Home

Zuid-Afrika steunt Palestijnen: ‘Dit is precies als tijdens de apartheid’

Veel Zuid-Afrikanen staan pal achter de Palestijnen, inclusief president Ramaphosa. Ze voelen zich met hen verwant door hun eigen verleden van onderdrukking en apartheid. Maar er is ook een grote Joodse gemeenschap in het land. Daar gaat alle aandacht uit naar de Israëlische slachtoffers.

‘Jullie ouders vochten tegen apartheid’, schreeuwt een jonge vrouw, met een Palestijnse vlag als hoofddoek, tegen een lange muur van politieagenten, ‘en nu doen jullie het tegenovergestelde! Dit is precies hoe het was tijdens de apartheid!’ Op een grasveldje aan de Seepuntpromenade van Kaapstad staan duizenden betogers met arafatsjaals en Palestijnse vlaggen tegenover honderden agenten, die zijn uitgerust met grote plastic schilden en kogelvrije vesten.

Vanochtend zou hier, pal voor de statige appartementencomplexen van de overwegend Joodse wijk aan zee, een ‘interreligieuze gebedsessie’ worden gehouden. De Joodse organisator wilde laten zien dat Israël ook op de steun van Zuid-Afrika kan rekenen. ‘Ter wille van Zion zullen wij niet zwijgen’, is te lezen op hun flyers, die de afgelopen dagen via WhatsApp werden verspreid.

Over de auteur
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal. Van 2017 tot en met 2022 woonde hij in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.

Maar zodra die berichten de pro-Palestijnse beweging van Kaapstad bereikten, trokken duizenden betogers uitgerust met Palestijnse vlaggen naar Seepunt. Nog voor de gebedsessie kon aanvangen, werd het handjevol pro-Israëlbetogers al onder begeleiding van de aanwezige agenten van het veld gehaald, uit angst voor een gewelddadige confrontatie. De bussen vol pro-Israëlbetogers die ook ’s middags nog arriveren, moeten op bevel van de politie rechtsomkeert maken.

Sinds het uitbreken van de oorlog tussen Israël en Hamas wordt er op meerdere plekken in Zuid-Afrika bijna dagelijks gedemonstreerd en ook de regering houdt zich alles behalve afzijdig. ‘Als mensen en als organisatie die hebben gestreden tegen een onderdrukkend apartheidsregime, beloven wij solidariteit met het Palestijnse volk’, zei president Cyril Ramaphosa op 15 oktober in een toespraak.

Om die verklaring kracht bij te zetten, trok Ramaphosa’s regering op 8 november haar diplomatieke missie uit Israël terug en noemde de bombardementen op Gaza een ‘genocide’. Maandag drong zijn regering er bij het Internationaal Strafhof op aan om binnenkort een arrestatiebevel uit te vaardigen tegen premier Benjamin Netanyahu wegens vermeende oorlogsmisdaden in Gaza. Daarop riep Israël maandagavond zijn ambassadeur terug uit Zuid-Afrika.

Dat mensen juist in Zuid-Afrika (dat toch zo’n 9 duizend kilometer ten zuiden van de brandhaard ligt) zo meeleven met de Palestijnen valt te begrijpen vanuit de recente geschiedenis van het land. ‘Wij hebben nog niet zo lang geleden hetzelfde meegemaakt. Hun strijd en worsteling raakt mijn hart’, zegt Alie Komape, campagneleider voor Africa4Palestine, een organisatie die regelmatig pro-Palestijnse bijeenkomsten organiseert. Achterop Komape’s Free Palestine-shirt prijkt een citaat van anti-apartheidsstrijder Nelson Mandela: ‘Zonder de vrijheid van de Palestijnen is onze vrijheid incompleet’.

Ook na de afschaffing van apartheid in 1994 bleven de banden tussen de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsorganisatie ANC en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO hecht. De afgelopen decennia trokken beide partijen, volgens Komape samen op ‘verenigd in hun strijd tegen apartheid en onderdrukking’. Dat er ook contact is tussen het hedendaagse ANC en het radicaal-islamitische Hamas dat Gaza bestuurt, bleek toen de ANC-minister voor Internationale Betrekkingen op 18 oktober belde met Hamas-leider Ismail Haniyeh, naar eigen zeggen om te overleggen over humanitaire hulp.

Het telefoongesprek wordt door Zuid-Afrikaanse oppositiepartijen gezien als onmiskenbare steun aan Hamas. Komape laat doorschemeren dat hij steun niet bezwaarlijk zou vinden. ‘Veel mensen lijken vergeten dat het ANC ook aanslagen heeft gepleegd’, zegt hij. ‘Als Zuid-Afrikanen weten we als geen ander dat je geweld moet gebruiken tegen een onderdrukkend regime dat alleen maar geweld begrijpt.’

Bij demonstraties eisen de pro-Palestijnse betogers sancties tegen Israël, en roepen zij op om Israëlgezinde bedrijven te boycotten – geen ander Afrikaans land handelt zoveel met Israël als Zuid-Afrika. Met antisemitisme hebben de protesten volgens Komape niets te maken. ‘Er is hier geen jodenhaat’, zegt hij stellig, ‘dat is een Europees probleem. Toen de Holocaust in Europa werd voltrokken, vochten wij al tegen apartheid. Voor mij zijn de leden van de Joodse gemeenschap niets anders dan witte mensen.’

De activisten hopen dat hun protesten een reactie bij de internationale gemeenschap losmaken, zoals destijds gebeurde bij de Zuid-Afrikaanse strijd tegen de apartheid. ‘We willen dat de internationale gemeenschap zich tegen Israël keert’, zegt Komape, ‘zoals ze na de Soweto-opstand deden tegen de witte regering hier.’

Bij die opstand, op 16 juni 1976 in de Johannesburgse township Soweto, schoot de politie met scherp op een vreedzaam scholierenprotest. Honderden mensen werden bij de betoging en daaropvolgende demonstraties gedood. De internationale schok die het politiegeweld teweegbracht, zette zo veel druk op de apartheidsregering, dat de gebeurtenissen worden gezien als het kantelpunt dat leidde tot de afschaffing van apartheid.

In Johannesburg, dat zo’n 1.200 kilometer ten noordoosten van Kaapstad ligt, hebben velen de Soweto-opstand van dichtbij meegemaakt. In de zuidelijke buitenwijk Lenasia (dat aan Soweto grenst), vertaalt zich dat in een kleinschalige pro-Palestinabijeenkomst, die vandaag in een park wordt gehouden. Zo’n veertig mensen beschilderen vlaggen en banieren die later langs de snelweg worden opgehangen. ‘Wie vermoordt elke tien minuten een kind? Genocidaal Israël’ schrijven vier tieners op een groot wit doek. Met rode verf schilderen ze bloeddruppels die van de naam ‘Israël’ druipen.

‘Israël heeft het Zuid-Afrikaanse apartheidsysteem gekopieerd en geperfectioneerd’, stelt Imraan Moosa, een wat oudere man die de pro-Palestina-bijeenkomst bijwoont als gemeenteraadslid van de grotendeels Aziatische wijk. Hij streed in de jaren zeventig als activist tegen het apartheidsregime. ‘Maar wat de inwoners van Gaza nu meemaken gaat veel verder dan apartheid. Wij Zuid-Afrikanen werden tenminste niet gebombardeerd door de staat.’

Maar er zijn ook wijken in Johannesburg waar een ander geluid klinkt. In Glenhazel bijvoorbeeld, een uitgestrekte wijk vol zwaarbewaakte villa’s waar het leeuwendeel van Zuid Afrika’s Joodse gemeenschap woont, met 50 duizend mensen de grootste van Afrika. Hier is er vooral aandacht voor de mensen die nog altijd door Hamas zijn ontvoerd, zo blijkt bij de ingang van de Joodse supermarkt Kosher World. Daar houden in lange jurken gestoken vrouwen en mannen met keppeltjes op even halt om een blik te werpen op de muur die volhangt met honderden pamfletten.

‘Even kijken hoor.’ Het duurt even voordat Zelda (ze wil niet met haar achternaam in de krant) het pamflet heeft gevonden dat ze zoekt. ‘Ah, kijk.’ Ze wijst de foto aan van Aviva Siegel, die is ontvoerd door Hamas, zo staat erbij. Aviva is een vriendin van haar moeder, vertelt Zelda, ze kwam vaak bij haar ouders over de vloer. ‘Ze is een Zuid-Afrikaans staatsburger’, gaat Zelda verbouwereerd verder, ‘maar president Ramaphosa hoor je alleen maar over de Palestijnse zaak.’

Een paar weken geleden drong een pro-Palestijnse groep de wijk binnen, waar ze de pamfletten met gezichten van door Hamas ontvoerde mensen van de muren trokken. De gebeurtenis maakte op velen in de wijk diepe indruk. ‘We vrezen voor een aanslag,’ zegt Karen Milner van de Zuid-Afrikaanse Joodse Raad. ‘Er hoeft maar één kwaadwillend iemand te zijn die denkt dat hij, gesterkt door de radicale woorden van de president, Joden kan aanvallen.’ Milner stelt dat haar gemeenschap wordt getreiterd in de hoop dat die met geweld antwoordt. ‘Het is een woord dat ik niet gauw gebruik, maar vroeger noemden we dat jew-baiting. We worden opzettelijk geprovoceerd.’

Om de hoek van Kosher World zit Benji Shulman, vertegenwoordiger van de Zuid-Afrikaanse Zionistische Federatie, aan een grote bak zoete aardappelfriet met apenkliersaus. De mannelijke zwarte personeelsleden van de snackbar zijn zo’n beetje de enigen hier die geen keppeltje dragen. De gelovige gasten verbergen hun religie niet.

De druk op de Joodse gemeenschap neemt weliswaar toe, zegt Shulman, maar hij stelt – net als Komape – dat de protesten vooralsnog weinig met antisemitisme te maken hebben. Hij wijst naar de overkant van de straat. ‘Daar staat een Joodse school’, legt hij uit, ‘anders dan in Europa staan daar geen hakenkruizen op de muur.’ In zijn wijk is hij vooralsnog veilig, ook al nemen de zorgen toe. ‘We hoeven ons niet te verbergen. Nog niet,’ zegt Shulman, hij knikt naar de Joodse gezinnen die op het overdekte terras zitten. ‘Maar haat begint met woorden.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next