijn. Dat ziet De Vries niet zitten: ‘Ik leg voor dat ik liever een ander model zie: op aanvraag.’ Als hij bijvoorbeeld laat thuiskomt na een talkshow op tv, is het misschien handig als er een beveiliger staat bij de slagboom en de garage van zijn appartementencomplex, schrijft hij.

Het OM gaat akkoord met ‘beveiliging op maat’, maar volgens Royce de Vries komt daar ‘helemaal niks’ van terecht. ‘Terwijl mijn vader wel openstond voor bepaalde maatregelen, zoals camera’s bij zijn huis. Ik denk dat het niet van de grond kwam doordat hij zo’n slechte verhouding had met het OM. De mensen op wie hij kritiek uitte over de omgang met de familie B., moest hij ook vragen of ze hem alsjeblieft wilden beschermen. Omdat dat arrondissement ook zorg droeg voor zijn eigen veiligheid. Hij zat in een rare positie.’

Peter R. de Vries was zeker niet naïef, maar hij komt in het boek soms laconiek over. Bijvoorbeeld op 30 september 2020. Die dag gaat hij met Schouten en Onno de Jong, de tweede advocaat van Nabil B., naar de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in Den Haag. Aanleiding voor het gesprek is het bericht dat ze op een dodenlijst zouden staan.

Schouten en De Jong, die volledige persoonsbeveiliging hebben, worden in gepantserde auto’s naar Den Haag gebracht, De Vries niet. Als Schouten vraagt of de misdaadverslaggever zijn auto in de parkeergarage van de NCTV mag zetten, is het antwoord negatief. Hij moet elders parkeren en zelf naar het gebouw lopen. ‘Ik vind het wel grappig’, is het droge commentaar van de journalist.

De Vries windt zich geregeld op als de overheid in zijn ogen regels prioriteit geeft boven maatwerk, zeker als het gaat om de familie B. Maar als het over hemzelf gaat, haalt hij regelmatig zijn schouders op of beperkt hij zich tot een cynische opmerking.

In zijn privéleven maakt het onderwerp veiligheid wel veel los. ‘Ik maak me toch wel erg veel zorgen over wat je gaat doen, pap’, zegt Royce de Vries volgens zijn eigen aantekeningen in juni 2020. ‘Wat je nu gaat doen, voelt voor mij anders dan wat je eerder hebt gedaan.’ Zijn vader knikt: ‘Ik snap je zorgen, maar voor mij is het wel een groot verschil dat een aantal kopstukken vastzit. Ridouan T. zit zelfs in de EBI. Daar vanuit kan hij weinig regelen en doen. Dat was bij Derk Wiersum niet zo, toen liepen ze nog vrij rond.’

Amanda, de vrouw van Royce, zegt even later tegen haar schoonvader dat ze zich zorgen maakt en niet begrijpt waarom hij Nabil B. bijstaat. Ze is zwanger en gunt haar kind een opa die leuke dingen met hem gaat doen. ‘De woorden van Amanda komen duidelijk aan’, schrijft Royce. ‘Met tranen in zijn ogen en een trilling in zijn stem probeert hij tot een antwoord te komen.’ Peter R. de Vries snapt ook haar bezorgdheid, maar hij wijst naar de tatoeage op zijn been. ‘On bended knee is no way to be free. Je buigt niet voor de vijand, ook al wordt het gevaarlijk of moet je tegen de stroom ingaan. Dan kan ik die tattoo er wel af gaan krassen.’

Het boek maakt duidelijk dat het besluit om Nabil B. te helpen niet alleen stuit op weerstand van het OM, maar ook van advocaten en journalisten. Voor en achter de schermen voert de misdaadverslaggever er stevige discussies over. ‘Veel mensen vragen mij of ik niet bang ben voor Ridouan T.’, schrijft hij. ‘Weet je wat mijn antwoord dan is? Dat ik niet zozeer bang ben voor T., maar vooral beducht ben voor andere advocaten en ‘collega’-journalisten.’

Nu, tweeënhalf jaar na de dood van Peter R. de Vries, zegt Royce dat hij het zijn vader ‘heel af en toe’ kwalijk neemt dat die het risico heeft genomen om de kroongetuige bij te staan. ‘Dan denk ik: als je had geweten wat voor verdriet wij hebben gehad, had je het dan ook gedaan? Ik heb niet meer zulke huilbuien als twee jaar geleden, maar denk nog elke tien minuten aan hem. Aan de andere kant: ik kende hem heel goed, en ik weet hoe belangrijk hij het vond om dit te doen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next