Vroeg op donderdagochtend stapte ik mijn huis uit om de hond uit te laten. De lucht was weer prachtig oranjeroze, net als de ochtend ervoor.
De eerste persoon die ik op straat tegenkwam, was een jonge vrouw. We keken elkaar aan en ik wilde zeggen: ‘Ik heb niet op Wilders gestemd.’ Dat was raar, dus dat deed ik niet. Ik probeerde het via mijn blik over te brengen. We kruisten elkaar en ik liep verder. Ik concludeerde dat mijn kleding – ribfluwelen broek, gevoerde Birkenstock Bostons – misschien genoeg had gecorrespondeerd.
Ik wil een button, een sjaal of een grote hoed waarop staat dat ik niet op Wilders heb gestemd. Maar daarmee zijn we er natuurlijk niet. Want twee miljoen andere mensen hebben dat wel gedaan, en die willen een grote hoed waarop juist dat staat, want die zijn blij, en trots.
‘Houzee!’, reageerde een van Wilders’ volgers op zijn overwinningstweet, het filmpje waarin hij in zijn kantoor, onder het systeemplafond, alle luiken dicht, drie Nederlandse vlaggen, grijs tapijt, een hoop mappen en een palm in een bloempot in de kleine ruimte, zijn handen van geluk voor zijn gezicht sloeg.
Een andere volger zette onder de tweet, in het Engels, dat ‘de deportaties’ nu mochten beginnen. Weer een ander schreef, ook in het Engels, dat ‘het schoonmaakproces zo snel mogelijk van start moest gaan’.
Hoe noemt Wilders dat zelf ook alweer? ‘Een agenda van hoop.’
Ik zal nooit vergeten hoe ik hoorde dat Donald Trump had gewonnen – ik ging in die verkiezingsnacht om 5 uur ’s nachts naar de wc, kwam mijn nog wakkere stiefzoon tegen op de gang, en die vertelde het me – en ik zal ook nooit vergeten hoe de enorme winst van de PVV werd aangekondigd.
Het moment is misschien ondergesneeuwd geraakt in, nou ja, de rest van de uitzending: 1. de conclusie dat de meerderheid van Nederland extreem-rechts stemt en 2. veel reportages over de prangende kwestie of Vlieland of toch Schiermonnikoog het snelst stemmen kan tellen.
Dus ik wil nog even memoreren hoe Rob Trip, al voordat zijn collega Malou Petter op het grote scherm de eerste exitpoll ging laten zien, er plotsklaps uitflapte: ‘De PVV is de grootste geworden.’
Als in een bijzin, een plotse gedachte, een oprisping, een feitje dat hij net op een rondfladderende post-it voorbij had zien komen. Rob Trip was misschien van zijn à propos. Iedereen was van zijn à propos. Wilders zelf was van zijn à propos.
En miljoenen mensen in Nederland zijn meer dan van hun à propos; zij moeten zich, iedere keer als ze iemand passeren op straat, afvragen of diegene ze eruit wil zetten.
Source: Volkskrant