Home

Achter me beweerde een 10-jarig meisje stellig: ‘Ik ga mijn hele leven alleen maar op dieren stemmen’

Het leuke van volwassen kinderen is dat ze mogen meedoen aan het feest van de democratie; het jammere van volwassen kinderen is dat ze lang niet altijd dezelfde politieke mening hebben als jij. ‘Jullie kunnen ons ook machtigen, hè?’, hadden huisgenoot P. en ik hoopvol tegen onze zoons gezegd, maar daar trapten ze – terecht –niet in.

‘Maar gá dan in ieder geval wel stemmen!’, riep ik ’s ochtends, terwijl ze koffie in hun ongeschoren hoofden goten. ‘Echt doen hoor! En vergeet jullie paspoort niet!’ Demonstratief toonde ik het mijne, voor ik het in mijn boodschappentas gooide.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Monter fietste ik naar Tweede Montessorischool Het Winterkoninkje. Die ligt een eindje uit de buurt, maar stemmen in een school is vaak erg gezellig. Ook nu werd ik niet teleurgesteld: de kinderen van Het Winterkoninkje hadden gedichten gemaakt. Ze hingen aan de muur van de gang.

Het gedicht Tandenfee bijvoorbeeld, van Laila (met een hartje op de i): Drie tanden/ heb ik er al uit/ twee van beneden/ eentje van boven/ ik bewaar ze/ in een mooi doosje. Schrijnender was het gedicht van Frieda: Ik hep un/ knuvel van/ mij broertje/ en ik mis/ mij broertje/ omdat hij/ in het sieken/ huis 4 weken/ en we heben/ un cadeau/ ge kogt.

Terwijl ik een en ander ontroerd las, zag ik op de familie-app dat ook mijn dochter haar broers hun stempas probeerde te ontfutselen. ‘Ik zal niet op iets heel raars stemmen’, appte ze animerend, maar opnieuw hapten de jongens niet toe. ‘Vergeet jullie paspoort niet hè!’, gooide ik nog maar eens in de groep. Achter me passeerden twee circa 10-jarige meisjes van wie er één stellig beweerde: ‘Ik ga mijn hele leven alleen maar op dieren stemmen.’

Ik wilde zelf trouwens ook niet op ‘iets heel raars’ stemmen. Niemand denkt waarschijnlijk van zichzelf dat hij op iets heel raars stemt. Deze keer was de keuze wel extra moeilijk, ik wist het eigenlijk nog steeds niet. Nog een gedicht dan maar, van een naamloos kind: mijn kamer/ is mooi en hij/ straalt hij is prachteg/ en ik voel me/ daar vijleg.

Nu moest het er maar van komen. Ik trok een zo democratisch mogelijke glimlach en liep het stemlokaal in, waar een brave boskabouter van een vrijwilliger al even feestelijk teruglachte. Ik wilde mijn paspoort al in zijn hand drukken, toen ik opeens bedacht: mijn stempas! ‘O jee, ik ben mijn stempas vergeten!’, riep ik. ‘Ik kom zo terug!’

Thuis stond mijn stempas gelukkig gewoon op de schoorsteenmantel.

Maar waar was mijn paspoort nou opeens gebleven?

Source: Volkskrant

Previous

Next