Met de komst van getroebleerde detectives en gruwelijke moorden in de fictie leek Christies ‘keurige’ misdaad eind vorige eeuw minder relevant te worden. Maar nog steeds verschijnen er nieuwe films, series en voorstellingen. De Volkskrant ontleedt haar ijzersterke formule.
Ze is een van de allergrootsten. Alleen Shakespeare en de Bijbel verkopen beter. Agatha Christie (1890-1976) is al meer dan honderd jaar de ‘queen of crime’. Haar boeken zijn ruim drie miljard keer gedrukt, waarvan in Nederland twintig miljoen. En vertaald in minstens 108 talen. Ander bizar feitje: haar toneelstuk The Mousetrap is ’s werelds langstlopende voorstelling, die in Londen onafgebroken wordt gespeeld sinds 1952, op een noodzakelijke coronapauze na.
Tot aan haar dood in 1976 kende haar succes geen dipjes. Vooral haar detectives, met daarin terugkerende rollen voor gesoigneerde superspeurders als Miss Marple en Hercule Poirot bleven onweerstaanbaar. Toch opmerkelijk voor spannende verhalen die in alles Brits zijn: keurig en zonder een onvertogen woord. Zelfs de moordenaars zijn beschaafd. Ze doodden hun slachtoffers op een nette manier, met een vergiftigd kopje thee of het minimaal benodigde aantal messteken. En ze blijven altijd met twee woorden spreken, ook als ze worden ontmaskerd.
Over de auteur
Vincent Kouters is sinds 2006 theaterrecensent voor de Volkskrant. Hij schrijft vooral over toneel en jeugdtheater.
Eind vorige eeuw leek het even of Christies werk toch werd ingehaald door de tijd. Eerst dankzij het succes van de Amerikaanse ‘hard-boiled detective’. Dit is de groezelige, gewelddadige variant van het genre, met verhalen die zich afspelen in de onderwereld en personages die moreel diffuus zijn. Raymond Chandler, schrijver van dit soort verhalen, deed Christies werk af als ‘onrealistisch’ en te geobsedeerd met ‘dienstregelingen en stukjes verkoold papier en wie precies de prachtig bloeiende aardbeiboom onder het raam van de bibliotheek heeft vertrapt’.
Nog wat jaren later, met de opkomst van extreem duistere thrillers, vaak uit Scandinavië, waarin sadisten, depressies en afgehakte ledematen de rigueur waren, leek het lot van Christies gentleman detective bezegeld.
Maar niets was minder waar. Onder de noemer cosy crime is het seks- en geweldloze genre weer helemaal terug. Er zijn allerlei nieuwe hyperpopulaire series, zoals The Mitford Murders van Jessica Fellowes. En ook Christie zelf is bekender dan ooit. Schrijver Sophie Hannah kreeg van de erven Christie toestemming om verder te gaan met de serie rond Poirot. En in 2017 verscheen het eerste deel in een nieuwe serie blockbusterverfilmingen: Murder on the Orient Express. Kenneth Branagh regisseert en speelt zelf Poirot. Afgelopen september verscheen het derde deel: A Haunting in Venice.
En ook het Nederlandse theater doet mee. Twee jaar geleden was The Mousetrap te zien, met onder anderen Willeke van Ammelrooy, geproduceerd door REP entertainment (het productiebedrijf van Rick Engelkes). Volgende week gaat, van dezelfde makers, Murder on the Orient Express in première. Met Remko Vrijdag als de puntige besnorde Poirot. Waarin zit hem toch de blijvende aantrekkingskracht van Agatha Christies gezellige mysteries?
Om jaarlijks een nieuw boek af te kunnen leveren, zoals Christie haar hele schrijvende leven deed, moet je systematisch te werk gaan. Schrijver Nicolien Mizee is groot fan van Christies werk en heeft het systeem goed bestudeerd. Elke vijf jaar herleest ze alle boeken. Het inspireerde haar tot het schrijven van haar eigen detective, Moord op de moestuin. In een artikel in de VPRO Gids vertelt ze wat Christies formule is: ‘Hoe bak je een luchtige cake van vitriool en arsenicum? Het stramien is eenvoudig: kies een besloten omgeving (‘arena’ in vaktermen) zoals een landgoed, een trein (Moord in de Oriënt-Express) of een boot (Moord op de Nijl), een beperkt aantal personages die allen hun geheimen hebben, en een moord die aan het eind wordt opgelost.’
Dat is het simpele stramien. Het knappe is dat de verhalen toch niet saai worden. Binnen de grenzen van deze formule weet Christie telkens een ingenieus plot te bakken. Een plot dat niet alleen een verhaal vormt, maar vooral ook een puzzel. Alles daarin moet de lezer op het verkeerde been zetten. Dat blijkt ook uit de notitieboeken, die na Christies dood zijn uitgegeven. Daarin geeft ze tips en regels, zoals dat de ‘least likely suspect’ (de onwaarschijnlijkste verdachte) voor de oplettende lezer vaak juist het verdachtst is, en dus daarom níét de dader mag zijn. Maar soms juist weer wel. Of: een moord verberg je het best tussen twee andere moorden. De verteller kan zelf ook schuldig zijn. En vrouwen en kinderen zijn niet per definitie onschuldig.
Op deze manier heeft ze het detectivegenre, dat ze afkeek van voorgangers als Arthur Conan Doyle (Sherlock Holmes) en Edgar Allan Poe, talloze variaties kunnen geven. Maar dan nog: een duidelijke signatuur en een ingenieuze puzzel alleen zijn niet genoeg. Dat zou te simpel zijn. Of, zoals Mizee het in haar artikel stelt: ‘Er moet echter iets zijn dat de plot overstijgt, want ik herlees de romans ook als ik weet wie het gedaan heeft.’
Het moge duidelijk zijn dat Christie niet de pretentie had om literatuur te schrijven. Toch is haar vaak, zoals door Raymond Chandler, verweten dat haar personages plat zijn en geen ontwikkeling kennen. Terwijl ze dat er juist om deed. De arrogante archeoloog blijft tot het einde toe een arrogante archeoloog. Over een hebzuchtige oude vrijster kom je niet te weten hoe ze zo is geworden. Ze is gewoon zo, omdat dat handig is voor de plot. Iedereen moet te allen tijde verdacht lijken. Zo lukt het Christie om het mysterie verrassend te houden.
Hoewel de afwezigheid van gepsychologiseer dus praktisch van aard is, is het ook de reden voor de aanhoudende relevantie van haar werk. Psychologische kwesties zijn zeer tijdsgebonden. Neem de psychoanalyse, die in Christies tijd populair was, of de meer empathische humanistische kijk op de mens, die in de jaren zestig en zeventig opkwam. Als ze daarin was meegegaan, als ze bijvoorbeeld haar moordenaars een rotjeugd als excuus had meegegeven, waren haar boeken nu een stuk minder leesbaar.
Tegelijk zie je tegenwoordig een nieuwe tendens, waarin wel degelijk wordt gezocht naar (iets) meer diepgang. Dat was duidelijk te merken in de BBC-serie The ABC Murders (2018), waarin John Malkovich een andere invulling geeft aan Hercule Poirot. Het is nog steeds de naar Londen gevluchte Belg die daar op karakteristiek wijsneuzerige manier moorden oplost als privédetective. Maar voor het eerst zijn ook emoties als pijn en verdriet op zijn strak besnorde gezicht te lezen. Ook zijn oorlogsverleden komt ter sprake.
In de Nederlandse theaterversie van Murder on the Orient Express wordt ook gezocht naar verdieping. Volgens de regisseur van het stuk, Jasper Verheugd, is dat nodig. ‘Het gevaar van een detective in het theater spelen, is dat je twee uur lang talking heads krijgt. Je wilt op een podium graag emotie zien. Daarom spelen we enerzijds confrontaties heftiger uit. Anderzijds is er meer ruimte voor comedy. Poirot is soms ook een potsierlijke figuur en Remko Vrijdag heeft daar een mooie vorm voor gevonden.’
Een bijzondere kwaliteit van haar beste werk is dat het vrijwel oordeelloos is. Nooit zul je door de mond van een personage de mening horen van Agatha Christie. Er wordt geen partij gekozen in mondiale conflicten, zoals de Wereldoorlogen. Sowieso schitteren deze door afwezigheid. Dat Poirot, die tijdens de Eerste Wereldoorlog bij de politie in Brussel werkte, misschien wel een oorlogstrauma heeft opgelopen en daarom op het neurotische af netjes en correct is, is slechts een idee van de laatste jaren.
Christie was van nature een tolerant persoon. Ze komt uit de hogere klasse, maakte als kind al veel reizen over de hele wereld en later ook met haar eerste man Archibald Christie, van wie ze de achternaam behield, en haar tweede man Max Mallowan. Mallowan was als archeoloog veel in Syrië werkzaam, waardoor ze daar lange tijd woonden. Uit haar dagboeken komt ze naar voren als iemand die met humor en zonder vooroordelen kijkt naar alle mensen om zich heen. Aan stereotyperingen maakt ze zich zelden schuldig.
Dat wil overigens niet zeggen dat de zogenoemde sensitivity readers geen omstreden teksten uit haar werk konden halen. Net als eerder Roald Dahls zijn Christies boeken begin dit jaar onder handen genomen en zijn verwijzingen naar etniciteit, zoals zwart, Joods of zigeuner, geschrapt. Hetzelfde geldt voor termen als ‘oosters’ en het n-woord. Maar dat gaat over woorden, niet over personages.
Het allerlekkerst aan Christie lezen of kijken, is toch dat prettige gevoel van nostalgie dat je uit de boeken tegemoet wasemt. De verhalen doen je automatisch terugverlangen naar een tijd waarin de zaken allemaal simpeler lagen, waarin goed en slecht duidelijk van elkaar te onderscheiden waren. Waarin de moordenaar altijd wordt gepakt.
Het is natuurlijk de vraag of die tijd heeft bestaan. Was geluk ooit echt gewoon? Vermoedelijk niet. Maar ernaar verlangen kan wel. ‘Moderniseren is niet wenselijk bij Christie’, zegt ook Jasper Verheugd. ‘Zeker niet in Murder on the Orient Express. Die hele setting, de locomotief, de coupés met luxe banken, de tafellakens, dat is een wereld op zichzelf. Het is uiteindelijk escapisme, wat Christie maakt. Daar bekijk je het voor.’
Hij benadrukt dat ze een commerciële theatervoorstelling maken, zonder subsidie. ‘Wij moeten het publiek echt verleiden om naar het theater te komen, zeker na de afgelopen magere coronajaren. Liefst willen we ook nog jongere kijkers. Daarom willen we de drempel laag houden. Daarvoor is Christies werk ideaal.’
Maar hoe zit het dan met die diepgang, waarover hij het eerder had? ‘Het is hoofdzakelijk escapisme, een spannende puzzel met een verrassende twist op het einde. Maar tegelijk houdt het werk ons een spiegel voor. Poirot stelt in de Oriënt-Expres op het einde heel duidelijk de vraag: wat is gerechtigheid? En dat is een vraag die altijd, en al helemaal vandaag de dag trouwens, gesteld moet blijven worden.’
Murder on the Orient Express is t/m 24/3 te zien in Nederlandse theaters.
A Haunting in Venice is te zien in de bioscoop en op Amazon Prime Video.
Agatha Christie (1890-1976) gaat als kind niet naar school. Dat vinden haar rijke ouders niet nodig. Op 5-jarige leeftijd leert ze zichzelf lezen en schrijven. Het is haar droom om pianist te worden en ze probeert rond haar 15de door te breken in Parijs, maar dit lukt niet. Eerder wedde haar schrijvende zus Madge met haar dat het haar niet zou lukken om een misdaadroman te schrijven. Deze weddenschap wint ze in 1916, als ze The Mysterious Affair at Styles schrijft, met daarin al haar bekendste personage Hercule Poirot. Na vele afwijzingen wordt het in 1920 gepubliceerd. Het is een succes, en vanaf dat moment schrijft ze jaarlijks een boek.
Breed uitgemeten in de pers is haar verdwijning in 1926, vlak na het overlijden van haar moeder en de scheiding van haar eerste man. Elf dagen is Christie spoorloos. Haar auto wordt verlaten aangetroffen. Politie en duizenden vrijwilligers zoeken haar. Ze wordt gevonden in een hotel, vermoedelijk met geheugenverlies, en heeft nooit opheldering gegeven over deze actie. Erkenning voor haar werk krijgt ze pas op latere leeftijd, vanaf de jaren vijftig. The Murder of Roger Ackroyd is in 2013 door de Britse Crime Writers Association gekozen tot de beste detective ooit geschreven.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden