Home

‘Nu ik stop met eten, zal de IND toch wel in actie komen?’

De Syrische asielzoeker Mohamed Maksous is de wanhoop nabij, nu de Immigratie- en Naturalisatiedienst maar geen contact opneemt. Het bracht hem tot een heftige daad.

Mohamed Maksous heeft zijn moeder niet verteld dat hij woensdag een hongerstaking begint. ‘Ik wil niet dat ze zich zorgen maakt’, aldus de 19-jarige Syriër. ‘Ik vertel haar liever dat het goed met me gaat, ook al slaap ik best slecht.’ Hij haalt zijn schouders op en zucht diep. ‘Ik geloof ook echt dat het uiteindelijk goed komt’, vervolgt hij. ‘Nu ik stop met eten, zal de IND toch wel in actie komen?’

In 2022 waren er wereldwijd 105 miljoen mensen op de vlucht, 31.594 van hen vroegen asiel aan in Nederland. Een daarvan is Mohamed Maksous, een jongen met een zachte stem, grote ogen en een zwarte bril. Hij meldde zich ruim een jaar geleden in Ter Apel, zeven maanden later had hij zijn eerste afspraak met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Sindsdien wacht hij op een uitnodiging voor een tweede gesprek.

Na ‘een stuk of vijf’ verhuizingen van het ene naar het andere tijdelijke onderkomen woont Maksous nu op een cruiseschip aan de rand van Amsterdam. Het is een blauw gevaarte, met op de zijkanten wolken en giraffen geschilderd. Aan de ene kant raast het verkeer van de A10, aan de andere kant staat een kunstmestfabriek.

Maksous komt naar buiten, hij mag binnen geen onaangekondigd bezoek ontvangen. ‘Ik denk dat de IND me is vergeten’, zegt hij terwijl hij zijn capuchon omhoogtrekt tegen de miezerregen. Maar uit de laatste IND-cijfers blijkt dat Maksous bepaald geen uitzondering is: momenteel wachten 42 duizend asielzoekers en bijna 26 duizend nareizigers op een beslissing van de IND, de gemiddelde wachttijd is ruim een jaar.

In het verhaal van Maksous, waarvan hij de IND in een tweede gesprek de details moet vertellen, komen geen gammele bootjes of mensensmokkelaars voor. Wie migranten graag in hokjes indeelt, zou Maksous misschien zelfs het label ‘gelukszoeker’ opplakken. De keuzen die hij in zijn nog jonge leven heeft gemaakt, komen vooral voort uit een diep gekoesterde wens om op een veilige plek te kunnen studeren. ‘En nu staat mijn leven stil.’

Maksous’ ouders verhuisden twintig jaar geleden van het Syrische Idlib naar Saoedi-Arabië, om daar te werken. Voor arbeidsmigranten is het vrijwel onmogelijk om de Saoedische nationaliteit of een permanente verblijfsvergunning te krijgen. Ook hun in Saoedi-Arabië geboren kinderen, zoals Mohamed, komen daar niet voor in aanmerking. ‘Ik wilde studeren, maar kreeg geen toegang tot de universiteiten’, zegt hij. Daarom vertrok hij in 2021 naar Istanbul, waar hij begon aan een studie techniek.

Turkije herbergde toen al 3,4 miljoen Syrische migranten, mede vanwege een migratieakkoord dat het land in 2016 sloot met de Europese Unie. En niet iedereen in Turkije is blij met al die nieuwkomers; racisme en geweld zijn een groeiend probleem. Maksous vertelt hoe hij soms in volle bussen werd belaagd door racisten. ‘Het komt door de economische crisis’, zegt hij. ‘Syriërs krijgen de schuld van alle problemen.’

Maksous kreeg pas echt slapeloze nachten toen de Turkse president Recep Tayyip Erdogan in het voorjaar van 2022 aankondigde dat hij een miljoen Syriërs wilde uitzetten naar Noord-Syrië. Mensenrechtengroepen hadden eerder al aan de bel getrokken over illegale deportaties, en de paniek sloeg toe in de Syrische gemeenschap. ‘Wat als ze mij zouden deporteren?’, zegt Maksous met angst in zijn ogen. ‘Ik ben nog nooit in Syrië geweest!’

Terug naar Saoedi-Arabië kon hij ook niet: ‘Ik heb geen verblijfsvergunning meer, ik heb alleen nog mijn Syrische paspoort.’ Maksous wist een toeristenvisum voor de Europese Unie te regelen, vloog naar Hongarije, reisde met de trein naar Nederland en vroeg asiel aan. ‘Mijn zus woont hier’, zegt hij. ‘Zij heeft al asiel.’

Maksous heeft de val van het kabinet slechts zijdelings meegekregen. Ook wist hij niet dat politieke partijen sindsdien campagne voeren met beloften over ‘asielquota’ en maatregelen om ‘de instroom’ te beperken. Hij is erg verbaasd te horen dat veel Nederlanders vinden dat er te veel asielzoekers zijn. ‘Ik vind de mensen hier eigenlijk heel aardig.’

In de azc’s is het leven ‘best lastig’, vindt hij. ‘Er zijn onruststokers, sommigen hebben psychische problemen. Ik zat een tijdje in een tentenkamp, daar waren veel vechtpartijen.’ Op het cruiseschip deelt hij zijn kamer met een andere man, met wie hij het goed kan vinden. ‘Maar de ruimte is piepklein en heeft geen ramen.’

Maksous probeert zijn tijd nuttig te besteden. ‘Ik help iedere dag met schoonmaken, daarvoor krijg ik een vrijwilligersvergoeding van 14 euro per week.’ Daarvan koopt hij brood, kaas en pindakaas in de dichtstbijzijnde supermarkt, op ongeveer een half uur lopen. ‘Op het schip krijgen we soms kip die niet goed gaar is, vandaar.’

Hij wil alvast Nederlands leren en zocht contact met verschillende taalscholen. ‘Maar ik kan er niet terecht omdat ik geen documenten heb.’ Nu probeert hij zichzelf Nederlands te leren, naast een zelfstudie wiskunde. ‘Als ik straks een verblijfsvergunning heb, wil ik cybersecurity studeren’, vertelt hij. ‘Dus dan is wiskunde belangrijk.’

Maksous zegt dat hij ‘door het eindeloze wachten de wanhoop nabij is’. Vandaar zijn besluit om op 22 november te stoppen met eten. ‘Ik houd vol tot de IND me uitnodigt voor mijn gesprek’, zegt hij vastbesloten. De IND zegt het ‘verschrikkelijk te vinden’ dat mensen als Maksous zo lang moeten wachten. ‘Maar we hebben een enorm capaciteitsprobleem en een hongerstaking gaat de procedure niet versnellen’, aldus een woordvoerder. ‘Dat zou ook niet eerlijk zijn naar alle anderen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next