Spaanse verkiezingen
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Toen hij acht jaar terug leider werd van de Spaanse sociaal-democraten werd Pedro Sánchez nog neerbuigend weggezet als el guapo. Een mooiboy, maar geen politiek overlever. Vorige week bewees de sinds 2018 regerende premier opnieuw dat hij wel degelijk een geslepen machtspoliticus is. Met de uiterst linkse coalitiepartner Sumar verwierf zijn PSOE een nipte meerderheid om door te regeren.
De wijze waarop ‘de knapperd’ de macht behield, verdient echter geen schoonheidsprijs. Hij sloot een omstreden akkoord met twee Catalaanse separatistische partijen: in ruil voor hun steun komt er een brede amnestie voor politici en activisten die de wet overtraden toen Catalonië in 2017 illegaal een afscheidingsreferendum hield en op basis van de uitslag eenzijdig de onafhankelijkheid uitriep. De bekendste begunstigde van de amnestie is ex-regiopremier Carles Puigdemont, die destijds naar België vluchtte. Hij kan nu terugkeren.
De amnestie moet de impasse doorbreken waarin ‘de Catalaanse kwestie’ sinds 2017 verzandde. Maar ze lost haar niet op. Beide kampen zijn het vooral eens geworden dat ze het oneens zijn. De Catalanen willen praten over een gunstiger fiscaal regime voor hun relatief rijke regio en over een nieuw, ditmaal legaal referendum over ‘zelfbeschikking’. Sánchez kan die wensen nooit inwilligen zonder een volksoproer in de rest van Spanje te ontketenen.
Sánchez neemt een grote gok met dit akkoord. Rechts organiseert al weken grote demonstraties tegen zijn ‘coup’, die soms in rellen ontsporen. Sánchez wist de PSOE-kaders weliswaar mee te krijgen, maar in peilingen is ongeveer twee derde van de bevolking tegen. De rechterlijke macht zit vol rechtse magistraten die een sterke centrale staat beogen. Zij willen de amnestie torpederen, en om zulke lawfare voor te zijn hebben de separatisten een wel heel ruime amnestie afgedwongen.
Het is onzeker hoelang dit gebrekkige akkoord standhoudt. Maar zolang het duurt, zou Sánchez zijn kans moeten grijpen. De separatistische koorts is in Catalonië flink gedaald. Zijn partij werd er in augustus zelfs ruim de grootste. Dit geeft de premier een mandaat de Catalaanse kwestie duurzamer aan te pakken.
Het Spaanse politieke landschap kent zonder regionationalisme al genoeg breuklijnen. Er is de aloude kloof tussen links en rechts, die vorige eeuw uitmondde in een burgeroorlog en daaropvolgende Franco-dictatuur. Nadat vorig decennium de dominantie van PSOE en de rechtse Volkspartij (PP) afbrokkelde, zijn zowel op uiterst-links als -rechts nieuwe partijen opgestaan. In een land dat weinig ervaring heeft met coalities, verkort die versplintering de levensduur van kabinetten danig. Dit terwijl Spanje vele urgentere problemen kent dan het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven: van klimaatverandering en vergrijzing tot een starre arbeidsmarkt en eenzijdige economie.
Na Franco’s dood in 1975 werd Spanje razendsnel een moderne Europese democratie. Die veelgeprezen Transición was het resultaat van compromisbereidheid bij alle partijen. Ook destijds was er een amnestie nodig: voor misdaden uit de dictatuur – anders hadden franquisten nooit meegepraat. Er kwam een nieuwe grondwet die Catalanen en Basken meer autonomie gunde, maar Spanje ook ‘ondeelbaar’ noemde. Die constitutionele bezweringsformule is uitgewerkt. Het Spaanse staatsbestel, of in ieder geval Catalonië’s plek hierbinnen, verdient een update. Sánchez kan de huidige maatschappelijke onrust over zijn deal met de Catalanen niet negeren. Hij zou moeten aansturen op een Transitie 2.0. Dus in gesprek met alle partijen, zelfs degenen die nu te hoop lopen tegen zijn ‘staatsgreep’.
Source: NRC