Psychisch trauma is de minst zichtbare van alle plagen die Turkije troffen door de aardbeving van 6 februari. Maar misschien wel de meest ingrijpende, zien correspondent Rob Vreeken en fotograaf Kerem Uzel, die in september terug was in de zwaarst getroffen plaatsen.
De vrouw met de blauwe trui neemt een foto. Ze heeft haar zonnebril omhoog geschoven in het haar, waardoor haar pose iets nonchalants heeft, iets terloops, alsof ze bij het langslopen dacht: hé, dat is mal, laat ik daar eens een foto van maken.
Mal is het zeker. De gevel van een gebouw is naar voren geklapt en ligt nu in een hoek van 30 graden over de gehele breedte van de weg. Links ernaast staat een huizenblok in verregaande staat van verval, met scheuren in muren en balkons op instorten.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.
‘Daar woonde ik, op de eerste verdieping’, zegt de vrouw, naar de hoek van het huizenblok wijzend. Ze huilt. ‘We hebben er 26 jaar gewoond.’ Dan loopt ze naar een man die verderop bij een auto wacht, haar echtgenoot vermoedelijk. Hij legt een arm om haar schouder. Ze stappen in en rijden weg.
De scène maakt een paar dingen duidelijk. Antakya, de zwaarst getroffen stad van Turkije, is er ruim een half jaar na de ramp voor een groot deel nog net zo aan toe als kort nadat een aardbeving van 7,2 op de schaal van Richter het zuiden van Turkije en het noordwesten van Syrië had getroffen, op 6 februari dit jaar. Veel kapotte, verlaten gebouwen staan erbij als toen. Een ander deel is afgebroken, maar overal ligt nog het puin van de restanten, soms een paar meter hoog. Her en der in de stad doen graafmachines en ander zwaar materieel hun ding.
De tranen van de vrouw met het fototoestel illustreren bovendien het verdriet van Antakya. Terwijl de rest van de wereld, en eigenlijk ook de rest van Turkije, alweer met andere dingen bezig was, bleven de mensen in de aardbevingsgebieden bezig met niets anders dan de ramp van hun leven. De wonden zijn nog vers. Het is een lot dat ook de mensen in het gebied in Marokko waar in september een zware aardbeving plaatsvond te wachten staat.
Zelfs de eerste fase van ontreddering is in Turkije niet voorbij. Een deel van de bevolking bivakkeert nog steeds in tenten. Een ander deel verblijft inmiddels in containerdorpen, maar ook daar is het behelpen, met een gezin of familie in één ruimte van 3 bij 7 meter, zonder keuken, zonder eigen toilet. Zonder verwarming, met de winter in aantocht. Met een plat dak, waarop het gekletter van de herfstregens elk gesprek verstoort.
Ook noodhulp blijft nodig. Bij twee grote tenten van de Navo staan mensen in een driehonderd meter lange rij te wachten op een warme maaltijd. ‘We staan hier bijna elke avond’, zegt Katife Oral, een 50-jarige onderwijsinspecteur. ‘Een half uur, of twee uur, het ligt eraan of ik een beetje op tijd uit mijn werk ben.’
En nog altijd, al die maanden nadien, begint menigeen ongevraagd te vertellen wat er met hem of haar gebeurde in de eerste uren en dagen na de schok, toen nergens hulp te bekennen was en mensen wanhopig op zoek waren naar geliefden.
Of ze waren zelf iemand naar wie werd gezocht. ‘Ik lag twee dagen onder het puin’, zegt de 55-jarige gemeenteambtenaar Samira Yildiz, bewoner van een klein containerkamp aan de bijna drooggevallen Asi-rivier. ‘Ik kan me alleen herinneren dat ik dorst had. Toen ik mijn zus m’n naam hoorde roepen, tikte ik met mijn trouwring op het beton. De ring heeft mijn leven gered.’
Psychisch trauma is de minst zichtbare van alle plagen die Hatay hebben getroffen, de Turkse provincie waarvan Antakya de hoofdstad is. Idem voor Marokko. Maar het is misschien wel de meest ingrijpende. ‘De effecten zullen jaren duren. We denken dat het zal overslaan naar de volgende generatie – een intergenerationeel trauma’, zegt psychiater Tamer Aker (58), hoogleraar psychisch trauma aan de Bilgi Universiteit in Istanbul.
Hij vertelt het op een illustratieve plek, met uitzicht op hopen puin van bij elkaar 250 meter lang, 30 meter breed en zo’n 6 meter hoog. Het puin ligt pal voor congrescentrum Nazim Hikmet in Arsuz, een kustplaats in de provincie Hatay.
Hier komen drie dagen lang Turkse psychologen, therapeuten, psychiaters, sociaal werkers en verpleegkundigen bijeen om te praten over het thema ‘rampen en psychotrauma’. ‘De aardbeving is een verschrikkelijke, maar leerzame ervaring voor ons allen’, zegt Aker, secretaris-generaal van Tarde, de traumastichting die de bijeenkomst organiseert. ‘Daarom hebben we dit congres midden tussen de puinhopen, en niet in Istanbul of Ankara.’
Het zijn drie dagen vol verhalen uit het veld. Alle deelnemers zijn op een of andere wijze betrokken bij de hulpverlening in de Turkse rampgebieden. Traumapsycholoog Hasan Yilmaz (30) ziet als vrijwilliger al maandenlang elke dag zeven cliënten. Het is drukker dan ooit nu. ‘Het is bijna driekwart jaar na de ramp, veelal het moment dat trauma’s naar boven komen.’
Slachtoffers, zegt hij, hebben twee mogelijke reacties: bevriezen of vluchten. De vluchters zijn eerder geneigd hulp te zoeken. Waar het op aankomt, is de bevriezers te vinden en naar de mobiele kliniek te halen. ‘We gaan ervan uit dat iederéén in het gebied getraumatiseerd is’, zegt Yilmaz. Tot de symptomen behoren angst, slapeloosheid, extreme alertheid, flashbacks, eetproblemen, agressie. ‘Veel mensen zijn na een half jaar uit zichzelf hersteld, met steun van hun omgeving of met psychologische eerste hulp. Wij werken met mensen die dat niet kunnen, die vast zitten in hun trauma.’
Zo’n 10 procent van de mensen, meestal met een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS), heeft intensieve hulp nodig. Sommigen zijn er zo ernstig aan toe, met depressie of psychose, dat ze worden doorverwezen naar de psychiater. Die mag medicatie geven.
‘Ik behandelde een vrouw die vijf maanden lang elke nacht wakker werd uit een droom van een slang die door een muur probeerde te gaan. Het bleek dat het trauma van de aardbeving boven op een oud trauma was gekomen, dat van een verkrachting. Dat was te complex voor ons, we hebben haar doorverwezen.’
Yilmaz krijgt zelf ook hulp. Als inwoner van Hatay werd hij getroffen door de aardbeving. Zijn huis stortte in, hij woont nu in een container. Hij liep een trauma op en als hulpverlener bovendien, een zogeheten secundair trauma.
‘Dat is een plaatsvervangend trauma’, zegt Zeynep Simsek, decaan van de faculteit gezondheid van de Bilgi Universiteit in Istanbul. ‘Ze horen alle vreselijke verhalen en gaan zichzelf vragen stellen: doe ik wel genoeg? Neem een arts die een arm moet amputeren omdat hij te weinig middelen heeft. Hulpverleners kunnen dezelfde symptomen krijgen als de oorspronkelijke slachtoffers.’
In Turkije komen zware aardbevingen vaker voor dan in Marokko, maar wrang genoeg is dat in één opzicht een voordeel. De Turkse traumapsychologen hebben veel geleerd van de grote aardbeving bij Izmit in 1999, die aan ongeveer 18 duizend mensen het leven kostte. ‘Het verschil met toen is enorm’, zegt psychiater Aker. ‘De kennis was zo veel minder. Er waren misschien maar tien mensen met expertise. En kijk eens wat hier aan expertise rondloopt!’
Toch worden lang niet alle traumaslachtoffers in het rampgebied bereikt; daarvoor zijn het er eenvoudig te veel. Nihat Dervis, de 63-jarige muhtar (een soort buurtburgemeester) van de wijk Elektrik Mahallesi in Antakya, heeft nog geen psychologen gezien, ook niet een van de mobiele traumateams. ‘Er is hier helemaal niets’, zegt hij, mistroostig grommend, met ingehouden boosheid.
Dat ‘niets’ kan bijna letterlijk worden opgevat. Rondom ligt een woestenij van puin en gruis. Hier en daar staat nog een beschadigd pand overeind. Elektrik Mahallesi is een van de zwaarst getroffen wijken in de zwaarst getroffen stad van Turkije. Dervis zit op een krukje naast de houten keet die hij gebruikt als kantoortje; zijn echte kantoor en zijn woning zijn verwoest.
Dag in, dag uit is de muhtar sinds 6 februari op zijn post gebleven, met zijn hond Dobi en een ploeg vrijwilligers, zo blijkt ook uit een reportage een dag eerder op de zender A-tv. ‘Ik moet hier blijven om de bewoners te helpen, niemand anders doet het’, zegt hij. ‘Ik ben de enige muhtar die zo werkt, mensen uit vijftien buurten komen hierheen om water te halen.’
Ook is Dervis’ wankele tafeltje een soort informatiedesk. Gedurende het gesprek komen diverse burgers langs. Een vrouw die onderdak zoekt. Kan de muhtar iets regelen? Een man die advies vraagt over de school van zijn zoontje, die wordt gesloopt. Waar moet het kind nu heen?
‘Kort na de ramp kwamen ze met heel andere vragen’, zegt hij. ‘Bijvoorbeeld ‘Ik heb een been gevonden, van wie kan dat zijn?’, of ‘Ik heb een lichaam gevonden zonder hoofd’. Dat waren onze dagelijkse gesprekken. Ik sliep buiten op een bankje. Dertien kilo ben ik afgevallen, in de eerste twee weken.’
De muhtar wijst op zijn broekriem. Tranen vullen zijn ogen. Hij loopt even weg. Als hij over het psychologencongres in Arsuz hoort, knikt hij: daar had hij ook wel een lezing kunnen houden. ‘De mensen zijn gespannen, ze kunnen elk moment flippen’, zegt hij. ‘Wij kunnen er niet veel aan doen, behalve water en voedsel geven. We kunnen nauwelijks onszelf staande houden.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden