Home

Een zelfgemaakt, eetbaar cadeau is een soort liefdesverklaring

Vraagje: wat zijn de beste cadeaus? Als u nu zelfgemaakte cadeaus zegt, reken ik dat goed. Als u roept: cadeaus die je kunt opeten, zitten we ook helemaal op één lijn. Maar weet u wat de allerbeste cadeaus zijn? Zelfgemaakte cadeaus die je kunt opeten (of drinken).

Toen ik onlangs een boekfeestje gaf, brachten verschillende vrienden en collega’s zulke cadeaus mee. Van banketbakker Cees Holtkamp kreeg ik een fles advocaat. „Ik doe er tegenwoordig Amsterdamse jenever in”, fluisterde hij me in het oor. De advocaat was zo lekker dat de fles binnen een week leeg was; elke avond na het diner kwamen mijn schattigste glaasjes en mijn speciaal voor zachtgekookte eieren én dit soort delicatessen gereserveerde benen lepeltjes op tafel. Het voelde als een heimelijk genoegen.

Van televisiekok, podcastmaker en kookboekauteur Jigal Krant kreeg ik een potje met za’atar die hij eigenhandig geplukt had in de buurt van Nazareth.

Van foodstyliste Ingmar Niezen kreeg ik twee chocoladerepen en een zakje cacaobonen in een coating van gekarameliseerde, lichtjes gezouten suiker. Zij runt samen met haar man Kinito een allercharmantst chocoladewinkeltje annex -fabriekje in Zaandijk.

Ik word daar dus heel blij van. Zelfgemaakte eetcadeautjes zeggen: ik waardeer je genoeg om mijn mouwen voor je op te stropen, in de keuken aan de slag te gaan met pannen en messen en raspen en daarna ook nog de afwas te doen, alleen maar om jou te laten genieten van het resultaat. Ze zeggen ook: dit is mijn smaak, en ik vind je zo leuk dat ik hoop dat jij die smaak met mij deelt, dus hier, proef, en laat me weten of ik terecht voel dat we een connectie hebben. Iemand een zelfgemaakt eetcadeautje geven is dus eigenlijk een soort liefdesverklaring. Of nu ja, laat ik niet te lyrisch worden, in elk geval is het een overduidelijke blijk van waardering.

In mijn keuken, ergens onder in een kast, staat een krat met allerlei inmaaksels die ik gretig uitdeel onder mensen van wie ik houd, maar die ik ook weleens meeneem naar afspraken met mensen die ik nog niet ken. Zelfgemaakte eetcadeaus kunnen namelijk ook een goede ijsbreker vormen. Uitgewisseld tussen vreemden zeggen ze: we kennen elkaar weliswaar nog niet, maar ik heb voldoende vertrouwen in het welslagen van deze ontmoeting dat ik alvast je smaak heb geprobeerd in te schatten en je graag een plezier wil doen met deze pot homemade piccalilly/groentepickles/barbecuesaus/bessenjam/pruimenchutney/kimchi, deze handgefröbelde bonbons of versgebakken gevulde speculaas.

Nu we het toch over zelfgemaakte eetcadeaus hebben én de hele maand koken uit kookboeken, komt het perfect uit dat onlangs een heerlijk inmaakboek is verschenen van Simone van Thull: de Inmaak- en fermenteerbijbel. Het is een boek waaruit ik, in alle ernst, elk van de pakweg tweehonderd recepten wel zou willen uitproberen. Maar ik begon met Thulls rozenharissa, een verrukkelijk geurig en pittig goedje en een perfect decembercadeautje voor, nu ja, wie u ook maar wilt laten merken dat u diegene op prijs stelt.

Voor ongeveer 500 g:

120 g pul biber (milde chilivlokken); 300-400 ml kokend water; 5 tenen knoflook; 15 g korianderzaad; 10 g karwijzaad; 2-3 el gedroogde rozenknoppen óf een scheutje rozenwater; 2 el ciderazijn; 20 g zoet paprikapoeder; snuf kaneel; olijfolie om over de pasta te gieten in de pot (alleen als u de harissa niet weckt)

Verder nodig: gesteriliseerde glazen pot met schroefdeksel, met een inhoud van 500-550 ml (of meerdere kleine potjes)

Doe de pul biber in een kom en overgiet de chilivlokken met kokend water, tot ongeveer 1 cm erboven. Dek direct af met plasticfolie en laat 30 minuten staan. De chilivlokken zullen het vocht volledig opnemen en wellen.

Maal ondertussen in een keukenmachine de knoflook, het korianderzaad, karwijzaad en de rozenknoppen (als u die gebruikt). Laat de machine draaien en voeg de ciderazijn, het paprikapoeder en de kaneel toe. Gebruikt u rozenwater in plaats van rozenblaadjes?

Voeg het dan nu toe. Voeg ook de geweekte pul biber toe. Draai kort tot u een mooie, niet te fijne pasta hebt. Voeg eventueel nog wat extra water toe. De consistentie moet vrij vast zijn, niet die van ketchup.

Verdeel de pasta over de pot(ten) en druk tijdens het vullen goed aan. Tik tussendoor met de pot(ten) op een handdoek of ovenwant op het aanrecht om de lucht er zoveel mogelijk uit te krijgen. Vul de pot helemaal tot aan de onderrand.

Veeg de randen schoon met keukenpapier. Schenk nu óf wat olijfolie over de harissa, zodat hij helemaal onder komt te staan – zo is de harissa van zuurstof afgesloten en kan hij niet gaan schimmelen – en draai vervolgens de deksel(s) erop. Of weck de pot(ten) om hem/ze langer te kunnen bewaren.

Laat de smaken minimaal een etmaal ontwikkelen. Niet-geweckte harissa is in de koelkast ongeveer 2 maanden houdbaar. Een pot geweckte harissa kunt u minimaal een jaar buiten de koeling bewaren, maar moet eenmaal geopend wel in de koelkast worden bewaard en binnen ongeveer 2 maanden op.

Wecken doet u zo:

Breng in een hoge pan met dikke bodem ruim water aan de kook. Zet onderin de pan een rekje of leg een theedoek op de bodem, zodat de pot(ten) niet direct de bodem raakt of raken. Controleer of u de deksel(s) goed heeft aangedraaid.

Pak elke gevulde pot op met een glastang – volgens Simone van Thull is dit een onmisbaar stuk gereedschap bij wecken, maar bij mij ging het ook prima met een gewone kooktang – en laat hem in het water zakken. De pot(ten) moet(en) rechtop staan en volledig onder water.

Wacht tot het water weer kookt, draai dan het vuur laag en weck de harissa 15 minuten. Pak de pot(ten) met de (glas-)tang weer uit de pan en plaats hem/ze op een theedoek. Laat zo volledig afkoelen.

Controleer of het deksel goed is strakgetrokken. Is dat het geval? Dan is het goed gegaan. Kunt u het deksel nog indrukken, dan is de pot niet voldoende vacuüm en moet de harissa alsnog in de koelkast worden bewaard.

Source: NRC

Previous

Next