Home

Nederlanders vieren Sinterklaas op hoog niveau, en juist daarom moeten we onze surprises en gedichten niet opgeven: een ode aan een oeroude traditie

Op een stormachtige herfstavond begin november zat ik in de auto bij een goede vriendin. We zouden samen naar de sauna gaan en terwijl we door een donker Utrechts landschap reden, beklaagde ik me over de werkweek die achter me lag. Ik had geworsteld met een lastig stuk en had vervolgens een deadline gemist. En nu kon ik mijn nek niet meer naar links of rechts draaien.

‘Gebruik je eigenlijk weleens ChatGPT?’, vroeg mijn vriendin.
‘Nou, nee, daar probeer ik als ik schrijf ver van weg te blijven’, zei ik.
‘Ik merk dat ChatGPT in mijn werk soms helpt’, vervolgde ze.|
‘Hoe kan zo’n chatbot je dan helpen?’ Mijn hartslag ging omhoog.
‘Nou, bijvoorbeeld om hoofdlijnen te ontwaren in aantekeningen, of een snelle samenvatting te krijgen van een ingewikkeld rapport. Het kan echt een handige tool zijn. En ChatGPT is ook ideaal voor sinterklaasgedichten.’

In iedereen schuilt een conservator, een behoeder voor verandering. En in die auto werd ik bevangen door mijn eigen behoudzucht. Ik doe het liefst beide vingers in mijn oren als mensen mij goedbedoelend enthousiasmeren voor kunstmatig-intelligente tekstgeneratoren, en ik wil al he-le-maal niet dat een chatbot mijn sinterklaasgedichten produceert. De zelfgeschreven sinterklaasrijm is heilig voor mij, dit ritueel behoeft geen enkele aanpassing aan de tijd.

Dat geldt ook voor de surprise van eigen hand. Ik heb verschillende onheilspellende krantenberichten gelezen over kant-en-klare surprises die je met een druk op de knop online kunt bestellen. Voor nog geen 20 euro maakt iemand anders jouw drol van papier-maché, of een kijkdoos met een dubbele bodem. Draai daarbij een door A.I. gegenereerd sinterklaasgedicht uit, en een uitzonderlijke traditie wordt de das omgedaan. Maar mijn vriendin zag dat anders: ‘Je bedenkt de inhoud van zo’n gedicht toch nog steeds zelf? Je krijgt alleen een beetje hulp, het is al zo druk met Sinterklaas.’

De pijn in mijn nek straalt nu uit naar mijn voorhoofd. Waarom moeten tradities eigenlijk worden aangepast aan de tijd, dacht ik tijdens de rituele opgieting in de kristalsauna. Kunnen sommige dingen niet gewoon hetzelfde blijven?

Natuurlijk ben ik niet aan alle elementen van de sinterklaasviering even gehecht. Ik begreep al vroeg dat de karikatuur Zwarte Piet moest worden omgeschminkt tot een minder pijnlijke, minder uitsluitende variant. De Amerikaanse schrijver David Sedaris had mij op dat spoor gebracht met zijn sardonische Zes tot acht zwarte mannen (2004), waarin hij zich verbaast over ons Nederlandse sinterklaasfeest. Waarom die dreiging met geweld, met de roe of de zak? Dat zou zijn Santa nooit doen. En hoe zit dat met die vreemde ‘knechten’, waarom weet niemand hem te vertellen hoeveel Sinterklaas er tot zijn beschikking heeft? ‘Het zijn er altijd zes tot acht, wat vreemd is aangezien ze honderden jaren de tijd hebben gehad om de neuzen te tellen.’ Sedaris vindt het tot slot ongeloofwaardig dat de Zwarte Pieten eerst slaven waren van Sinterklaas en, toen het politieke klimaat veranderde, opeens ‘goede vrienden’. ‘Volgens mij heeft de geschiedenis wel aangetoond dat er normaal gesproken nog iets tussen slavernij en vriendschap komt, een periode die niet wordt gekenmerkt door snoepgoed en rustige uurtjes bij het haardvuur, maar door bloedvergieten en wederzijdse vijandschap.’

Sedaris las zijn korte verhaal in 2012 voor tijdens een uitzending in College Tour, waar de gevierde schrijver te gast was. Het jaar daarvoor was het nationale Zwarte Pietendebat losgebarsten. Ineens drong het tot me door hoe kwetsend deze traditie was. De racistische figuur Zwarte Piet moest vertrekken.

Ik kon me sindsdien voorstellen dat de Sint de volgende was om te veranderen, of zelfs te verdwijnen. Een stokoude katholieke bisschop als ultieme kindervriend? Dat is met de kennis van nu gewoon problematisch. Toen mijn moeder zich een paar jaar geleden beklaagde over de ‘patriarchale, onderdrukkende figuur Sinterklaas’, kon ik meegaan in haar redenering. Misschien is Sinterklaas wel een vrouw.

Maar als mensen beginnen over de ‘tijdrovende’ en ‘onnodige’ traditie van surprises, dan trek ik de grens. Van die traditie moeten mensen afblijven. Ook in mijn familie proberen sommige mensen al jaren te tornen aan de traditie van surprises, met berichten in de familieappgroep als: ‘Zullen we dit jaar gewoon gedichten doen?’ of: ‘Wat denken jullie, alleen de kinderen een surprise?’

Het zijn altijd dezelfde smoezen die de surprisemijders opwerpen: volle agenda’s, gevoelens van uitputting, een gebrek aan inspiratie, slecht weer. Ik wil er niets over horen. Niet zeuren, gewoon leveren op pakjesavond. En zo ontpop ook ik me tot een sinterklaasvierder die niet wil luisteren naar de behoeften van anderen.

Ter verdediging: de surprise en het bijbehorende gedicht vormen daadwerkelijk een onschuldige traditie. Het is een unieke ervaring, die nauwelijks valt uit te leggen aan niet-Nederlanders. ‘De surprise is een uitzonderlijk specifiek ritueel,’ schreef historicus Herman Pleij in NRC. ‘Door een kunstig verborgen geschenk en een bijbehorend kreupelrijm worden de tekortkomingen van een ander belachelijk gemaakt. Maar tegelijkertijd bevestigt de schenker daarmee zijn intieme betrokkenheid.’

Die ‘intieme betrokkenheid’ is wat ik het meest koester, al ontstond die intimiteit bij ons thuis door soms vermanende humor. Ik weet nog dat toen ik de Sint om een My Little Pony vroeg, ik als ‘cadeau’ een langharige kwal van papier-maché kreeg, met een kammetje erbij. Het zou me leren om me niet te snel over te geven aan hypercommerciële Amerikaanse speelgoedtrends. Ik was net als ieder ander weldenkend kind bang voor clowns, en juist daarom schilderde mijn vader als surprise een portret van een doodenge clown op een kerkhof (olieverf op doek, hij deed daar rustig twee weken over). In de gedichten aan de volwassenen werd afgerekend, geplaagd, bekritiseerd maar toch vooral getroost. De moeilijkste thema’s kwamen in verschillende rijmschema’s aan bod: burn-outs en relatiebreuken, rouw en ongewenste kinderloosheid. Op Sinterklaasavond werd bij ons de duisternis weggelachen. En nu wil ik dat er niets verandert aan dit ritueel. Ik wil ook niet dat het proces van surprises makkelijk wordt, juist die stress en wanhoop voorafgaand aan pakjesavond is onderdeel van de louterende ervaring.

Maar volgens antropoloog en sinterklaasconnaisseur Jef de Jager doe ik er verstandig aan me flexibeler op te stellen. Tradities zijn altijd in beweging, vertelt hij aan de telefoon. De Jager, cultureel antropoloog en schrijver, verbaast zich over de koortsige hang naar rituelen, die hij niet alleen bij mij, maar ook bij andere Nederlanders bespeurt. ‘Dat was lange tijd helemaal weg uit onze cultuur. Ik schreef in 1981 het boek Volksgebruiken in Nederland, een nieuwe kijk op tradities. Mijn uitgever had het in een grote oplage gedrukt, maar het boek werd een fiasco; niemand interesseerde zich op dat moment voor rituelen. Maar toen kwam er in de jaren negentig en nul een maatschappelijke zoektocht naar de Nederlandse identiteit op gang, en een heropleving van Sinterklaas. Ik zie dat als een reactie op de multiculturele samenleving, mensen kregen het gevoel dat hun cultuur verdween, ze gingen vasthouden aan rituelen en bedenkelijke tradities als Zwarte Piet.’

De Jager koestert vooral argwaan jegens dit soort behoudende sentimenten. ‘Het klopt historisch gezien ook niet, het sinterklaasfeest is altijd een proces van aanpassingen en van invloeden van buitenaf geweest.’ De Jager beschrijft hoe Sinterklaas zo’n zevenhonderd jaar geleden in Nederland op grotere schaal werd gevierd met processies en sinterklaasmarkten. Dat allemaal ter verering van Sint Nicolaas, de beschermheilige van de kinderen, die zowel op een anonieme bisschop uit Myra, als een naamgenoot en collega uit het nabijgelegen Pinara is gebaseerd. In de reformatie werd het feest verbannen uit de publieke sfeer, en veranderde Sinterklaas in een huiselijk feest. Het moderne sinterklaasfeest hebben we deels te danken aan de fantasie van onderwijzer Jan Schenkman, die in 1850 het prentenboek Sint Nicolaas en zijn knecht uitbracht. Deze Sint kwam opeens met een stoomboot uit Spanje en werd vergezeld door een zwarte knecht – Schenkman was niet de bedenker van Zwarte Piet, maar beeldde hem als zodanig waarschijnlijk wel voor het eerst af.

Ook het idee van een ‘onschuldig kinderfeest’ is volgens De Jager een illusie. ‘Het sinterklaasfeest had in de 18de eeuw als primair doel om kinderen op te voeden en te corrigeren. Sinterklaas en zijn helpers vormden een vaak angstaanjagend gezelschap.’ Sinterklaas kent ook een aantal ruige varianten in Nederland. De Jager vertelt over het gebruik van ‘zwarte klazen’, mogelijk ontstaan toen de katholieke Sint-Nicolaasviering tijdens de reformatie ondergronds ging. Deze Klazen lieten kettingen over de straatstenen kletteren en bonsden op deuren en vensters bonsden, op zoek naar stoute kinderen. Op het Waddeneiland Ameland viert men nog steeds een ruige variant op Sinterklaas: Sunneklaas. De Jager: ‘Daar trekt een groep ‘Klaasomes’ door onverlichte straten met griezelige maskers, stokken en toeters. Vrouwen en minderjarigen moeten binnen blijven.’

De Jager was als kind vaak bang voor de Sint. ‘Ik vond het een beklemmend feest. Altijd maar die angst voor de roe. Ik kan me nog een verhaal herinneren van een jongen die in de zak werd gestopt en pas een paar straten verder al happend naar adem uit de zak werd bevrijd. En die Pieten die met hun kettingen voorbij kwamen stormen en keihard met pepernoten gooiden, ik voel ze nog tegen mijn wang. Sinterklaas is een ‘verlievingsproces’ ingegaan, zo noem ik dat. Hij is langzaam maar zeker beschaafder geworden.’

En de surprise, wanneer deed die zijn intrede? De Jager kan geen exacte jaartallen geven, mensen gaven elkaar en vooral kinderen in de 17de eeuw al plagerige cadeaus als een roe, of wat zout in de schoen. ‘Het woord surprise komt van de chique banketbakkerijen, die verstopten cadeautjes eind 18de eeuw in snoepgoed. Ik denk dat de bewerkelijke fopperijen zijn ontstaan toen ongelovige volwassenen in de 19de eeuw aan het huiselijk feest gingen meedoen. Dat die volwassenen meededen was al een grap, en dat vroeg om nog meer grappen.’ Omdat Sinterklaas een stichtelijk feest voor kinderen is, gingen volgens hem ook de volwassenen elkaar de maat nemen met een spotgedicht. Het is gewoon de Nederlandse cultuur ten voeten uit, zegt De Jager: elkaar licht berispen en bekritiseren. ‘Niets voor niets bestaat er in Groot-Brittannië de uitdrukking the Dutch uncle: een oom die alles beter weet, en iedereen belerend toespreekt.’

Ook Anite Haverkamp, educator bij het Museum Catharijneconvent in Utrecht, koppelt de traditie van surprises aan de pedagogische functie van het sinterklaasfeest. In haar museum hangt de protestantse versie van het 17de-eeuwse schilderij Het Sint-Nicolaasfeest van kunstschilder Jan Steen. Kinderverdriet is nooit ver weg op historische afbeeldingen van het sinterklaasfeest: rechts zien we een jongen gepijnigd staren naar de roe in zijn schoen. Haverkamp: ‘Op dit schilderij is ook de voorloper van de moderne surprise te zien: een appel met een muntstuk erin verborgen, rechtsvoor op het tafeltje. Mensen gaven elkaar in die tijd knollen of citroenen, waarin kleine cadeautjes waren verstopt. Dat groeide langzaam uit tot de surprise die wij kennen. De volwassenen hielden elkaar daarbij een spiegel voor. Zo bestonden er speculaaspoppen die uitbeeldden hoe anderen werkelijk over je dachten. Overigens waren al deze rituelen voorbehouden aan de rijke middenklasse: boeren en arbeiders hadden geen tijd en geld om surprises te maken, die moesten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werken.’ L’histoire se répète, zal u denken.

Pas toen in de jaren vijftig van de vorige eeuw de Nederlandse economie aantrok, werd pakjesavond een collectieve ervaring, zegt ook Haverkamp. ‘En met de knutselhausse uit die jaren nam de surprise zijn huidige vorm aan. Ik deed er ook volop aan mee als moeder, met crêpepapier in de weer, och heerlijk. Vooral dat plagerige van de surprise, dat zie je bij geen enkele andere viering terug. En juist die kreupelrijm is vaak hilarisch: hoe mensen zich in allerlei bochten wringen om zinnen toch te laten rijmen.’

‘Surprises zijn onderdeel van een heel bijzondere geefcultuur’, zegt ook rituelenonderzoeker aan het Meertens Instituut Irene Stengs. ‘Want een surprise en een gedicht zeggen niet alleen iets over de ontvanger, maar ook iets over de gever. Het is daardoor zo’n persoonlijk cadeau.’ Ook heeft elk Nederlands gezin weer een andere surprise- en pakjesavondtraditie, stelt Stengs. ‘Mijn ouders hingen bijvoorbeeld alle cadeaus aan een waslijn in de kamer, vervolgens werd er gedobbeld. Mijn vader was een zeeman, als je aan de beurt was, dan moest je verplicht ‘als een zeebonk’ dansen.’

Stengs betwijfelt of de traditie van surprises tanende is. ‘Er is altijd die angst dat rituelen verdwijnen, en als je in je eigen kring een afname aan surprises en gedichten bemerkt, als je bijvoorbeeld geen kleine kinderen hebt, dan kan dat het gevoel versterken. Maar op basisscholen wordt volop aandacht besteed aan surprises. En ook aan het feit dat mensen tegenwoordig surprises online bestellen, zou je kunnen aflezen dat er onder volwassenen nog steeds behoefte is aan deze vorm van cadeaus geven.’

Hoe uniek is het gebruik? Bestaat de traditie van de surprise ook elders op de wereld? De sinterklaaskenners op eigen bodem geven geen uitsluitsel, dus mail ik de Duitse hoogleraar Bernd Stauss, gespecialiseerd in de rituelen en de psychologie van cadeaus geven. Zijn antwoord is kort, en ietwat teleurstellend: ‘Ik heb nog nooit gehoord van jullie traditie van surprises. Er bestaat naar mijn weten niets wat er ook maar in de buurt van komt in Duitsland.’ Ik had gehoopt dat de hoogleraar meer nieuwsgierigheid zou hebben voor deze bijzondere gewoonte, misschien zelfs bewondering, maar Stauss heeft geen tijd om te bellen, en verwijst me door naar zijn laatste paper over de vele frustraties die kunnen ontstaan bij het geven van cadeaus.

Ik lees het naslagwerk Santa Claus Worldwide: A History of St. Nicholas and Other Holiday Gift-Bringers van de Amerikaanse auteur Tom Jerman. Het blijkt dat er tientallen versies zijn van Sint Nicolaas, van de Amerikaanse Santa Claus en de Engelse Father Christmas (Verenigd Koninkrijk) tot de Franse Père Noël, de Weihnachtsmann (Duitsland) en Ded Moroz (Rusland). De Klazen hebben elk hun hardvochtige neigingen: de Amerikaanse Kerstman stopt bijvoorbeeld geen snoep maar houtskool in een sok van een stout kind. Kerstmannen in Midden- en Oost-Europa laten zich vergezellen door een satanische demoon genaamd Krampus die onwelgevallige kinderen afranselt. Over de wonderlijke traditie van de surprise lees ik niet veel terug in dit naslagwerk.

Maar dan krijg ik contact met de Canadese historicus Gerry Bowler, schrijver van Santa Claus: a Biography. Deze Bowler verdiepte zich net als Jerman in alle verschijningsvormen van Sint-Nicolaas, en is ook bekend met onze Sint. ‘Howdy’, groet hij me via een telefoonverbinding uit Winnipeg, en door zijn guitige stemgeluid denk ik even dat ik de Kerstman zelf aan de lijn heb. Als ik Bowler vraag of hij bekend is met surprises, is hij vol lof: ‘Deze prachtige Nederlandse gewoonte van surprises maken, komt nergens anders voor in de wereld. Er zijn weliswaar verschillende plekken waar mensen cadeaus verstoppen in huis of ze verhullen in een speciale verpakking. Maar om daar ook nog gedichten bij te schrijven? Nee, dat zie je alleen in Nederland.’

De Zweedse traditie genaamd ‘julklapp’ (‘kerstklop’) komt het dichtst in de buurt van onze surprise-ervaring. Bowler citeert uit een encyclopedie. ‘Het was ooit de gewoonte dat een anonieme gever luid op de deur klopte en een ingepakt cadeau naar binnen gooide, vandaar de naam julklapp. Het cadeau zou een ondeugend rijm bevatten gericht op de ontvanger en is mogelijk op bedrieglijke wijze verpakt.’ Maar, zegt Bowler, deze traditie is in Zweden veel minder wijdverspreid dan de surprise in Nederland. ‘Dat is toch echt een bijzonder gebruik.’ Even valt er een stilte, en dan doet Bowler er nog een schepje bovenop. ‘Ik denk dat mensen in andere culturen het niet eens zouden kunnen, surprises maken. Je moet echt in die traditie zijn opgegroeid, om zo knap te kunnen rijmen en knutselen.’

Ik ben dus niet gek, denk ik, als Bowler ophangt. Wij vieren Sinterklaas op een soort Champions League-niveau. En juist daarom moeten we dit niet opgeven. ‘We zullen doorgaan, met de wankelende zekerheid om door te gaan in een mateloze tijd’, zong Ramses Shaffy. Dat lied ging helemaal niet over surprises, maar laat zijn woorden toch inspiratie vormen voor alle mensen die wegens tijdgebrek, chronisch slaaptekort of ideeënarmoede de surprise en de gedichten willen overslaan dit jaar. Laten we doorgaan. Desnoods met behulp van een chatbot.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next