We waren net aan het pootjebaden in de Loire, toen het slechte nieuws uit Holland doorkwam – al ben ik vergeten hoe. Mond-tot-mondrumoer van andere liftende hippies, in de zomer van 1977? Een PvdA-postduif? Hoe dan ook, mijn metgezel riep het van schrik uit: „De formatie is mislukt!”
We trokken onze voeten uit het water en sjokten terug naar de tent. Mislukt. Daar ging de meer ontspannen samenleving die ons was beloofd door de vroeg-kale minister-president.
Het was augustus, en niet de laatste keer dat de formatie van het tweede kabinet-Den Uyl vastliep. De grootste partij geworden (53 zetels) en toch naast de prijs gegrepen, door een fatale mix van hoogmoed, ideologische drift en slechte rekenkunde. VVD en CDA vonden elkaar daarna in een mum van tijd, onder zachte bistro-verlichting.
Wij leven in heel andere tijden en maken een conservatieve restauratie mee met - ik schrijf dit vóór de uitslag - drie koplopers ter rechterzijde, met een onwaarschijnlijke eindsprint van de ronduit extreme. Maar dan rijst de vraag hoe te voorkomen dat de formatie uitloopt op weer zo’n deprimerende slijtageslag. Wie zit er te wachten op maanden onrust – of erger: verveling – met een parade van ‘verkenners’?
Je zou zeggen, nu we zo lang zijn doorgegaan met vol-continu debatteren en peilen tot we er de stemlokalen van in zweefden, zit er maar één ding op: gewoon doorgaan. Alsof er niks gebeurd is – maar nu met uitslagen op zak. We zitten nu eenmaal in een fijne flow van slogans, vliegen afvangen en napraten. Na College Tour, het Scholierendebat, Regenboogdebat, Dierendebat, NPO Radio 1-debat, WNL runners-up-debat, de RTL-debatten, het SBS6-debat, Jeugdjournaal-debat, EenVandaag-debat, NPO Slotdebat – en dan vergeet ik er nog een handvol. Waarom ophouden?
Blijven praten is misschien het beste, uiteraard onder leiding van Jeroen Pauw, Wilfred Genee en andere rasdemocraten. Het past ook bij de nieuwe bestuurscultuur: debatteren over portefeuilles, vakministers (Pauw? Genee?) het premierschap, de inrichting van het Catshuis.
Het zou wel zo transparant zijn om alle deelnemers de kans te bieden het eigen merk nog wat aan te scherpen. Wilders, toch al op kop als debatprofiteur, kan zijn fatshaming finetunen, Yesilgöz nóg creatiever variëren op „waterige” of „zwakke” compromissen (in de formatie lijkt „slappe” geschikt, met daarna „onvermijdelijke”), Timmermans kan zijn versiergedrag richting hard to get Omtzigt bijslijpen, en de prevelende abt van klooster Nieuw Sociaal Contract zelf kan zijn treuzelen dan écht tot politieke kunstvorm verheffen.
En de natie? Die is er uiteraard bij gebaat. Een land zonder tv-debatten, dat is pas echt een verweesde samenleving.
Source: NRC